Het lijden van Christus, ons Paschalam (maart-april 2016)

Christus, ons Paschalam, werd geofferd voor ons, maar waarom? In 1 Korinthe 5:7 schreef de apostel Paulus: “Want ook ons Paaslam is voor ons geslacht: Christus.” Deze uitspraak heeft diepe betekenis voor christenen, want daardoor is het ongelooflijke potentieel waarvoor we hier op aarde zijn, binnen bereik gekomen.

Jeruzalem zag er schitterend uit in de middagzon toen 12 mannen en hun leider op weg gingen van de Olijfberg naar een huis in Jeruzalem.

Eerder die dag had Jezus van Nazareth twee van zijn discipelen, Petrus en Johannes, opgedragen naar Jeruzalem te gaan om het Pascha voor te bereiden (Lukas 22:713). Jezus zei dat ze een man zouden tegenkomen met een kruik water, die hun de ruimte zou laten zien waar ze het Pascha konden voorbereiden. Nadat ze de man gevonden hadden, bereidden Petrus en Johannes de Paschamaaltijd, die het eerste Pascha onder het Nieuwe Verbond zou blijken te zijn. Jezus zei waarschijnlijk erg weinig toen Hij de kamer binnenkwam. In de ogen van Petrus en Johannes leek Jezus ongetwijfeld erg in Zichzelf gekeerd, maar verder kwam hun Leraar kalm op hen over. Ze begonnen allemaal te eten in navolging van hun Meester. Op dat moment begon Jezus Zijn discipelen toe te spreken en uit te leggen dat Hij naar dit bijzondere moment, het eten van dit Pascha, verlangd had: “En Hij zei tegen hen: Ik heb er vurig naar verlangd dit Pascha met u te eten, voordat Ik ga lijden. Want Ik zeg u dat Ik daar zeker niet meer van zal eten, totdat het vervuld is in het Koninkrijk van God” (Lukas 22:15-16).
Dat was een schokkende uitspraak. Jezus sprak over een lijden dat aanstaande was! De apostelen vonden het moeilijk te geloven dat hun Verlosser fysieke pijn zou moeten ondergaan, laat staan zou moeten sterven zo vroeg in Zijn leven. Dit was immers dezelfde Man Die water in wijn had veranderd, 5.000 hongerige mensen met vijf broden en twee vissen gevoed had en Die had gewandeld op het water van een onstuimig, stormachtig meer.

Symbolen van het offer

Tijdens die avond introduceerde de Heiland de symbolen van het Nieuwe Verbond, te weten het ongedesemde brood en de wijn, en legde Hij de betekenis ervan uit.
Het brood dat Hij gaf aan Zijn naaste volgelingen vertegenwoordigde Zijn lichaam. De apostel Petrus gaf later in een brief aan wat dit betekende: dat wij als christenen moeten volgen in de voetsporen van onze Verlosser, Die “onze zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout, opdat wij, voor de zonden dood, voor de gerechtigheid zouden leven. Door Zijn striemen bent u genezen” (1 Petrus 2:24). Christus zou de straf voor de zonden van de mensheid betalen door Zichzelf te offeren (Hebreeën 9:26).

De wijn, die daarna als symbool volgde, vertegenwoordigde Zijn vergoten bloed, dat de zonden van de mensheid weg zou nemen (Lukas 22:17-20). Eerder die avond hadden de discipelen stilletjes toegekeken hoe Jezus doelbewust knielde om hun voeten te wassen. Jezus gebood hun om Zijn voorbeeld te volgen en verklaarde dat deze eenvoudige ceremonie symbolisch was voor de nederige en onvoorwaardelijke houding van dienstbaarheid aan de mensheid, een houding die zij ook moesten nastreven (Johannes 13:1-17).

De ceremonie van brood en wijn was niet nieuw voor de religieuze Joden uit die tijd, maar de manier waarop Jezus dit bracht was dat wel en ook de betekenis was bijzonder. Het door Christus aan Zijn discipelen aangeboden eten en drinken heeft diepe betekenis voor de mensheid. Tijdens die avond legde Hij verder uit dat het niet lang meer zou duren eer Hij Zich zou overgeven voor de zonden van de mensheid (Johannes 13:31-33). Zijn volgelingen zouden de betekenis van de Paschasymbolen op ingrijpende wijze voor hun ogen in vervulling zien gaan: namelijk de kruisiging en het offer van de Messias, het Lam Gods.

Jezus’ offer lang voorzegd

Oudtestamentische profetieën over een komende Messias en Zijn offer zijn er in overvloed. De oudste is te vinden in Genesis. In deze profetie gaat het ook over Satan, de slang, waarbij God zegt: “En Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad; Hij zal u de kop vermorzelen en gij zult het de hiel verbrijzelen” (Genesis 3:15, NBG). Dit vers spreekt symbolisch over Satan en Jezus Christus. Satan zou “de hiel verbrijzelen” van Jezus, want door zijn toedoen werd Christus gekruisigd en werden spijkers door Zijn voeten c.q. hielen gedreven. En Christus zal bij Zijn terugkeer naar de aarde Satans kop vermorzelen door Satan gevangen te zetten voor duizend jaar (Openbaring 20:13). De profetie in Genesis 3 is de vroegste verwijzing naar de kruisiging en dood van Jezus.

De profeet Jesaja voorspelde dit ultieme offer van Jezus ook. Hij was “om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden verbrijzeld. De straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is er voor ons genezing gekomen” (Jesaja 53:5).

De eeuwige God heeft, zoals Jesaja voorspelde, “de ongerechtigheid van ons allen op Hem [de Zoon van God] doen neerkomen” (vers 6). “Hij werd mishandeld, maar hij liet zich verdrukken en deed zijn mond niet open; als een lam dat ter slachting geleid” (vers 7, NBG). “Want Hij is afgesneden uit het land van de levenden. Om de overtreding van mijn volk is de plaag op Hem geweest” (vers 8).

De schrijvers van de Bijbel hebben vele profetieën over dit meest gedenkwaardige en cruciale moment vastgelegd, toen onze heilige Verlosser Zijn leven voor u, mij en de hele mensheid gaf. Deze gebeurtenissen kwamen uit precies zoals voorspeld, in overeenstemming met Gods ontwerp en plan: “Zo zeker als Christus, toen wij nog zwak waren, te zijner tijd voor goddelozen is gestorven” (Romeinen 5:6, NBG). Het offeren van Zichzelf was al lang tevoren voorbestemd (Openbaring 13:8).
Gedurende Zijn leven en bediening heeft Jezus nooit gezondigd, zelfs niet in gedachten. Hij hield Gods wetten naar de letter en naar de geest en heeft Gods wetten nooit gebroken.
Hij leefde een perfect leven. Hij “die geen zonde gedaan heeft en in wiens mond geen bedrog is gevonden” (1 Petrus 2:22). Zou Hij Gods wetten hebben gebroken, dan zou Hij de doodstraf hebben verdiend, net als de rest van de mensheid, en zou er geen enkele hoop op een opstanding meer zijn. Maar omdat Hij zonder zonde was en Hij de Zoon van God was in het vlees, kon Hij met Zijn dood de straf voor onze zonden betalen, waardoor Hij de Redder van de mensheid werd (Hebreeën 10:12; 1 Johannes 4:14).

Jezus Christus, ons Pascha

In het al aangehaalde 1 Korinthe 5:7 schreef Paulus dat Christus ons Paschalam is, dat voor ons is geofferd. Waarom heeft deze uitspraak zo’n diepe betekenis voor christenen?
Paulus schreef deze woorden aan de gemeente te Korinthe, wier leden toestonden dat een van hun broeders in seksuele zonde bleef leven, terwijl ze niet ingrepen. Dit betrof zelfs voor de losbandige Korinthische samenleving van die tijd geen gewone zonde. De betreffende persoon had een immorele relatie met zijn stiefmoeder (1 Korinthe 5:1).
Paulus berispte de hele gemeente en gelastte de Korinthi ers de overtreder uit de gemeente te zetten, opdat de zonde zich niet verder zou verspreiden en hen niet allen zou verontreinigen, net zoals gist een heel brooddeeg kan doorzuren (1 Korinthe 5:26).

Paulus gebruikte ter ondersteuning van zijn redenen om de zondaar weg te sturen een zin die nauw verbonden is met het Pascha: “Want ook ons Paaslam is geslacht: Christus” (vers 7).
Wat bedoelde Paulus daarmee? Hij bedoelde dat Jezus’ offer niet voor niets is gebracht. Hij bedoelde dat de Korinthiërs niet lichtvaardig zouden moeten denken over de pijnlijke dood van Jezus.

Denk goed na over het offer van Christus

Tot op dat moment hadden de Korinthiërs de omvang van het offer van Christus niet goed begrepen. Ze hadden niet volledig begrepen dat zodra zij zich van hun zonden bekeerd hadden en deze bedekt werden door Jezus’ vergoten bloed, hun leven een nieuw doel en opzet diende te weerspiegelen. Ze dienden niet langer toe te geven aan hun vroegere zondige gewoonten.

Paulus maakte dit heel duidelijk: “Of weet u niet dat onrechtvaardigen het Koninkrijk van God niet zullen beërven? Dwaal niet! Ontuchtplegers, afgodendienaars, overspelers, schandknapen, mannen die met mannen slapen, dieven, hebzuchtigen, dronkaards, lasteraars en rovers zullen het Koninkrijk van God niet beërven” (1 Korinthe 6:9-11).

In een schrijven aan de Romeinen over hetzelfde onderwerp vroeg Paulus zich het volgende af: “Wat zullen wij dan zeggen? Zullen wij in de zonde blijven, opdat de genade toeneemt? Volstrekt niet! Hoe zullen wij, die aan de zonde gestorven zijn, nog daarin leven? Of weet u niet dat wij allen die in Christus Jezus gedoopt zijn, in Zijn dood gedoopt zijn? Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood, opdat evenals Christus uit de doden is opgewekt tot de heerlijkheid van de Vader, zo ook wij in een nieuw zouden wandelen” (Romeinen 6:14).

Niet onderschatten

Paulus maakte duidelijk aan de Korinthiërs dat zij niet lichtzinnig over het offer van Christus moesten denken. Acceptatie van dat offer moet resulteren in een veranderd leven met een nieuwe visie en aanpak die geen zonde zal tolereren. “Maar nu heb ik u geschreven dat u zich niet moet inlaten met iemand die, terwijl hij een broeder wordt genoemd, een ontuchtpleger is, of een hebzuchtige, of een afgodendienaar, of een lasteraar, of een dronkaard, of een rover. Met zo iemand moet u zelfs niet eten. Het is toch niet aan mij om hen die buiten zijn te oordelen? Oordeelt u immers niet alleen hen die binnen zijn? Maar hen die buiten zijn, oordeelt God. En doe de kwaaddoener uit uw midden weg” (1 Korinthe 5: 11-13).

Aangezien de Korinthiers kennelijk de implicaties van het offer van Jezus Christus en de enorme pijn en het lijden dat Hij doorstond, niet hebben begrepen, kunnen we onszelf de vraag stellen hoe het dan met ons staat? Is het mogelijk dat wij dezelfde fout maken? Hebben wij ten volle begrepen wat Hij heeft moeten meemaken om ons te verlossen?

Niemand van ons was daar aanwezig en heeft gezien hoe de Romeinse soldaten Jezus Christus martelden, bespotten, sloegen en vernederden. Maar we hebben het geschreven Woord van God, dat ons vertelt wat er werkelijk gebeurd is. De profeet Jesaja, koning David in de Psalmen en de schrijvers van de Evangelieën getuigen allen van de wrede straf die Jezus Christus heeft ondergaan. Uit deze Bijbelse verslagen, maar ook uit hedendaagse beschrijvingen van dergelijke straffen, kunnen we de omvang van het lijden dat onze Heiland voor ons heeft moeten doorstaan, achterhalen, althans voor zover een mens dit wérkelijk kan beseffen.

Toen de autoriteiten Jezus voor de hogepriester Kajafas, de schriftgeleerden en ouderlingen geleid hadden, werd Hij ten onrechte schuldig verklaard aan godslastering. Op last van deze religieuze autoriteiten spuwde men Hem in Zijn gezicht, sloegen ze Hem met hun vuisten en bespotten Hem (Mattheüs 26:67-68). Toen zij Jezus overdroegen aan de Romeinen voor de geseling (Mattheüs 27:26), werd Hij geschopt en geslagen.

De “halve dood”

Deze geseling door de Romeinen was barbaars. Ze noemden dit type straf de “halve dood”, omdat de geseling pas kort voor de dood van het slachtoffer stopte. Een getrainde man, een zogenaamde lictor, gebruikte meestal een houten zweep waaraan verschillende stroken leer bevestigd waren. Aan het einde van elke strook werden botfragmenten of ijzer ingenaaid. Dit werd een flagellum genoemd. Het aantal zweepslagen was niet van te voren bekend, en de lictor kon de gevangene slaan op elk deel van zijn lichaam.

De bewakers bonden in de regel een veroordeelde misdadiger aan een stenen of houten zuil, met het gezicht naar de zuil terwijl de armen aan weerszijden om de zuil werden gebonden. Om de gevangene verder te vernederen werd hij ontdaan van alle kleding, die hem nog enige bescherming had kunnen bieden tegen deze meedogenloze vorm van marteling.

Daarna begon het wrede proces. De gevangene onderging klap na klap, waarbij zijn vlees gescheurd en zijn bloederige huid uiteengerafeld werd als dunne reepjes stof. Een officier hield toezicht op de marteling om te voorkomen dat de gevangene per ongeluk werd doodgeslagen; de Romeinen wisten uit ervaring dat een fragiele man op deze manier snel kon sterven.

Na de geseling werd de gevangene losgemaakt, waarna hij meestal in shock op de grond zakte. Vervolgens werd er koud water op hem gegoten om het bloed, het gescheurde vlees en de vuiligheid van hem af te spoelen. Dit ruwe afspoelen van het gehavende lichaam van het slachtoffer hielp ook om hem terug bij bewustzijn te laten komen.

In het geval van Jezus heeft een aantal soldaten van doornen een kroon gevlochten, die ze op Zijn hoofd plaatsten. Ze sloegen een mantel om Hem heen en duwden een rieten scepter in Zijn hand waarna ze Hem spottend hulde brachten en zeiden: “Gegroet, koning van de Joden!” (Mattheüs 27:29).

“Ook bespuwden zij Hem, pakten de rietstok en sloegen Hem op Zijn hoofd. En toen zij Hem bespot hadden, trokken zij Hem de mantel uit, trokken Hem Zijn kleren aan en leidden Hem weg om Hem te kruisigen” (verzen 30-31).

Betekenis van Zijn offer voor ons

Dit was slechts een korte schets van de lijdensweg die onze Heiland onderging in onze plaats, om de straf van de eeuwige dood te betalen die op u en mij rustte. Zonder Jezus’ offer was ons lot de eeuwige dood. Het enige leven dat we zouden kunnen genieten, zou dit fysieke bestaan zijn dat in deze boze wereld niet bepaald rooskleurig is. We zouden geen andere hoop op verzoening met God hebben. We zouden geen uitzicht hebben op Zijn aanvaarding van ons als Zijn kinderen. Door het leven en sterven van Jezus Christus, Die nu aan de rechterhand van God zit, is dit mogelijk geworden. We zouden geen enkele hoop hebben om de Heilige Geest te kunnen ontvangen, de waarheid van God te kunnen begrijpen en Christus te dienen als Zijn volgelingen op aarde.

We zouden het grote mysterie, het plan van God met de mensheid om ons Zijn kinderen te laten worden naar Zijn soort, niet begrijpen. En we zouden ook niet genieten van het voorrecht om als deel van Zijn Kerk een relatie te hebben met God de Vader en Jezus Christus en met elkaar, om samen met gelijkgestemde mensen te groeien in kennis en genade.

Geen wonder dat Paulus deze woorden dus gebruikte om de Korintiërs terug naar de geestelijke realiteit te brengen. Of ze nu geen goed begrip hadden van de reikwijdte van Jezus’ offer, of dat ze dit aanvankelijk wel begrepen, maar het zijn kwijtgeraakt door onzorgvuldigheid en nalatigheid. Hoe dan ook, ze moesten herinnerd worden aan de pijn en de lijdensweg die hun Verlosser voor hen had ondergaan.

Ze moesten zich bekeren van hun kortzichtigheid en de omvang van dit ongelooflijke offer erkennen.

In dit Pascha seizoen dienen ook wij onszelf af te vragen: hebben wij wél echte waardering voor het ultieme offer van Christus? We moeten dezelfde overtuiging voelen als de apostel Paulus voelde, die door God geïnspireerd werd om ons als volgt hieraan te herinneren: “Want ook ons Paaslam is voor ons geslacht: Christus.” Dat offer was echt, en het behoort invloed te hebben op ons leven, elke dag!

Het Pascha leert ons, net als alle andere feestdagen in de Bijbel, over de rol van Jezus Christus in Gods heilsplan. Zouden we niet moeten onderzoeken wat deze feestdagen betekenen?
Wilt u meer weten over dit onderwerp, bestel dan de volgende boekjes, zonder kosten, via onze website of vraag deze schriftelijk aan.

 

Gods plan volgens Zijn Heilige Dagen: de belofte van hoop voor de gehele mensheid
Wat is uw bestemming?
pdf-icon PDF-bestand Supplement 2016 Maart-April

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *