De Tien Geboden

pdf-iconPDF-bestand

Een Koninklijke Wet van Liefde

 

“Geliefden, laten
wij elkander liefhebben, want de liefde is uit God; en een ieder, die
liefheeft, is uit God geboren en kent God. Wie niet liefheeft, kent God niet,
want God is liefde” (1 Johannes 4:7-8).

 

Jezus Christus bouwde het fundament van het
christelijk geloof op het principe van liefdeChristenen die God en
elkaar met hun gehele hart liefhebben. Johannes, een van Christus’ discipelen
en naaste vrienden, schreef deze woorden op tegen het einde van zijn leven: “En
wij hebben de liefde onderkend en geloofd, die God jegens ons heeft. God is
liefde
, en wie in de liefde blijft, blijft in God en God blijft in hem” (1
Johannes 4:16, nadruk van ons).

Maar wat is liefde?

Vraag uw vrienden dit uit te leggen. Kijk of
ze dit allen op dezelfde wijze zien. Zullen ze dit omschrijven als een gevoel?
Of zullen ze dit definiëren als intens zorgen voor anderen maar laten het aan u
om uit te zoeken wat “zorgen voor” betekent? Hoeveel zullen liefde vergelijken
met een of andere vorm van seksuele aantrekkingskracht?

Het wordt snel duidelijk dat het woord liefde
(houden van)
niet altijd hetzelfde betekent. Zou het niet fantastisch zijn
als we een vaste omschrijving van liefde konden gebruiken, vooral wanneer we
spreken over de liefde die God voor ons heeft en de liefde die we voor elkaar
zouden moeten hebben?

Jammer genoeg ontbreekt elke consequentheid
van het woord. De meeste mensen zullen toegeven dat liefde, of op zijn minst
enige vorm van respect, essentieel is voor persoonlijke relaties.
Voorzichtigheid is geboden wanneer we de omschrijvingen van liefde overwegen.
Sommige zijn zo vaag dat ze elke gedragsvorm door de vingers zien. Soms is
liefde slechts een ander woord om de goedkeuring van onconventionele,
vernietigende vormen van gedrag te bemoedigen

Veel religieuze mensen omarmen het idee van
anderen liefhebben als henzelf, maar blijven onwetend over hoe de Bijbel liefde
definieert.

Het resultaat daarvan is dat ze niet de
noodzaak begrijpen om de Bijbelse principes in praktijk te brengen, die het
succes of de mislukking van hun relaties bepalen.

 

De Tien Geboden omschrijven liefde

 

Om liefde betekenisvol te doen zijn moet het
precies omschreven en begrepen worden. Dat is het doel van Gods wet, vooral de
Tien Geboden.

Kent u het ultieme doel van Gods wet? Jezus
Christus omschreef het doel van Gods wet als het onderwijzen van het toepassen
van de twee grote principes van God en elkaar liefhebben. Hij maakte dit
duidelijk toen iemand Hem vroeg, “Meester, wat is het grote gebod in de wet?”
Hoe antwoordde Jezus? “Gij zult de Here, uw God, liefhebben met geheel uw hart
en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand. Dit is het grote en eerste
gebod. Het tweede, daaraan gelijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf.
Aan deze twee geboden hangt de ganse wet en de profeten” (Mattheüs 22:35-40).

Waarom is het dat, ondanks onze explosieve
groei in kennis, zo weinigen deze fundamentele Bijbelse waarheid begrijpen?
Waarom kan niet iedereen begrijpen dat “de gehele wet en de profeten”, die
geschriften die we als het Oude Testament kennen, ons eerst de juiste wijze
leren van liefhebben, en dan levendig de problemen en straffen beschrijven die
voortkomen uit gebrek aan liefde? Waarom geloven zoveel mensen dat goddelijke
liefde alleen geleerd wordt in het Nieuwe Testament?

 

Liefde in het Oude Testament

 

Liefde is het middelpunt van al de
geschriften, van zowel het Oude als het Nieuwe Testament. Verbazingwekkend als
het mag zijn voor de meeste mensen, is het in het Oude Testament dat we voor
het eerst instructie vinden om “uw naaste lief te hebben als uzelf” (Leviticus
19:18).

Daar ook heeft Mozes geschreven, “Nu dan,
Isräel, wat vraagt de Here uw God, van u dan de Here, uw God, te vrezen, door
in al zijn wegen te wandelen; Hem lief te hebben; de Here uw God te
dienen met uw ganse hart en met uw ganse ziel; de geboden en de
inzettingen des Heren, die ik u heden opleg, te onderhouden, opdat het u wèl
ga” (Deuteronomium 10:12-13).

Elk gebod van God is voor uw welzijn.
Is het u in de voorgaande passage opgevallen dat het gehoorzamen van Gods
geboden
en liefde praktiseren onherroepelijk zijn verbonden in Gods
ogen? Dit komt omdat de geboden de liefde omschrijven welke het
fundament is voor alle goddelijke relaties.

Liefde somt eenvoudigweg het doel op van de
Tien Geboden. Paulus schreef: “De geboden,’Gij zult niet echtbreken; gij zult
niet doodslaan; gij zult niet stelen; gij zult niet begeren’ en welk ander
gebod er ook zij, worden samengevat in dit woord: ‘Gij zult uw naaste
liefhebben als uzelf” (Romeinen 13:9).

 

Gods liefde voor de mensheid

 

Vanaf het begin, was Gods interactie met
mensen gemotiveerd door Zijn liefde voor ons. Zoals Jezus zei: “Want
alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven
heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven
hebbe. Want God heeft Zijn Zoon niet in de wereld gezonden, opdat Hij de wereld
veroordele, maar opdat de wereld door Hem behouden worde” (Johannes 3:16-17).

God wil dat wij allen eeuwig leven verkrijgen.
Maar eerst moeten we leren met elkaar om te gaan, hoe elkaar lief te hebben.
Daarom is liefde zo belangrijk.

Vrede en harmonie zijn onmogelijk zonder
respect en liefde. Als God ons eeuwig leven zou schenken zonder ons te leren
hoe elkaar lief te hebben, zou Hij ons verplichten om eeuwig in verwarring en
chaos te leven.

God zal niet toelaten dat de huidige
boosheden, jaloezieën, vijandigheden en zelfzuchtige verlangens van de
menselijke natuur doorgaan tot in eeuwigheid. We moeten de ware betekenis van
liefde leren anders kunnen we geen eeuwig leven ontvangen. “Wij weten, dat wij
overgegaan zijn uit de dood in het leven, omdat wij de broeders liefhebben. Wie
niet liefheeft, blijft in de dood. Een ieder, die zijn broeder haat, is een
mensenmoordenaar en gij weet, dat geen mensenmoordenaar eeuwig leven blijvend
in zich heeft” (1 Johannes 3:14-15).

Dus komen we weer bij de vraag: Wat is liefde?
Johannes geeft ons het antwoord. “En dit is de liefde, dat wij naar Zijn
geboden wandelen
…” (2 Johannes 1:6). De apostel Paulus zegt ons “daarom
is de liefde de vervulling der wet”
(Romeinen 13:10).

Een andere Bijbelse schrijver, Jakobus, laat
ons duidelijk zien dat Gods koninklijke wet van liefde specifiek de Tien
Geboden inhoudt. “Indien gij echter de koninklijke wet vervult naar het
schriftwoord: ‘Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf’, dan doet gij wèl. Doch
indien gij met aanzien des persoons handelt, doet gij zonde en wordt gij door
de wet overtuigd van overtreding. Want wie de gehele wet houdt, maar op één
punt struikelt, is schuldig geworden aan alle (geboden). Want Hij, Die gezegd
heeft (in de Tien Geboden) ‘Gij zult niet echtbreken’, heeft ook gezegd: ‘Gij
zult niet doodslaan’. Indien gij nu geen echtbreuk pleegt, maar wel doodslag,
zijt gij toch een overtreder van de wet geworden” (Jakobus 2:8-11).

 

Wat is zonde?

 

Zie hoe de Bijbel zonde omschrijft: “Ieder,
die de zonde doet, doet ook de wetteloosheid, en de zonde is wetteloosheid” (1
Johannes 3:4). Of zoals de Statenvertaling het zegt, “want de zonde is de ongerechtigheid”.
Volgens de Bijbel is zonde eenvoudigweg het overtreden van Gods geboden.

Hoe beïnvloedt zonde de relatie met Jezus
Christus? “En gij weet, dat Hij geopenbaard is, opdat Hij de zonden zou
wegnemen, en in Hem is geen zonde. Een ieder, die in Hem blijft, zondigt niet;
een ieder, die zondigt, heeft Hem niet gezien en heeft Hem niet gekend” (1
Johannes 3:5-6).

Dt zijn inderdaad ernstige beweringen.

Johannes gaat verder, “Hieraan zijn de
kinderen Gods en de kinderen des duivels kenbaar: een ieder, die de
rechtvaardigheid niet doet, is niet uit God, evenmin als wie zijn broeder niet
liefheeft” (vers 10).

Hoe weten we dat we God kennen en een juiste
relatie met Hem kunnen hebben? “Wie zegt: ‘Ik ken Hem’, en Zijn geboden niet
bewaart
, is een leugenaar en in die is de waarheid niet; maar wie Zijn
woord bewaart, in die is waarlijk de liefde Gods volmaakt. Hieraan onderkennen
wij, dat wij in Hem zijn. Wie zegt, dat hij in Hem blijft, behoort ook zelf
zó te wandelen, Als Hij gewandeld heeft
” (1 Johannes 2:4-6).

Hoe wandelde Jezus? Hij zei ons, “Indien gij
Mijn geboden bewaart, zult gij in Mijn liefde blijven, gelijk Ik de geboden
Mijns Vaders bewaard heb en blijf in Zijn liefde” (Johannes15:10). “Want Ik heb
niet uit Mijzelf gesproken, maar de Vader, die Mij heeft gezonden heeft Zelf
Mij een gebod gegeven, wat Ik zeggen en spreken moet. En Ik weet, dat Zijn
gebod eeuwig leven is. Wat Ik dan spreek, spreek Ik zó, als de Vader Mij gezegd
heeft” (Johannes 12:49-50).

In Jezus Christus eigen woorden, “blijven in”-
ofwel de praktijk handhaven van- goddelijke liefde wordt bereikt door het
houden van Gods geboden. Zijn voorbeeld leert ons dat gehoorzaamheid en
goddelijke liefde onafscheidbaar zijn. Zonde is eenvoudig het schenden van
liefde door het overtreden van Gods geboden. Zonde is wetsovertreding-het
negeren of het weigeren gebonden te zijn aan Gods regels die ware, goddelijke
liefde definiëren.

 

Wet en vrijheid

 

God geeft ons niet de vrijheid ons te gedragen
zoals we willen. Ofschoon de Bijbel Gods wet afbeeldt als een wet van vrijheid,
omschrijft het vrijheid eenvoudig als vrij van zonde en zijn vernietigende
consequenties, niet de vrijheid om zelfzuchtige verlangens te vervullen.

Onze zonden brengen ons vreselijke straffen
toe. Openlijk de verdorvenheid van de mensheid afkeurend, schreef Paulus:
“Verwoesting en ellende zijn op hun wegen, en de weg des vredes kennen zij
niet” (Romeinen 3:16-17). Hij vergelijkt het effect van zonde met slavernij
het tegenovergestelde van vrijheid. “Want toen gij slaven waart der zonde,
waart gij vrij van de gerechtigheid. Wat voor vrucht had gij toen? Dingen,
waarover gij u nu schaamt: immers, het einde daarvan is de dood” (Romeinen
6:20-21).

Zonde, de overtreding van Gods wet, brengt ons
niet alleen in slavernij maar, bij voortduring, maakt het voor ons onmogelijk
eeuwig leven te ontvangen (Mattheüs 19:17). Daarom zegt Jakobus: “Spreekt
zó en handelt zó als (mensen past), die door de wet der vrijheid
zullen geoordeeld worden” (Jakobus 2:12). Gods geboden zetten de fundamentele
norm waarmee Hij ons zal oordelen.

Alleen wanneer we ons bekeren, door te stoppen
met het overtreden van Gods wet, kunnen we bevrijd worden van de gevolgen van
zonde door het verzoenend offer van Christus, welk ons alleen kan reinigen van
onze zonden (Handelingen 2:38; 1 Johannes 1:7). Paulus legt uit dat deze ware
vrijheid van de banden van zonde alleen verkrijgbaar is voor degenen die
oprecht Gods instructies gehoorzamen. “Maar Gode zij dank: gij wáárt slaven der
zonde, doch gij zijt van harte gehoorzaam geworden aan die vorm van onderricht,
die u overgeleverd is” (Romeinen 6:17).

Johannes brengt dit alles bijeen, verklarende
dat Gods wetten gehoorzamen is de liefde van God in de praktijk brengen. “Want dit
is de liefde Gods, dat wij Zijn geboden bewaren.
En Zijn geboden zijn niet
zwaar” (1 Johannes 5:3). In plaats van een last te zijn, verlichten de geboden
van God het pad naar goddelijke liefde en vrijheid.

Deze waarheid wordt scherp geïllustreerd in
Psalm 119:98-105: “Uw gebod maakt mij wijzer dan mijn vijanden, want het is
altoos bij mij. Ik ben verstandiger dan al mijn leermeesters, want Uw
getuigenissen zijn mij tot overdenking. Ik heb meer inzicht dan de ouden, want
ik bewaar Uw bevelen. Ik weerhoud mijn voeten van alle boze paden, opdat ik Uw woord
onderhoude. Ik wijk niet af van Uw verordeningen, want Gij onderwijst mij. Hoe
aangenaam zijn Uw redenen voor mijn verhemelte, meer dan honing voor mijn mond.
Uit Uw bevelen heb ik inzicht ontvangen; daarom haat ik elk leugenpad. Uw woord
is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad.”

Geen wonder dat Jezus ons eraan herinnerde,
“Er staat geschreven: Niet alleen van brood zal de mens leven, maar van alle
woord, dat uit de mond Gods uitgaat” (Mattheüs 4:4, Deuteronomium 8:3 citerend).
De Tien Geboden zijn de ruggengraat van al de geïnspireerde woorden van God.
Paulus zegt, “Besneden zijn betekent niets, en onbesneden zijn betekent niets,
maar wèl het houden van Gods geboden” (1 Korinthiërs 7:19).

 

Een gids voor gedrag

 

Wanneer u de Bijbel ziet als een gids voor
menselijk gedrag, dan dienen de Tien Geboden als voornaamste opschrift van de
inhoudsopgave. De geboden vertellen niet afzonderlijk het gehele verhaal, maar
ze sommen het duidelijk op.

Jezus zei: “Meent niet, dat Ik gekomen ben om de wet of de profeten te
ontbinden; Ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen” (Mattheüs
5:17).

Met “vervullen” bedoelde
Hij dat Zijn onderwijs het toepassen van de geboden van God zou vergroten. Het
Griekse woord pleroo, wat vertaald “vervullen” is, betekent “vol maken,
helemaal vullen”. Andere geschikte uitdrukkingen voor pleroo in deze
context zijn “tot de rand vullen”, “tot hetzelfde niveau omhoog brengen”,
“volproppen”.

Jezus Christus benadrukte
Zijn discipelen dat zijn missie en doel het toevoegen of vol maken
de bedoelde betekenis van de Tien Geboden was.- niet opzeggen of wegnemen. Om
dit aan te geven, bevestigt Hij in dezelfde passage enige specifieke geboden en
dan breidt Hij hun toepassing enorm uit.

Hij richt Zijn aandacht
eerst op het gebod dat doodslag verbiedt.
“Gij hebt gehoord, dat tot de  

ouden
gezegd is: Gij zult niet doodslaan; en: Wie doodslag pleegt, zal vervallen aan
het gerecht. Maar Ik zeg u: Een ieder, die in toorn leeft tegen zijn broeder,
zal vervallen aan het gerecht. Wie tot zijn broeder zegt: Leeghoofd, zal
vervallen aan de Hoge Raad, en wie zegt: Dwaas, zal vervallen aan het
hellevuur” (verzen 21-22).

Jezus
Christus toonde dat het principe belichaamd in dit gebod verder gaat dan het
beroven van iemands leven. Het bevat het vernietigende effect van woede en
bitterheid. Christus legde uit dat iemand vervloeken en in ons hart haten er
ons ervan zou kunnen onthouden eeuwig leven te beërven. Met andere woorden,
Jezus toonde dat Zijn onderwijs het verlangde gedrag opgesomd in de Tien
Geboden versterkt en uitlegt.

 

Relaties
en de Tien Geboden

 

Toen
Jezus verklaarde dat alles geschreven in “de wet en de profeten”, onder de twee
grote geboden van liefde voor God en liefde voor de naaste valt, benadrukte Hij
het belang van relaties (Mattheüs 22:35-40). Hij vertelde ons dat elk gebod van
God een aspect van de modelmatige relaties omschrijven die we met elkaar of met
Hem moeten hebben.

Wanneer
we goed naar de Tien Geboden kijken, zien we dat de eerste vier omschrijven hoe
naar God te relateren – hoe gepaste liefde en respect voor onze
Schepper te tonen. De overige zes omschrijven het essentiële voor juiste
relaties met elkaar. Dit is fundamenteel voor begrip van Gods wetten en
hun belang. Ze zijn niet slechts voorschriften of rituelen. Degenen die ze in
dit licht stellen begrijpen Gods intentie en bedoeling voor het geven van Zijn
wet niet.

God
zegt ons duidelijk dat al Zijn geboden voor ons welzijn zijn. Ze hebben
een doel. Ze behoren een zegen en steun te zijn voor de mens. Ze
omschrijven de relaties die respect, samenwerking en stabiliteit voortbrengen
binnen elke gemeenschap die ze volledig begrijpt en toepast.

De
bedoeling van dit boekje is om u beter de Tien Geboden te leren begrijpen en
toe te passen. Teveel mensen zien ze slechts als een lijst van verboden en zijn
niet in staat hun echte doel te begrijpen. We hopen dat dit boekje uzal
inspireren om zo de wijsheid van God te waarderen dat u Zijn geboden zult zien
als uw maatstaf voor gedrag. Dit is het voorbeeld voor ons neergezet door Jezus
Christus (Johannes 15:10; 1 Petrus 2:21; 1 Johannes 2:6).

 

 

 

Het
Eerste Gebod:

 

Wat
Is Onze Hoogste Prioriteit?

 

“Ik
ben de Here, Uw God, die U uit het land Egypte, uit het diensthuis, geleid heb.
Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben” (Exodus 20:2-3).

 

Toen
Christus gevraagd werd welk van de wetten van de Schrift de grootste was,
antwoordde Hij met het gebod die het grootste belang benadrukte van onze
persoonlijke relatie met God:

“Gij zult de Here, uw God, liefhebben met
geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand” (Mattheüs
22:37; zie ook Deuteronomium 6:5).

Het vaststellen, ontwikkelen en
onderhouden van die persoonlijke relatie met de ware en

levende God is de belangrijkste verbintenis
die we kunnen maken. Dat is het voornaamste

punt van de Tien Geboden: “Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben”
(Exodus 20:3).

De grootste leidende kracht over ons leven,
dat wat onze idealen controleert, is ons middelpunt van verering. Vele dingen
kunnen de plaats vervangen van de verering van de ware God in ons hart en
verstand. De verering van zulke dingen in ons leven zal elke mogelijkheid van
het onderhouden van een echte relatie met God elimineren.

 

De basis van onze relatie met God  

 

De Bijbel is duidelijk wat betreft de basis
van onze relatie met God – Hij is onze Schepper!

De profeet Jesaja berispte het oude Israël niet in staat te zijn de
betekenis van het vertrouwen en eren van hun Schepper in hen te bevatten. “
Heft uw ogen naar omhoog
en ziet: Wie heeft dit alles geschapen? Hij, die het heer daarvan in groten
getale uitleidt en elk daarvan bij name roept door de grootheid zijner sterkte
en omdat Hij geweldig van kracht is; er blijft niet een achter”
(Jesaja 40:26).

“Waarom zegt gij, o Jakob, en spreekt, o
Israël: Mijn weg is voor de Here verborgen en mijn recht gaat aan mijn God
voorbij? Weet gij het niet, hebt gij het niet gehoord? Een eeuwig God is de
Here, Schepper van de einden der aarde. Hij wordt noch moede noch mat, Zijn
verstand is niet te doorgronden” (verzen 27-28).

Al wat we zijn, en alles wat we hebben, komt uiteindelijk van één bron
– God. Paulus waarschuwt ons “niet
hooghartig te zijn, en hun hoop gevestigd te houden niet
op onzekere rijkdom, doch op God, die ons alles rijkelijk ten gebruike geeft”
(1 Timotheüs 6:17). De enige betrouwbare garantie dat in onze toekomst zeker is
ligt in onze relatie met onze Schepper.

De Bijbel bevestigt dat
onze Maker zowel levend als echt is – de enige echte ware God. ”Doch de
Here is de waarachtige God, Hij is de levende God en een eeuwig Koning …”
(Jeremia 10:10).

Hij creëerde voor ons een
geweldige woonplaats – onze prachtige planeet. Hij vormde het om ons te
voorzien van alles wat we nodig hebben voor ons materieel welzijn en
overleving. Het is Zijn wens dat we plezier beleven aan Zijn geschenken aan ons
en deze waarderen.

Tegelijkertijd wil Hij
dat we begrijpen dat we nooit onze aanbidding moeten richten naar iets dat Hij
geschapen heeft of het beschouwen als de bron van ons leven en zegeningen.
Alleen de Schepper – nooit het geschapene – mag deze eer ontvangen.

 

De aanbidding van de natuur

 

Het aanbidden van de
natuur, of sommige aspecten van de natuur, is de basis geweest van de ene
afgodenreligie na de andere. “Eerdmans Handbook to the Bible” verklaart
beknopt de funderingen van religies die gelijktijdig met en geografisch dicht
bij het oude Israël lagen. “De grote afgoden culturen van Egypte en Mesopotamië
reflecteerden grondig hun fysieke omgeving. Hun religie, zoals dat van hun
buren de Hittieten en Kanaänieten, richtten zich op de natuur. Ze hadden
geen echte voorstelling van een enkele, almachtige Schepper-God. En dus
verklaarden ze de grillen van de natuur, landbouwgebeurtenissen en geografie
van de wereld om hen heen door een hele reeks goden” (1973, pag. 10).

De Egyptenaren en
Mesopotamiërs beschouwden de krachten van de natuur als krachtige geesten die
over hun omgeving regeerden. Deze bijgelovige aanbidding van de zon, maan en
sterren evenals “moeder” aarde en de meeste van zijn natuurlijke krachten,
zoals weerlicht, onweer, regen en vuur, bestaat nog steeds in sommige delen van
de wereld.

Ironisch genoeg is dit
onderliggend idee ook aangenomen door moderne religies die leren dat God min of
meer de totale opsomming is van de natuurlijke krachten van het universum. Maar
allen hebben één ding gemeen – ze slagen er niet in de Schepper van Zijn
schepping te onderscheiden.

Veel mensen stellen hun
vertrouwen in astrologie. Of ze het beseffen of niet, zodoende schrijven ze
goddelijke krachten toe aan de schepping – de sterren – in plaats
van aan hun Schepper.

God waarschuwt ons tegen deze praktijk. “En
dat gij ook uw ogen niet opslaat naar de hemel, en de zon, de maan en de
sterren, het gehele heer des hemels, aanziet en u laat verleiden u voor die
neer te buigen en hen te dienen, die de Here, uw God, heeft toebedeeld aan alle
volken onder de ganse hemel; en dat gij ook uw ogen niet opslaat naar de hemel,
en de zon, de maan en de sterren, het gehele heer des hemels, aanziet en u laat
verleiden u voor die neer te buigen en hen te dienen, die de Here, uw God,
heeft toebedeeld aan alle volken onder de ganse hemel” (Deuteronomium 4:19).
Astrologie is een manier om naar de schepping te kijken in plaats van naar de
Schepper voor bovennatuurlijke leiding.

Het vereren van de schepping is de hoeksteen geworden van de
hedendaagse materialistische, wereldse zienswijze van het universum. De theorie
dat leven van inerte massa evolueerde is een poging de schepping – ons
verbazingwekkende universum – te verklaren zonder de intelligentie van een
Schepper.

Verantwoordelijke wetenschappers ontkennen het geloof in de spontane
ontwikkeling van leven. Sommigen hebben de wetenschappelijke onmogelijkheid
aangetoond van evoluerend leven uit het nietlevende. Onderzoek toont aan dat
cellen, de bouwstenen van leven, van zoveel complexe en interactieve en
onveranderbare complexe systemen zijn gemaakt dat de mogelijkheid van spontaan
ontstaan leven zelfs de meest extreme zienswijzen van de wetten van
waarschijnlijkheid tarten.

Michael Behe, hoogleraar biochemie aan Het Lehigh University,
Bethlehem, Pennsylvania, schrijft: “Het resultaat van deze cumulatieve
inspanningen om de cel te onderzoeken – leven onderzoeken op moleculair
niveau – is een luide, heldere doordringende schreeuw van ‘ontwerp!’. Het resultaat is zo ondubbelzinnig
en zo significant dat het gerangschikt moet worden als een van de grootste
prestaties in de geschiedenis van de wetenschap” (Darwin’s Black Box,
1966, pag. 232-233). Dr. Behe ontkent zelfs de mogelijkheid dat leven
geëvolueerd zou kunnen zijn. Met andere woorden, solide wetenschappelijk bewijs
maakt het nu duidelijk dat het bestaan van de schepping een Schepper nodig
heeft. (Voor meer informatie hierover kunt u onze gratis boekjes aanvragen. In
het Nederlands: Bestaat God?
En in het Engels: Creation or Evolution: Does It Really Matter What
You Believe?).

 

Waarom
mensen zich wenden tot bijgeloof en afgoderij

 

Ongeveer 2000 jaar geleden verklaarde de
apostel Paulus dat de al te menselijke neiging om intelligentie en
leven-gevende krachten aan de fysieke schepping toe te kennen een belangrijke
bron is geweest van bijgeloof en religieuze blindheid. “
Immers, hoewel zij God kenden,
hebben zij Hem niet als God verheerlijkt of gedankt, maar hun overleggingen
zijn op niets uitgelopen, en het is duister geworden in hun onverstandig hart. Bewerende
wijs te zijn, zijn zij dwaas geworden, en zij hebben de majesteit van de
onvergankelijke God vervangen door hetgeen gelijkt op het beeld van een
vergankelijk mens, van vogels, van viervoetige en van kruipende dieren. Daarom
heeft God hen in hun hartstochten overgegeven aan onreinheid, zodat bij hen het
lichaam onteerd wordt.
Zij immers hadden de waarheid Gods
vervangen door de leugen en het schepsel vereerd en gediend boven de
Schepper, die te prijzen is tot in eeuwigheid” (Romeinen 1:21-25).

Het Eerste Gebod waarschuwt ons een religie of
een filosofie dat leert dat ons leven en welzijn ontstond met of afhangt van
iets anders dan de ene ware God niet te accepteren. Er is geen Pantheon van
afgoden. Er is geen andere bron van leven of zegeningen dan God. Er is geen
andere macht dat heerst over de hemelen en de aarde. “
Zie, van de Here, uw God, is de
hemel, ja, de hemel der hemelen, de aarde en alles wat daarop is”
(Deuteronomium 10:14).

Hij
alleen schiep en onderhoudt het universum waarin wij bestaan.

Dit
is de krachtige boodschap van het Eerste Gebod. We moeten onze Schepper –
de God die wonderen uitvoert, en Die het oude Israël uit Egyptische slavernij
leidde – aanbidden en dienen en ons bestaan en zegeningen toeschrijven
aan geen andere bron. We moeten Hem liefhebben, respecteren en eren – een
echte, persoonlijke relatie met Hem hebben.

 

Hoe kan de ware God meer reëel voor ons zijn?

 

Het is door Gods opmerkelijke werken dat we het beste Gods karakter
kunnen bevatten. David omschrijft zijn enthousiaste bewondering voor Gods
interesse en zorg voor Zijn schepping. “
Ik zal van de heerlijke luister uwer majesteit en van uw
wonderdaden gewagen.
 Zij zullen spreken van de macht uwer geduchte daden, en uw
grootheid wil ik vertellen.
Zij zullen de roem uwer grote goedheid verkondigen, en jubelen
over uw gerechtigheid. Genadig en barmhartig is de Here, lankmoedig en groot
van goedertierenheid De Here is voor allen goed, en Zijn barmhartigheid is over
al Zijn werken” (Psalm 145:5-9).

Een ander Psalm roept
uit: “Dat zij de Here loven om Zijn goedertierenheid en om Zijn wonderen aan de
mensenkinderen, omdat Hij de dorstende ziel heeft gelaafd en de hongerende ziel
met het goede vervuld” (Psalm 107:8-9).

Mozes voegt er aan toe
dat onze Schepper “wees en weduwe recht doet en de vreemdeling liefde bewijst
door hem brood en kleding te geven” (Deuteronomium 10:18). Jezus legt uit dat
God liefdevol en genadig is naar alles en iedereen: “Hij laat zijn zon opgaan
over bozen en goeden en laat het regenen over rechtvaardigen en
onrechtvaardigen” (Mattheüs 5:45). God is bezorgd over het welzijn van alle
mensen – zelfs degenen die leven in onwetendheid van Zijn bestaan.

Waarom is het zo belangrijk dat we de
fundamenten van Gods karakter begrijpen? Het is essentieel dat we God begrijpen
omdat Hij in ons datzelfde karakter wil scheppen – Zijn goddelijke
natuur. Petrus zegt dat God ons “met kostbare en zeer grote beloften begiftigt,
opdat gij daardoor deel zoudt hebben aan de goddelijke natuur…” (2 Petrus 1:4).

Dit begrip brengt een enorme verandering van
denken met zich mee. Zoals Paulus zegt: “En wordt niet gelijkvormig aan deze
wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken…” (Romeinen
12:2). Wat voor vernieuwing zou er in ons denken moeten plaatsvinden? Paulus
legt uit: “
Laat
die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was” (Filippenzen
2:5). God wil dat wij worden zoals Hij, door ons denken, onze houding en onze levensopvatting
aan die van Hem te imiteren, geïllustreerd door ons perfecte voorbeeld, Jezus
Christus.

Hoe
kan deze verandering van denken plaatsvinden?

 

Onze Afhankelijkheid van de God Die Ons
Schiep

 

Beseffen wij
hoe fragiel ons bestaan is, hoe we constant afhankelijk zijn van Gods zorg? Zou
God zelfs maar een paar graden van de gemiddelde temperatuur van het
aardoppervlak veranderen, dan zou het perfect balancerende ecologisch systeem
dat noodzakelijk is voor ons bestaan vernietigd zijn. Slechts minimale
veranderingen in de atmosfeer van de aarde zou vernietigende radioactiviteit
toelaten ons onvruchtbaar te maken, met als gevolg dat menselijk leven snel uitgeroeid
zou worden.

Tenzij de
delicate balans van stikstof, zuurstof, koolzuurgas, ozon en andere essentiële
gassen en elementen constant wordt gehouden in de atmosfeer, zou leven zoals
wij dat kennen op de planeet aarde niet kunnen bestaan.

Dezelfde
balans is evident in de hoeveelheid en distributie van water in oceanen, meren,
rivieren, gletsjers, waterdoorlatend gesteente en bergsneeuw in verhouding tot
de landmassa van de aarde. De efficiënte verspreiding van water is essentieel
voor juiste irrigatie van het aardoppervlak. Het ongelooflijke weersysteem van
de aarde stelt ons in staat voedsel te verbouwen, het land te reinigen van
afval en te voorzien in ontelbare behoeften – en laten we de recreatie en
schoonheid die het verschaft niet vergeten.

Elke dag zijn we afhankelijk van deze
delicate balans. God openbaart dat Hij dit alles actief regelt en controleert.
Hij is het Wezen “
Die de wereld gemaakt heeft en al wat daarin is, Die een Heer is
van hemel en aarde, woont niet in tempels met handen gemaakt, en laat Zich ook
niet door mensenhanden dienen, alsof Hij nog iets nodig had, daar Hij Zelf aan
allen leven en adem en alles geeft” (Handelingen 17:24-25).

Ondanks Gods grootheid, macht en majesteit, is Hij niet ver “van
een ieder van ons. Want in Hem leven wij, bewegen wij ons en zijn wij…” (verzen
27-28).

 

 

 

Kennis maken met de ware God

 

We leren God kennen door Zijn wegen te praktiseren en trachten de
liefde voor anderen te imiteren die Zijn denken motiveren. “
En hieraan onderkennen
wij, dat wij Hem kennen: Indien wij Zijn geboden bewaren” (1 Johannes 2:3). En:
“Wie niet liefheeft, kent God niet, want God is liefde” (1 Johannes 4:8).

De Bijbel is een
handleiding die ons vertelt wat we moeten weten over God. Jezus

Christus zegt, “Niet
alleen van brood zal de mens leven, maar van alle woord, dat uit de mond Gods
uitgaat” (Mattheüs 4:4; zie ook Deuteronomium 8:3). Paulus legde uit dat “elk
van God ingegeven schriftwoord is ook nuttig om te onderrichten, te weerleggen,
te verbeteren en op te voeden in de gerechtigheid, opdat de mens Gods volkomen
zij, tot alle goed werk volkomen toegerust” (2 Timotheüs 3:16-17).

Om God te kennen, moeten we dat
geïnspireerde Schrift bestuderen. “Maak er ernst mede u wel beproefd ten
dienste van God te stellen, als een arbeider, die zich niet behoeft te schamen,
doch rechte voren trekt bij het brengen van het woord der waarheid” (2
Timotheüs 2:15).

 

De gezinsrelatie

 

De relatie die God met ons wil is die van kinderen met hun Vader.
En Ik zal u
tot Vader zijn en gij zult Mij tot zonen en dochteren zijn, zegt de Here, de
Almachtige” (2 Korinthiërs 6:18).

Hierin ligt het
fantastisch doel van ons bestaan – de voortdurende ontwikkeling van
rechtvaardig karakter en onze uiteindelijke bestemming als leden van Gods gezin
(zelfde vers; Mattheüs 5:48).

De apostel Johannes
benadrukt het belang van deze bijzondere relatie: “Ziet, welk een liefde ons de
Vader heeft gegeven, dat wij kinderen Gods genoemd worden, en wij zijn het ook.
Daarom kent de wereld ons niet, omdat zij Hem niet kent. Geliefden, nu zijn wij
kinderen Gods en het is nog niet geopenbaard, wat wij zijn zullen; maar
wij weten, dat, als Hij zal geopenbaard zijn, wij Hem gelijk zullen wezen; want
wij zullen Hem zien, gelijk Hij is. En een ieder, die deze hoop op Hem heeft,
reinigt zich, gelijk Hij rein is” (1 Johannes 3:1-3).

Het was voor dit doel dat
Jezus Christus werd geboren om de Redder van de mensheid te zijn:

“Maar wij zien Jezus, die voor een korte tijd
beneden de engelen gesteld was vanwege het lijden des doods, opdat Hij door de
genade Gods voor een ieder de dood zou smaken, met heerlijkheid en eer
gekroond. Want het voegde Hem, om wie en door wie alle dingen bestaan, dat Hij,
om vele zonen tot heerlijkheid te brengen, de Leidsman hunner behoudenis door
lijden heen zou volmaken. Want Hij, die heiligt, en zij, die geheiligd worden,
zijn allen uit een; daarom schaamt Hij Zich niet hen broeders te noemen”
(Hebreeën 2:9-11).

Dit is het fantastische doel waartoe u werd
geboren – een lid te worden van het gezin van God!

Wat een opmerkelijke liefde heeft God, de
Schepper van het universum, voor ons in petto. Hij wil dat wij een deel van
Zijn gezin zijn, om eeuwig in Zijn Koninkrijk te leven. Hij zegt ons wat onze
grootste prioriteit in dit leven is: “Z
oekt eerst Zijn Koninkrijk en Zijn gerechtigheid” (Mattheüs
6:33). Onze hemelse Vader gaf ons dit leven om een permanente relatie met Hem
te bewerkstelligen opdat we eeuwig leven kunnen ontvangen als Zijn kinderen.

We
behoren Hem zo lief te hebben, te eren en respecteren
dat
alleen Hij de hoogste autoriteit en voorbeeld in ons leven is. Hij alleen is
God. We behoren niets in de weg te laten komen om Hem te dienen en gehoorzamen.

 



Het Tweede Gebod:

 

Hoe is God?

 

“Gij zult u geen gesneden
beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden
op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is.
Gij
zult u voor die niet buigen, noch hen dienen; want Ik, de Here, uw God, ben een
naijverig God, Die de ongerechtigheid der vaderen bezoek aan de kinderen, aan
het derde en aan het vierde geslacht van hen die Mij haten, en Die
barmhartigheid doe aan duizenden van hen die Mij liefhebben en Mijn geboden
onderhouden” (Exodus 20:4-6).

 

 

Het Tweede Gebod gaat tot de kern van onze
relatie met onze Schepper. Het behandelt verscheidene cruciale vragen: Hoe zien
wij God? Hoe verklaren wij Hem voor onszelf en anderen? Afgoden zijn representaties
van valse, niet bestaande goden, maar mogen we foto’s of andere afbeeldingen
gebruiken die de ware God representeren? Bovenal, wat is de juiste wijze om de
ene ware God te aanbidden?

In het Eerste Gebod hebben we geleerd dat het
verkeerd is om enig geschapen ding, inclusief een menselijk wezen, belangrijker
voor ons te laten worden dan onze Schepper. Het Tweede Gebod verschilt van het
Eerste in zoverre dat het uitlegt, dat in onze aanbidding, we God niet
moeten reduceren tot een gelijkenis van een fysiek object.
Dit te doen is
zonder meer onaanvaardbaar voor God.

Het Tweede Gebod verbiedt ons uitdrukkelijk
het gebruik van enige vorm van levenloze of dode afbeeldingen – “enige
gelijkenis van iets dat in de hemelen is, of dat onder de aarde is,” – bij
de aanbidding van de levende God.

Toch heeft God op aarde een gelijkenis van
Hemzelf gemaakt – in menselijke wezens.

Hij zegt ons duidelijk dat Hij “de mens naar Zijn beeld
[schiep]; naar Gods beeld schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen” (Genesis
1:27).

Menselijke wezens –
afstammelingen van Adam en Eva – zijn levende afbeeldingen van de
levende God.
Van al Gods schepselen, zijn wij naar Zijn beeld gecreëerd.
“…Ten dage, dat God Adam schiep, maakte Hij hem naar de gelijkenis Gods; man en
vrouw schiep Hij hen, en Hij zegende hen en noemde hen ‘mens’ ten dage, dat zij
geschapen werden”(Genesis 5:1-2).

Onze Schepper is een
levende God, niet een levenloos beeld, figuur of foto. Enige representatie van
Hem maken, vervormt en beperkt onze perceptie van wat Hij werkelijk is, en
beschadigt zo onze relatie met Hem.

Van alle dingen op aarde
of in de hemelen reflecteren alleen levende menselijke wezens realistisch een
redelijke gelijkenis van de levende God. Op dezelfde manier was Jezus Christus
als een mens in de gelijkenis van Zijn Vader. Niet alleen maakte God mensen
naar Zijn beeld, Hij creëerde ons om nog meer zoals Hem te worden. Zoals God te
worden – Zijn eigen karakter in ons ontwikkelen – is waar ons bestaan om
draait. Daarom is het zo belangrijk een duidelijk beeld te krijgen van wat God
met het Tweede Gebod duidelijk wil maken.

 

Alleen God kan openbaren hoe Hij is

 

In zekere zin vertelt God
de mensheid in het Tweede Gebod: “Probeer Mij niet te vertellen hoe Ik ben, IK
zal u vertellen hoe Ik ben! Het is belangrijk dat u goed begrijpt dat Ik
geen afbeeldingen van Mijzelf zal accepteren.”

Wij hebben een
realistisch begrip nodig van hoe wij als God zijn in onze huidige situatie. We
moeten ook weten hoe we zijn bestemd om zelfs meer zoals Hem te worden.

God geeft ons creatieve en leiderschapsmogelijkheden
die gelijk zijn aan de Zijne, ofschoon op een veel kleinere schaal. Van Zijn
stoffelijke schepping hebben alleen wij een echt denkvermogen. Onze geest kan
redeneren, analyseren, de toekomst plannen en visualiseren. Wij creëren
literatuur, kunst, muziek en poëzie. We ontwerpen en bouwen. We kunnen
organiseren, beheren en controle voeren over dingen, dieren en mensen. We zijn
– op beperkte wijze – in veel dingen zoals God.

Maar op andere gebieden zijn wij, als
menselijk wezen, verre van gelijk aan Hem.Ons karakter neigt naar zwakheid.
Onze relaties met elkaar laten veel te wensen over. Ons geestelijk begrip is
beperkt en vaak gebrekkig en verwrongen. Onze waarnemingen zijn vaak
onnauwkeurig. We zijn bevooroordeeld in onze opinies. We zijn vooringenomen en
zijn snel geneigd in conflicten te geraken. In al deze geestelijke gebieden
schieten we tekort in het zijn zoals God is. Ofschoon God ons beperkte
mogelijkheden en karakteristieken vergelijkbaar aan de Zijne heeft gegeven, hebben
we veel ontwikkeling en fijne afstelling nodig, voordat we worden zoals Hij in
natuur en karakter.

 

Het perfecte voorbeeld

 

We zijn echter niet zonder een perfect
patroon van Gods karakter. Jezus Christus, als een menselijk wezen, heeft zo perfect
weergegeven
hoe God is, dat Hij Zijn discipelen heeft verteld: “Wie Mij
gezien heeft, heeft de Vader gezien…” (Johannes 14:9).

Paulus omschrijft Jezus Christus als “het beeld van de onzichtbare God,
de Eerstgeborene der ganse schepping” (Kolossenzen 1:15). Hij omschrijft een
christen als iemand die “
de oude mens met zijn praktijken afgelegd, en de nieuwe aangedaan [heeft],
die vernieuwd wordt tot volle kennis naar het beeld van zijn Schepper” (Kolossenzen
3:9-10).

God wil de geestelijke
natuur van de mens veranderen. Net zoals Christus “het beeld van de onzichtbare
God” is, zo wil God de Vader ons karakter naar Zijn beeld
veranderen. De tijd komt wanneer God diegenen, die in hart en verstand geworden
zijn zoals Hij, zal transformeren van een fysiek naar een geestelijk bestaan.

Paulus beschrijft aan de Kerk in Korinthe
hoe dit zal gebeuren. “Dit spreek ik evenwel uit, broeders: vlees en bloed
kunnen het Koninkrijk Gods niet beërven en het vergankelijke beërft de
onvergankelijkheid niet. Zie, ik deel u een geheimenis mede. Allen zullen wij
niet ontslapen, maar allen zullen wij veranderd worden, in een ondeelbaar
ogenblik, bij de laatste bazuin, want de bazuin zal klinken en de doden zullen
onvergankelijk opgewekt worden en wij zullen veranderd worden. Want dit vergankelijke
moet onvergankelijkheid aandoen en dit sterfelijke moet onsterfelijkheid
aandoen”(1 Korinthiërs 15:50-53).

Zo zal God de wonderbaarlijke transformatie
van mensen die als Hem worden voltooien. Johannes beschreef dezelfde ultieme
transformatie toen hij schreef: “Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods en het is
nog niet geopenbaard, wat wij zijn zullen; maar wij weten, dat, als Hij
zal geopenbaard zijn, wij Hem gelijk zullen wezen; want wij zullen Hem
zien, gelijk Hij is” (1 Johannes 3:2).

Onze bestemming is om te zijn zoals God is
– vooropgesteld dat wij ons leven aan Hem overgeven in gehoorzaamheid aan
Zijn geboden. (Voor meer informatie kunt u onze gratis boekjes aanvragen: Wat
is uw bestemming
en De weg tot het eeuwig leven).

 

God vereist
verantwoording

 

Dit brengt ons naar het laatste deel van het
Tweede Gebod: “want Ik, de Here, uw God, ben een naijverig God, Die de
ongerechtigheid der vaderen bezoek aan de kinderen, aan het derde en aan het
vierde geslacht van hen die Mij haten, en Die barmhartigheid doe aan duizenden
van hen die Mij liefhebben en Mijn geboden onderhouden” (Exodus 20:5-6).

God houdt ons verantwoordelijk voor onze
woorden en daden. Buigen voor een afgod om eer te brengen aan iemand’s eigen
afbeelding van God mag zich voordoen als een daad van grote aanbidding als men
onwetend is van Gods grote doel voor de mensheid. Maar God verwacht van hen die
Hem aanbidden in waarheid en begrip hun liefde voor Hem te demonstreren door
Zijn geboden te houden vanuit het hart, niet met het doorlopen van nutteloze
rituelen voor enig object.

Jezus maakte dit duidelijk toen Hij zei, “God is geest en wie Hem
aanbidden, moeten aanbidden in geest en in waarheid” (Johannes 4:24). We
behoren God niet te aanbidden met afbeeldingen en nietszeggende rituelen. Jezus
verklaarde dat “de waarachtige aanbidders de Vader aanbidden zullen in geest en
in waarheid; want de Vader zoekt zulke aanbidders” (vers 23).

Kennis
en begrip van de waarheid van God zijn essentiëel voor het ontwikkelen van
heilig, rechtvaardig karakter welke Hij in ons verlangt te creëren. Dat
betekent dat we moeten leren en groeien (2 Petrus 3:18).

We lezen, “Mijn zoon, indien gij Mijn woorden
aanneemt en Mijn geboden bij u bewaart, zodat uw oor de wijsheid opmerkt en gij
uw hart neigt tot de verstandigheid, ja, indien gij tot het inzicht roept en
tot de verstandigheid uw stem verheft; indien gij haar zoekt als zilver en naar
haar speurt als naar verborgen schatten, dan zult gij de vreze des Heren
verstaan en de kennis Gods vinden” (Spreuken 2:1-5).

Wanneer we eenmaal begrip krijgen van Gods
openbaring, houdt Hij ons verantwoordelijk voor wat we weten. We moeten deze
geopenbaarde kennis toepassen in ons leven. Alleen zij die doen wat ze
leren wat ze moeten doen zijn ware aanbidders van God (Romeinen 2:13; Jakobus
1:22-25). De apostel Johannes was duidelijk: “Wie zegt: Ik ken Hem, en Zijn
geboden niet bewaart, is een leugenaar en in die is de waarheid niet”(1
Johannes 2:4).

God gehoorzamen is Hem aanbidden door Hem
trachten te imiteren
, door te denken en te leven zoals Hij zou doen.
Het houdt in van binnen te worden zoals Hij is. We moeten Hem willen toelaten
ons geestelijk te vormen naar Zijn gelijkenis. We eren en prijzen Hem door de manier waarop we leven.

 

Gods Vele Namen
Openbaren Veel Over Hem

 

De Bijbel
gebruikt een verscheidenheid van namen voor God.Hij noemt de dingen zoals ze
zijn, en Hij noemt Zichzelf wat Hij is.

Sommige van
Zijn namen omschrijven Zijn attributen en karakteristieken. Andere zijn titels
van positie, macht en autoriteit. De Bijbel noemt Hem “de Oude van Dagen”en “de
Allerhoogste”. Hij is geopenbaard als onze Schepper, onze Vader, onze
Voorziener, onze Heer, onze Koning, onze Genezer, onze Verlosser en onze
Heiland.

Om het
belang van de betekenis van een goddelijke naam te begrijpen, zullen we de
meest belangrijke naam voor God in het Oude Testament bestuderen. In het
Hebreeuws is het Jahweh, vaak vertaald als
HEER
(met hoofdletters). Deze naam onderscheidde Hem van de valse goden van andere
naties. Het zette Hem apart als de levende, ware God voor de mensen van Israël.

Jahweh is afgeleid van een Hebreeuws stamwoord wat betekent “zijn”. God
gebruikte dit woord in Exodus 3:14 toen Mozes aan God om Zijn naam vroeg. God
antwoordde dat Zijn naam is “
IK BEN DIE IK BEN” of,
misschien zelfs nauwkeuriger, “
IK ZAL ZIJN WAT IK ZAL ZIJN”.

God maakte
Zijn aanwezigheid bekend aan het oude Israël gedurende de tijd van de uittocht
in een vuurkolom in de nacht en een wolkkolom overdag. Hij had Zich al bekend
gemaakt aan Mozes door een brandende struik. Deze naam maakt duidelijk dat de
levende God, met betrekking tot ons, kan zijn – en kan doen – wat
Hij wenst. Hij kan Zijn macht openbaren en Zich aan ons presenteren op elke
manier die Hij verkiest.

De Bijbel
vertelt ons dat de naam Jahweh “ de eeuwige God”(Genesis 21:33)
karakteriseert. In betekenis is het gelijk aan “de Alfa en de Omega, de Eerste
en de Laatste, het Begin en het Einde” in de Griekse taal (Openbaringen 22:13).
Het kan in het Nederlands vertaald worden als “de Eeuwige”.

Deze
omschrijvingen van God benadrukken duidelijk dat onze Schepper altijd heeft
bestaan en altijd zal bestaan. Hij heeft niet alleen eeuwig leven in Zichzelf,
Hij heeft ook de macht onsterfelijkheid als een gift te schenken aan degenen
die Hem behagen.

Door het
vertalen van Gods naam van de ene naar de andere taal, is het behouden van de
betekenis van de naam – niet de spraakklank – belangrijk. Het Oude
Testament werd hoofdzakelijk geschreven in het Hebreeuws, het Nieuwe Testament
in het Grieks. De namen van God zijn vrij vertaald van het Hebreeuws naar het
Grieks, waarmee ons een duidelijk voorbeeld is gesteld dat het vertalen van
Gods naam van de ene naar de andere taal volledig acceptabel is.

Onthoud
slechts dat God wil dat wij Hem herkennen en accepteren zoals Hij is. Daarom is
de betekenis, niet de klank of spelling, van Zijn namen van groter belang, daar
de Bijbel is vertaald van de ene naar de andere taal.

 

Verraderlijke effecten van afgoderij

 

Een afbeelding, schilderij of foto van een
afgod heeft leven noch macht. Zelfs al wisten we precies hoe God eruit ziet
– wat we niet weten – zouden we geen iconen ontwerpen die de vele
facetten van Zijn karakter beschrijven die ons zijn geopenbaard door Zijn
Woord. Soms handelt God met tederheid en genade; dan weer handelt Hij met grote
wraak en macht. Hij wil niet dat wij Hem beschouwen als bevroren in één
karakteristieke vorm van persoonlijkheid of karakter met uitsluiting van Zijn
vele andere eigenschappen. Hij vraagt ons over Hem te lezen, te leren hoe Hij
is en Hem imiteren.

Na het schrijven van de Tien Geboden op de
stenen tafelen, legde God uit waarom Hij geen gebruik wenste van afbeeldingen
om Hem te aanbidden. “Neemt u er dan terdege voor in acht (want gij hebt
generlei gedaante gezien op de dag dat de Here op Horeb tot u sprak uit het
midden van het vuur) dat gij niet verderfelijk handelt door u een gesneden
beeld te maken in de gedaante van enige afgod: een afbeelding van een mannelijk
of vrouwelijk wezen; een afbeelding van een of ander dier op de aarde; een
afbeelding van een of ander gevleugeld gevogelte, dat langs de hemel vliegt;
een afbeelding van een of ander gedierte, dat op de aardbodem kruipt; een
afbeelding van een of andere vis, die in het water onder de aarde is; en dat
gij ook uw ogen niet opslaat naar de hemel, en de zon, de maan en de sterren,
het gehele heer des hemels, aanziet en u laat verleiden u voor die neer te
buigen en hen te dienen, die de Here, uw God, heeft toebedeeld aan alle volken
onder de ganse hemel; terwijl de Here u genomen en uit de ijzeroven, uit
Egypte, geleid heeft om voor Hem te zijn tot een eigen volk, zoals dit heden
het geval is” (Deuteronomium 4:15-20).

God wilde dat de Israëlieten onthielden dat
zij de levende God dienden te aanbidden, niet een afgod, en altijd hun
aanbidding richtten naar hun Schepper en nooit naar objecten van Zijn
schepping. Hij gebood hun: “Neemt u ervoor in acht, dat gij het verbond van de
Here, uw God, dat Hij met u gesloten heeft, niet vergeet en u een beeld maakt
in de gedaante van iets, dat de Here, uw God, u verboden heeft” (Deuteronomium
4:23). Afbeeldingen van afgoden, gegraveerd en geschilderd op muren, aardewerk
en andere artikelen zijn inbegrepen bij de verboden en afgodische voorwerpen
(Numeri 33:52).

 

Afgoderij en immoraliteit

 

In de afgodsreligies van de oude wereld, werd
geloofd dat verscheidene goden en godinnen invloed of controle hadden op het
weer en productiviteit van dieren, aarde en planten. Om grotere vruchtbaarheid
te bemoedigen, deden aanbidders mee aan vruchtbaarheid rituelen, waaronder seks
met andere aanbidders en priesters en priesteressen van deze valse goden.
Immoraliteit werd het middelpunt van hun aanbidding. Jonge vrouwen werden
ingewijd in het vrouwzijn door dienst te nemen als tempelprostituees. Van
mannen werd verwacht dat zij de tempelbordelen bezochten in aanbidding tot hun
plaatselijke afgoden. Immoraliteit en degeneratie werden bekleed in religieuze
kledij en fatsoenlijk beschouwd.

Dit is waarom afgoderij en immoraliteit zo
vaak in de Bijbel zijn verbonden. Paulus schreef over het probleem: “Doodt dan
de leden, die op de aarde zijn: hoererij, onreinheid, hartstocht, boze begeerte
en de hebzucht, die niet anders is dan afgoderij” (Kolossenzen 3:5).

Petrus verbond gedrag waar je zelf behagen in
schept met afgoderij. “Want er is tijd genoeg voorbijgegaan met het volbrengen
van de wil der heidenen, toen gij wandeldet in allerlei losbandigheid,
begeerten, dronkenschap, brassen, drinken en onzedelijke afgoderij.Daarom
bevreemdt het hen, dat gij u niet met hen stort in diezelfde poel van
liederlijkheid, en zij belasteren u” (1 Petrus 4:3-4).

 

De macht achter de schermen

 

Afgoderij in elke vorm wordt zowel in het
Nieuwe Testament als in het Oude Testament sterk veroordeeld. Paulus prees
christenen die “van de afgoden tot God bekeerd zijn, om de levende en
waarachtige God te dienen” (1 Tessalonicenzen 1:9) en waarschuwde anderen: “
Daarom dan, mijn
geliefden, ontvlucht de afgoderij” (1 Korinthiërs 10:14).

Veel belangrijker is dat dezelfde apostel
verklaarde waarom het gebruik van afbeeldingen van afgoden als hulpmiddel bij
aanbidding zo slecht is. “Wat wil ik hiermede dan zeggen? Dat een afgodenoffer
iets is, of dat een afgod iets is? Integendeel, dat hun offeren een offeren is
aan boze geesten en niet aan God en ik wil niet, dat gij in gemeenschap komt
met de boze geesten” (1 Korinthiërs 10:19-20).

Diep begraven binnen de iconen en de andere
afbeeldingen van afgoderij, is de onzichtbare hand van Satan aan het werk.
“Indien dan nog ons evangelie bedekt is, is het bedekt bij hen, die verloren
gaan, ongelovigen, wier overleggingen de god dezer eeuw met blindheid heeft
geslagen, zodat zij het schijnsel niet ontwaren van het evangelie der
heerlijkheid van Christus, die het beeld Gods is” (2 Korinthiërs 4:3-4).

Satan traint mensen, in hun gedachten, om
zelfs de Zoon van God als een levenloze, dode afbeelding te visualiseren.
Satans doel is de aandacht af te leiden van Jezus Christus als de krachtige
en perfect levende gelijkenis van de levende God
omschreven in de vier
Evangeliën, door het verblinden van bijna de gehele mensheid (Openbaring 12:9)
voor het belang van Gods geboden. Satan heeft succesvol veel van de belijdende
adoratie voor Christus van de christelijke wereld doen afbuigen naar iconen en
afbeeldingen – in strijd met de duidelijke instructies van het Tweede
Gebod.

 

Vergeet niet waarom wij werden geschapen

 

Het Tweede Gebod is
een constante herinnering dat, van alle geschapen dingen, alleen wij naar de
gelijkenis van God zijn gemaakt. Alleen wij kunnen veranderd worden in de
geestelijke gelijkenis van Christus, die in het vlees kwam als de perfecte
geestelijke gelijkenis van onze hemelse Vader. Dit gebod beschermt onze
bijzondere relatie met onze Schepper, die ons naar Zijn gelijkenis heeft
gemaakt en ons nog steeds vormt naar Zijn geestelijke gelijkenis.

Het Tweede Gebod
herinnert ons eraan dat God veel groter is dan iets wat we kunnen zien of
voorstellen.
We moeten die kennis nooit terzijde laten schuiven door het
gebruik van enige afbeelding of gelijkenis in onze aanbidding van God.

 

 

 

Het Derde Gebod

 

Van Godslastering naar Lof

 

“Gij zult de naam van de Here, uw God, niet
ijdel gebruiken, want de Here zal niet onschuldig houden wie Zijn naam ijdel
gebruikt” (Exodus 20:7).

 

Het Derde Gebod richt zich op het tonen van
respect. Het behandelt de manier waarop we onze gevoelens over God uitdragen
naar anderen en naar Hem. Het omvat onze houding, taalgebruik en gedrag.

Respect is de hoeksteen van goede relaties. De
kwaliteit van onze relatie met God hangt af van de liefde en achting die we
voor Hem hebben. Ook hangt het af van de wijze waarop we Hem respecteren in het
bijzijn van anderen. We worden geacht altijd te eren wie en wat Hij is.

Omgekeerd, het gebruik van Gods naam op een
spottende, vernederende of oneerbiedige wijze toont een houding van minachting voor
de relatie die we met Hem veronderstellen te zouden moeten hebben. Dit kan
variëren van achteloze onvoorzichtigheid tot onvriendelijkheid en vijandschap.
Het behandelt het op enige wijze misbruiken van Gods naam.

De Gereviseerde Lutherse vertaling (1994)
vertaalt het Derde Gebod als volgt: “Gij zult den naam van den Heer, uwen God,
niet misbruiken, want de Heer zal niet ongestraft laten wie zijnen naam
misbruikt.” De betekenis van het Hebreeuwse woord saw,vertaald als
“verkeerd gebruik”en “misbruik”- “ijdel” in andere vertalingen – is
“oneerlijk; misleiding; kwaadaardigheid; valsheid; leegte” (Vine’s Complete
Expository Dictionary of Old and New Testament Words,
“Deceit”). God eist
dat we Hem accuraat, oprecht en respectvol vertegenwoordigen als een voorwaarde
om een hechte relatie met Hem te hebben.

 

God en Zijn naam respecteren

 

Laten we eens een paar manieren overwegen hoe
we met Gods naam geassocieerd zouden moeten zijn. God schiep ons naar Zijn
beeld met een mogelijkheid om Zijn kinderen te worden. Degenen die de Geest van
God ontvangen zijn leden van Gods Kerk. De wetten van God definiëren voor ons
juiste normen en waarden en onze hoop ligt in het deelhebben aan Gods
Koninkrijk.

Alles wat voor ons belangrijk is een gift van
God, “Want in Hem leven wij, bewegen wij ons en zijn wij,…” (Handelingen
17:28).

Merk op hoe krachtig het boek Psalmen respect
voor God benadrukt. “Loof de Here, mijn ziel. Here, mijn God, Gij zijt zeer
groot, Gij hebt U met majesteit en luister bekleed” (Psalm 104:1). “De ganse
aarde vreze voor de Here, al de bewoners der wereld moeten voor Hem ontzag
hebben” (Psalm 33:8).

Koning David schreef: “Ik zal U verhogen, mijn
God, Gij Koning, ik zal uw naam prijzen voor altoos en immer; te allen dage zal
ik U prijzen, uw naam loven voor altoos en immer. De Here is groot en zeer te
prijzen, Zijn grootheid is ondoorgrondelijk” (Psalm 145:1-3).

 

Godslastering en platte taal

 

Waarschijnlijk is godlastering
de meest voor de hand liggende manier om het Derde Gebod te overtreden: Gods
naam in een beledigende, vulgaire en oneerbiedige platte taal en jargon
gebruiken. Het ontheiligen van de naam van God – of dat van Zijn Zoon,
Jezus Christus – is bijna universeel. Sinds het begin der tijden heeft
het merendeel van de mensheid God nooit het respect gegeven die Hij verdient.

Godslastering is niet
de enige manier waarmee we Gods naam kunnen misbruiken. Een ieder die achteloos
de naam van God gebruikt – of Christus – in zijn dagelijks taalgebruik,
kent God eenvoudigweg niet zoals men Hem behoort te kennen. Doch, vreemd
genoeg, denkt en houdt men vol van wel.

In zekere zin is zo’n
persoon te vergelijken met Job, die zijn perspectief van God verklaarde –
zowel voordat als nadat God hem erop wees hoe trots veel van zijn denken
motiveerde. “Slechts van horen zeggen” bekende Job, “had ik van U vernomen,
maar nu heeft mijn oog U aanschouwd” (Job 42:5). Job realiseerde zich
uiteindelijk dat hij God niet zo goed kende als hij wel dacht.

Mensen die veel over
God hebben gehoord nemen achteloos aan dat zij Hem kennen – dat ze een
aanvaardbare relatie met Hem hebben. Toch hebben ze nooit geleerd Hem echt te
respecteren.

Ze verlagen en
vernederen Hem door Zijn naam spottend te gebruiken in alledaagse conversatie.
Ze maken onopzettelijk bekend aan allen die hen horen dat respect voor God
eenvoudigweg niet belangrijk is voor hen, zelfs al denken ze dat Hij bestaat.

Het maakt niet uit
hoe onverschillig men deze manier van oneerbiedigheid voor God beschouwt, het
Derde Gebod maakt duidelijk dat God Zelf dit niet licht opvat – “want de
Here zal niet onschuldig houden wie Zijn naam ijdel gebruikt”. Zijn naam op
welke wijze dan ook misbruiken, ontheiligt ons in de ogen van God.

De meeste van ons
hebben op zijn tijd gebrek aan respect voor God getoond. Zoals Job, moesten we
waarschijnlijk – of moeten we nog – onze eigen houding tot onze
Schepper her- evalueren. Hij zag zichzelf in een realistisch licht. “Daarom
herroep ik en doe boete in stof en as” (Job 42:6). Op dezelfde wijze, moeten we
ons bekeren van een houding die zou kunnen leiden tot oneerbiedig gedrag. We
moeten op onze woorden letten en Gods naam met respect behandelen.

 

Jezus Christus
openbaart ons God volledig

 

God verlangde zo dat
wij begrijpen hoe Hij is – vooral Zijn natuur, of karakter – dat Hij
Jezus Christus gezonden heeft als perfecte voorbeeld van al wat Hij is.

“Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien”,
zei Jezus (Johannes 14:9). Hij kwam als “de afstraling Zijner heerlijkheid en
de afdruk van Zijn wezen” (Hebreeën 1:3). Door ons te openbaren – door
Zijn eigen voorbeeld – hoe Zijn hemelse Vader is en wat Hij van ons
verwacht, heeft Jezus Christus voor ons de weg naar eeuwig leven geopend
(Johannes 17:1-3).

“Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd
en Hem de naam boven alle naam geschonken,opdat in de naam van Jezus zich alle
knie zou buigen van hen, die in de hemel en die op de aarde en die onder de
aarde zijn, en alle tong zou belijden: Jezus Christus is Here, tot eer van God,
de Vader!” (Filippenzen 2:9-11).

Merk op hoe compleet Jezus de glorie van God
reflecteerde. “Want het heeft de ganse volheid behaagd in Hem woning te
maken, en door Hem, vrede gemaakt hebbende door het bloed Zijns kruises, alle
dingen weder met Zich te verzoenen, door Hem, hetzij wat op de aarde, hetzij
wat in de hemelen is”(Kolossenzen 1:19-20).

 

Het belang van Christus naam

 

Jezus Christus’ naam betekent veelbetekenend
“Verlosser.”Christus betekent “(de) gezalfde”- hetzelfde als het
hebreeuwse woord vertaald Messias. Als de Zoon van God, is Jezus
Christus zowel onze Verlosser als
Koning
. Alleen door Hem kunnen wij behoud ontvangen. “En de
behoudenis is in niemand anders, want er is ook onder de hemel geen andere
naam
aan de mensen gegeven, waardoor wij moeten behouden worden”
(Handelingen 4:12).

De naam van Jezus Christus is cruciaal voor
ons behoud, maar het eenvoudig herhalen van Zijn naam zonder het belang hiervan
te begrijpen en toelaten het ons leven te beïnvloeden is zinloos. Paulus
verklaarde aan Timotheüs, “En toch staat ongeschokt het hechte fundament Gods
met dit merk: De Here kent de Zijnen, en: Een ieder, die de naam des Heren
noemt, breke met de ongerechtigheid”(2 Timotheüs 2:19).

Zij die zich van hun zonden bekeren en gedoopt
worden in de naam van Christus ontvangen de Heilige Geest en worden christenen;
ze worden als Christus (Handelingen 2:38). “En,” zegt Paulus hen, “al wat gij
doet met woord of werk, doet het alles in de naam des Heren Jezus, God, de
Vader, dankende door Hem” (Kolossenzen 3:17).

Met andere woorden, wat zij ook doen behoort
gedaan te worden in overeenstemming en met de goedkeuring, autoriteit of volmacht
van Jezus Christus – in Zijn naam. Zijn naam echter gebruiken op
enige wijze die afkeuring, gebrek aan respect of schande brengt aan de naam is
een zonde en overtreedt het Derde Gebod.

 

God eren door ons voorbeeld

 

Omdat degenen die Jezus Christus volgen bekend
zijn door Zijn naam, en hun dienst tot God uitvoeren in Zijn naam, zal hun gedrag Hem altijd of eren of schaden.
Gods Woord portretteert degenen die Zijn geboden gehoorzamen als het “zout der
aarde” en het “licht der aarde” (Mattheüs 5:13-14, 18). Zij vertegenwoordigen
Hem en waar Hij voor staat voor de gehele mensheid. Zij dragen Zijn naam als
“een eigen volk, volijverig in goede werken”(Titus 2:14). Zij moeten door hun
voorbeeld Zijn naam eren, daarvoor zijn ze geroepen (Openbaring 17:14).

Mozes legde dit punt uit aan de mensen van het
oude Israël: “Zie, ik heb u inzettingen en verordeningen geleerd, zoals de
Here, mijn God mij geboden had, opdat gij aldus zoudt doen in het land, dat gij
in bezit gaat nemen. Onderhoudt ze dan naarstig, want dat zal uw wijsheid en uw
inzicht zijn in de ogen der volken, die bij het horen van al deze inzettingen
zullen zeggen: Waarlijk, dit grote volk is een wijze en verstandige natie.
Immers welk groot volk is er, waaraan de goden zo nabij zijn als de Here, onze
God, telkens als wij tot Hem roepen?” (Deuteronomium 4:5-7). Mozes wilde dat zij
door hun gedrag God zo zouden eren, dat alle naties respect voor Hem
zouden krijgen.

 

Voorbeelden die schande brengen over God

 

Het oude Israël mislukte echter in het eren
van God. De Israëlieten brachten uiteindelijk zo veel schande over Gods naam
dat Hij toestond dat hun vijanden hen van hun land verdreven als gevangenen.

Maar Hij beloofde om later hun nakomelingen
terug te brengen en hen als een natie te herstellen met het doel om de eer van
Zijn naam te herwinnen. Hij zegt, “Dit deed Mij leed om Mijn Heilige Naam, die
het huis Israels ontheiligd had onder de volken in wier gebied zij gekomen
waren. Daarom, zeg tot het huis Israels: Zo zegt de Here Here: niet om uwentwil
doe Ik het, o huis Israels, maar om Mijn Heilige Naam, die gij ontheiligd hebt
onder de volken in wier gebied gij gekomen zijt. Ik zal Mijn Grote Naam die
onder de volken ontheiligd is, Die gij te midden van hen ontheiligd hebt,
heiligen; en de volken zullen weten, dat Ik de Here ben, luidt het woord van de
Here Here, wanneer Ik Mij voor hun ogen aan u de Heilige zal betonen” (Ezechiël
36:21-23).

Hoe zal dit gebeuren? God zal opnieuw de
nakomelingen van Jakob de verantwoordelijkheid geven om Zijn naam eer te
brengen. “En het zal geschieden in het laatste der dagen: dan zal de berg van
het huis des Heren vaststaan als de hoogste der bergen, en hij zal verheven
zijn boven de heuvelen. En alle volkeren zullen derwaarts heenstromen en vele
natiën zullen optrekken en zeggen: Komt, laten wij opgaan naar de berg des
Heren, naar het huis van de God Jakobs, opdat Hij ons lere aangaande Zijn wegen
en opdat wij Zijn paden bewandelen. Want uit Sion zal de wet uitgaan en des
Heren woord uit Jeruzalem. En Hij zal richten tussen volk en volk en
rechtspreken over machtige natiën. Dan zullen zij hun zwaarden tot ploegscharen
omsmeden en hun speren tot snoeimessen; geen volk zal tegen een ander volk het
zwaard opheffen, en zij zullen de oorlog niet meer leren” (Jesaja 2:2-4). Te
dien tijde zullen de bewoners van de aarde, de zegeningen van gehoorzaamheid
ziende, de realiteit van de ware God begrijpen en Zijn naam eren.

 

God lasteren door ons gedrag

 

De apostel Paulus verklaarde dat de mensen die
hypocriet zichzelf naar Gods naam noemen en zich voordoen als Zijn volk –
terwijl ze weigeren Hem te gehoorzamen – eigenlijk Zijn naam lasteren.
Sprekende tot sommige van zijn landsgenoten, zegt hij “hoe nu, gij, die een
ander onderwijst, onderwijst gij uzelf niet? Gij, die predikt, dat men niet
stelen mag, steelt gij? Die overspel verbiedt, doet gij overspel? Die gruwt van
de afgoden, pleegt gij tempelroof? Die u op de wet beroemt, onteert gij God
door uw overtreden van de wet? Want de naam Gods wordt om u gelasterd onder de
heidenen, gelijk geschreven staat” (Romeinen 2:21-24).

Paulus verklaart dat zelfs sommigen die
zichzelf als christenen beschouwen Gods naam schade kunnen toebrengen door hun
gedrag. “Allen, die onder een slavenjuk zijn, moeten hun meesters alle eer
waardig achten, opdat de naam Gods en de leer geen smaad lijden”

(1 Timotheüs 6:1).

Ons gedrag moet onberispelijk zijn . Paulus
zegt dat christenen “ambassadeurs voor Christus” zijn (2 Korinthiërs 5:20),
Zijn persoonlijk aangestelde vertegenwoordigers. Onbeleefd en oneerbiedig
gedrag door degenen die zichzelf representeren als Gods dienaren ontheiligen
Hem in de ogen van anderen. Het schaadt de naam van God, die zij beweren te
dragen.

 

Jezus veroordeelt religieuze huichelarij

 

Jezus Christus valt degenen aan die religieus
bedrog zouden bedrijven. “Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, gij
huichelaars, want gij gelijkt op gewitte graven, die van buiten wel schoon
schijnen, maar van binnen vol zijn van doodsbeenderen en allerlei onreinheid.
Zo ook gij, van buiten schijnt gij de mensen wel rechtvaardig, doch van binnen
zijt gij vol huichelarij en wetsverachting” (Mattheüs 23:27-28).

Mensen zijn doorgaans nogal gemakkelijk met het geven van eerbetoon aan
God – zolang als ze hun eigen standpunt en leefwijze kunnen
navolgen. Maar Gods klacht door de hele geschiedenis is geweest dat de meeste
mensen hun hart niet hebben in het eren van Hem. Jezus zei, “Huichelaars,
terecht heeft Jesaja over u geprofeteerd, zeggende: Dit volk eert Mij met de
lippen, maar hun hart is verre van Mij. Tevergeefs eren zij Mij, omdat zij
leringen leren, die geboden van mensen zijn.” (Mattheüs 15:7-9). Hij zei ook,
“Wat noemt gij Mij Here, Here, en doet niet wat Ik zeg?” (Lukas 6:46).

 

Hoe we
God behoren te eren

 

God verlangt veel meer dan alleen
lippendienst. Hij wil een relatie met ons dat vanuit het hart
komt. Jezus zegt ons, “Een goed mens brengt uit de goede schat zijns harten het
goede voort en een slecht mens brengt uit de boze schat het boze voort. Want
waar het hart vol van is, daarvan spreekt de mond” (Lukas 6:45). Uiteindelijk
is het niet genoeg slechts het misbruiken van Gods naam te vermijden.

God wil dat we Hem liefhebben en respecteren.
Hem respecteren begint in onze gedachten. We moeten weten wie en wat Hij is. We
moeten weten wat Hij van ons verlangt en waarom. We moeten Zijn wijsheid,
liefde, eerlijkheid en gerechtigheid bewonderen. We moeten ontzag hebben voor
Zijn macht en erkennen dat ons bestaan afhangt van Zijn goedheid.

Ook moeten wij in gebed met Hem praten –
elke dag. We behoren de vermaningen in de Psalmen te volgen en Hem dank en eer
geven, onze dankbaarheid openlijk laten zien voor alles wat Hij ons geeft. We
moeten Zijn grootheid erkennen. We moeten Hem vragen om in ons Zijn manier van
denken en Zijn karakter te scheppen. We moeten de kracht vragen van Zijn Geest
om ons in staat te stellen Hem met ons gehele hart te gehoorzamen en te dienen.

We eren God het meest door Hem zo lief te
hebben dat we boven alles verlangen om als Hem te zijn en Hem nauwgezet te
representeren aan een ieder die ons ziet of kent. Als dit de gedachte in ons
is, dan zal zelfs de gedachte Hem ooit verkeerd te representeren of Zijn naam
te onteren van ons wijken. Ons sterkste voornemen zal zijn om nooit bewust één
van Gods namen ijdel te gebruiken!

 

 

 

Het Vierde Gebod:

 

Sleutel tot een Relatie met onze Schepper

 

“Gedenk de Sabbatdag, dat gij die heiligt;
zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de Sabbat
van de Here, uw God; dan zult gij geen werk doen, gij noch uw zoon, noch uw
dochter, noch uw dienstknecht, noch uw dienstmaagd, noch uw vee, noch de
vreemdeling die in uw steden woont. Want in zes dagen heeft de Here de hemel en
de aarde gemaakt, de zee en al wat daarin is, en Hij rustte op de zevende dag;
daarom zegende de Here de Sabbatdag en heiligde die”
(Exodus
20:8-11).

 

De Sabbat, de zevende dag van de week, was
door God apart gezet als een tijd van rust en geestelijke vernieuwing. Waarom
is het zo belangrijk één dag apart te zetten, dat God dit zou opnemen in Zijn
Tien Geboden? Het Vierde Gebod, de Sabbat te gedenken, sluit het gedeelte van
de Tien Geboden af, dat specifiek ertoe dient een goede relatie met God te
definiëren – hoe wij Hem moeten liefhebben, aanbidden en ons aan Hem
kunnen relateren. Het legt uit waarom
en wanneer we speciale tijd voor Hem
moeten uittrekken zodat wij dichter tot Hem kunnen komen.

Op onze kalender begint de Sabbat bij
zonsondergang vrijdagavond en eindigt bij zonsondergang zaterdagavond. Natuurlijk
zullen de meeste mensen gelijk vragen: Waarom de zevende dag apart
zetten? Hoe kan onze relatie met God meer profijt hebben door het in acht nemen
van deze bijzondere dag boven elke andere dag die we zouden kiezen? Per
slot van rekening bruisen vrijdagavond en zaterdag van alle soorten sport,
handel en andere wereldlijke activiteiten. Waarom zouden wij anders zijn? Is
dit niet slechts een symbolisch gebod, één die nooit letterlijk bedoeld was? En
negeerde Jezus Christus dit gebod niet, ons vrij latend van de last het te
houden?

Deze vragen vertegenwoordigen sommige van de
meest wijd aangenomen en lang gehouden meningen over het Vierde Gebod. Maar
Gods gebod is eenvoudig en gemakkelijk te begrijpen. Dus waarom wordt het zo
vaak genegeerd, aangevallen en als onnodig verklaard door zovelen? Zou het
kunnen dat de uitdagingen van het Sabbatsgebod zienswijzen zijn, die
voortgebracht zijn door de duivel, de god van deze huidige zondige wereld? Per
slot van rekening, wil deze grote verleider ons zijn zienswijze laten aannemen
omdat hij Gods wet haat. Hij doet al wat hij kan om ons te beïnvloeden onze weg
eromheen te negeren, vermijden of te beredeneren. Weinigen bevatten de omvang
van maatschappelijke indoctrinatie van Satan. Als de ware “god van deze eeuw”
(2 Korinthiërs 4:4), heeft hij het merendeel van de mensheid verleid
(Openbaring 12:9). De hele wereld valt ten prooi aan zijn invloed (1 Johannes
5:19).

Zijn doel is altijd geweest de relatie tussen
de ware God en de mensheid te vernietigen. Hij wil niets liever dan mensen
dwarsbomen in het ontwikkelen van een liefdevolle, persoonlijke relatie met hun
Schepper – wat de bedoeling is van het Vierde Gebod. Hij wil voorkomen
dat wij onze ongelooflijke bestemming in Gods gezin bereiken!

 

Jezus en Zijn apostelen hielden de Sabbat

 

Wat vertelt Christus persoonlijk voorbeeld ons
over de Sabbat? “En Hij kwam te Nazareth, waar Hij opgevoed was, en Hij ging volgens
Zijn gewoonte
op de Sabbatdag naar de synagoge en stond op om voor te
lezen” (Lukas 4:16). Jezus gebruikte de Sabbat voor zijn bestemde doel –
mensen helpen een persoonlijke relatie te ontwikkelen met hun Schepper.

Na Zijn dood zien we dat Christus’ apostelen
Zijn voorbeeld volgden in het houden van de Sabbat. “En Paulus ging, zoals hij
gewoon was, daar binnen en behandelde drie Sabbatten achtereen met hen
gedeelten uit de Schriften” (Handelingen 17:2). “En hij hield elke Sabbat
besprekingen in de synagoge en trachtte Joden en Grieken te overtuigen” (Handelingen
18:4).

Vandaag echter, volgen de meeste mensen die
zeggen Christus te belijden niet het voorbeeld die Hij en Zijn apostelen
stelden. De meesten slagen er niet in te begrijpen dat de algehele afwijzing
van de Sabbat als de christelijke dag van aanbidding pas begon bijna 300 jaar
na Christus’ prediking op aarde.

De vervanging van zondag voor de Sabbat werd
grotendeels teweeggebracht door een politieke beslissing genomen door de
Romeinse keizer Constantijn, die christendom legaliseerde om politiek voordeel
te verzekeren over een verslagen tegenstander, voor het ambt van keizer.
Constantijn greep snel het politiek voordeel met het accepteren en ondersteunen
van christenen, maar die aanvaarding kwam tegen een prijs – staatscontrole
over alle religieuze zaken.

In 321 na Christus verklaarde Constantijn de
zondag, de dag gewijd ter ere van de zonnegod Mithras, tot de officiële rustdag
in het Romeinse Rijk. Maar nergens in de Bijbel geeft de Vader noch Jezus
Christus toestemming om de tijd van de Sabbat te veranderen van de zevende dag
naar de zondag, de eerste dag van de week. Geen enkel mens, instituut of staat
heeft ooit het recht gehad te knoeien met wat God als heilig apart gezet heeft.

 

De Sabbat en een goddelijke relatie

 

De Sabbat is de dag die apart gezet is om ons
er geregeld aan te herinneren, dat onze Schepper de enige ware God is, en deze
dag is onmisbaar in onze relatie met Hem. Het geeft vorm aan de wijze waarop
we Hem waarnemen en aanbidden.
Daarom gebiedt Hij ons de Sabbat te gedenken
door Hem officieel op deze dag te aanbidden.

Als we dat niet doen, zullen wij dat
bijzondere begrip van Hem als de Schepper van het gehele universum verspelen.
Na zes dagen van het vormen van deze prachtige aarde, rustte de Schepper op de
zevende dag (Genesis 2:1-3). Door het houden van de Sabbat staken wij ons normale
werk en activiteiten om ons op regelmatige wijze aan dit essentiële begrip te
herinneren.

De Sabbat is ook een bijzondere dag om ons te
concentreren op het ontwikkelen van onze geestelijke relatie met God. Ofschoon
het een dag van rust van onze normale routines en een tijd voor vernieuwing is,
is het geen dag om niets te doen, zoals sommigen veronderstellen. Integendeel,
de Sabbat is een speciale dag waarop we de zienswijze van onze
activiteiten drastisch veranderen. God wilde dat het een genoeglijke periode
zou zijn, gedurende welke wij naarstig naar Hem zouden toe groeien.

God zei via Jesaja: “Indien gij niet over de Sabbat
heenloopt door uw zaken te doen op Mijn heilige dag, maar de Sabbat een
verlustiging noemt, de heilige dag des Heren van gewicht, en die eert door noch
uw gewone bezigheden te doen, noch uw zaken te behartigen, of ijdele taal uit
te slaan, dan zult gij u verlustigen in de Here en Ik zal u doen rijden over de
hoogten der aarde en u doen genieten het erfdeel van uw vader Jakob, want de
mond des Heren heeft het gesproken” (Jesaja 58:13-14).

Inderdaad, om “u te verlustigen in de Here” is
een van de voornaamste redenen waarom we gedurende de 24 uur van de Sabbat het
werk en de normale activiteiten, die ons opslokken tijdens de overige zes dagen
van de week staken.

Relaties hebben tijd nodig. Elke succesvolle relatie verlangt tijd. Geen enkele hechte relatie kan
zonder dit element slagen – geen verkering, geen huwelijk, geen
vriendschap. Onze relatie met God is geen uitzondering.

God wil dat we speciaal de tijd nemen om Hem, onze Schepper,
te eren. Dat is waar alléén de Sabbat – de zevende dag van de week
– in kan voorzien.

Het Hebreeuwse woord voor Sabbat, shabbath,
betekent “staken, pauzeren of onderbreken.”Op de Sabbat moeten we vrij nemen
van onze gewone activiteiten, en onze tijd en aandacht wijden aan onze
Schepper. Waarom? Want “in zes dagen heeft de Here de hemel en de aarde
gemaakt, de zee en al wat daarin is, en Hij rustte op de zevende dag; daarom
zegende de Here de Sabbatdag en heiligde die” (Exodus 20:11). De Sabbat geeft ons het gevoel, op een andere
wijze dan de overige geboden, hoe echt God is als onze Schepper.

 

Een wereld zonder kennis van de ware God

 

Kijk naar de wereld om ons heen. De theorie
van de evolutie, gebaseerd op het idee dat de wereld en alles daarin uit het
niets ontstaan is, domineert het denken van de meeste hoog opgeleiden. De
meeste geleerden spotten met het idee dat de schepping een nadenkende,
doelbewuste, almachtige Schepper vereist. Zelfs vele belijdende christelijke
geleerden accepteren deze zienswijze. Door het onderhouden van de zevendedags
Sabbat echter, worden diegenen die trouw de Tien Geboden gehoorzamen in
constante herinnering gehouden, dat hun geloof gefundeerd is op het bestaan van
een zeer echte Schepper.

We lezen: “Door het geloof verstaan wij, dat
de wereld door het woord Gods tot stand gebracht is, zodat het zichtbare niet
ontstaan is uit het waarneembare” (Hebreeën 11:3). Dat geloof is niets minder
dan een onwankelbaar vertrouwen dat de Bijbel werd geïnspireerd door de Geest
van God en nauwkeurig openbaart hoe de wereld, en de mensheid, tot stand zijn
gekomen. (Om hierover meer te weten te komen, vraag dan ons gratis boekje aan of
download: Is the Bible True?).

God openbaart weinig details over hoe
Hij het universum creëerde – alleen dát Hij het schiep. Het onderhouden
van de Sabbat brengt dat feit in onze gedachten elke week naar voren. God wil
niet dat we dit begrip verliezen. Hij weet dat een ieder die deze kennis
negeert het zicht verliest op wie en wat Hij is. Dat is hoe cruciaal deze
kennis is.

Dat is ook waarom de wekelijkse naleving van
de Sabbat zo belangrijk is voor onze relatie met onze Schepper. Het houdt ons
in constante herinnering dat we de Schepper van het universum aanbidden.

 

Een voortdurende schepping

 

De Sabbat is niet slechts een herinnering aan
een ooit gedane schepping. God beëindigde het fysieke deel van Zijn
schepping in zes dagen. Echter, het geestelijke deel is nog steeds
gaande. De Sabbat is de voornaamste dag waarop de geestelijke schepping –
de schepping van de nieuwe mens in Christus – plaatsvindt. Zoals de
apostel Paulus ons zegt: “Zo is dan wie in Christus is een nieuwe schepping;
het oude is voorbijgegaan, zie, het nieuwe is gekomen” (2 Korinthiërs 5:17).

De nieuwe geestelijke schepping is intern
– in het hart en karakter van elk mens. Het begint wanneer “gij, wat uw
vroegere wandel betreft, de oude mens aflegt, die ten verderve gaat, naar zijn
misleidende begeerten, dat gij verjongd wordt door de geest van uw denken, en
de nieuwe mens aandoet, die naar de wil van God geschapen is in
waarachtige gerechtigheid en heiligheid” (Efeziërs 4:22-24). Deze “nieuwe
mens…vernieuwd wordt tot volle kennis naar het beeld van zijn Schepper” (Kolossenzen
3:10).

Geestelijk karakter kan niet alleen door onze
eigen wil komen. De “oude mens”zal uiteindelijk toegeven aan de zwakheden en
invloeden van de menselijke natuur. Paulus somt deze strijd op: “Want ik weet,
dat in mij, dat wil zeggen in mijn vlees, geen goed woont. Immers, het wensen
is wel bij mij aanwezig, maar het goede uitwerken, kan ik niet.Want niet wat ik
wens, het goede, doe ik, maar wat ik niet wens, het kwade, dat doe ik”(Romeinen
7:18-19).

God Zelf schept heilig en rechtvaardig
geestelijk karakter in ons. Hij hervormt ons denken en geeft ons de wil en de
kracht onze natuur te weerstaan. Paulus bevestigt dit, zeggende: “
want God is het, die om
zijn welbehagen zowel het willen als het werken in u werk” (Filippenzen 2:13).

 

De dag van vernieuwing

 

Kunt
u bevatten hoe belangrijk dit is? Als wij in Christus zijn, schept onze hemelse
Vader in ons Zijn eigen karakter, Zijn goddelijke natuur (2 Petrus 1:4).
De wekelijkse tijd die Hij permanent apart heeft gezet om ons te herinneren dat
Hij de Schepper is, is dezelfde wekelijkse periode gedurende welk Hij ons
instrueert terwijl Hij ons in een nieuwe schepping kneedt.

Gods
Woord noemt ons “nieuwgeborenen” – en Hij zegt dat wij als pasgeboren
kinderen moeten verlangen “
naar de redelijke, onvervalste
melk, opdat gij daardoor moogt opwassen” (1 Petrus 2:2).
De Sabbat is de tijd die God
voor ons apart heeft gezet om dichter naar Hem te groeien door het bestuderen
van Zijn Woord, persoonlijk gebed en groepsinstructies. Hij heeft het geheiligd
– apart gezet – als heilige tijd (Genesis 2:1-3). Wij moeten het
gebruiken om ons in Hem te verheugen door ijverig Zijn deelname te zoeken in
onze geestelijke ontwikkeling en groei. (Jesaja 58:14).

De Sabbat is de dag waarop Christus’
discipelen nader tot elkaar zouden moeten groeien. “En laten wij op elkander
acht geven om elkaar aan te vuren tot liefde en goede werken.Wij moeten onze
eigen bijeenkomst niet verzuimen, zoals sommigen dat gewoon zijn, maar elkander
aansporen, en dat des te meer, naarmate gij de dag ziet naderen” (Hebreeën
10:24-25).

De Sabbat is de enige dag op welke God ooit
een wekelijkse samenkomst heeft geboden. “Zes dagen mag arbeid verricht worden,
maar op de zevende dag zal er een volkomen Sabbat zijn: een heilige samenkomst;
generlei arbeid zult gij verrichten, het is een Sabbat voor de. Here in al uw
woonplaatsen” (Leviticus 23:3).

Het bewijs van het Nieuwe Testament laat zien
dat Christus’ apostelen en hun bekeerlingen op de zevende dag, de Sabbat,
bleven samenkomen. Ze onderhielden de dag, echter, met een vernieuwde nadruk op
de “nieuwe” mens die God bezig is te scheppen. De zevende dag werd in hun leven
steeds belangrijker. Het boek Hebreeën bekrachtigt dat de volgelingen van
Christus en de apostelen de Sabbat hielden, bevestigend dat “er dus een Sabbatsrust
blijft voor het volk van God (Hebreeën 4:9).

Inderdaad, Jezus en Zijn apostelen
gehoorzaamden constant Gods gebod de Sabbat heilig te houden. Ze hielden de
zevende dag als de Sabbat, net als hun Joodse medegenoten van die tijd deden.
Gods gebod voor ons blijft: “Gedenk de Sabbatdag, dat gij die heiligt” (Exodus
20:8).

We moeten serieus de tijd nemen om dicht tot
onze Schepper te groeien. Hij vertelt ons hoeveel speciale tijd we opzij moeten
zetten voor onze relatie met Hem en wanneer deze te nemen. We moeten beslissen
of we op Zijn inzicht vertrouwen en Zijn Sabbatsgebod willen gehoorzamen. (Voor
een volledige uitleg van de Sabbat kunt u ons gratis boekje aanvragen: De Bijbelse
Rustdag: Zaterdag of Zondag?
).

 

 

Het Vijfde Gebod:

 

Een Fundament voor Succes

 

“Eer uw vader en uw moeder, opdat uw dagen
verlengd worden in het land dat de Here, uw God, u geven zal”
(Exodus 20:13).

 

Het Vijfde Gebod laat ons kennis maken met een
serie geboden die de juiste relaties met andere mensen omschrijven. Zes van de
geboden – de vijfde tot en met de tiende – dienen als standaard
voor omgang op het gebied van menselijk gedrag die de meest verreikende
gevolgen voortbrengen op individuen, gezinnen, groepen en maatschappij.

Ons misbruik en uitbuiting van elkaar zijn vreselijk.
De intensiteit en omvang van het geweld onder onszelf zijn onvergeeflijk. We
moeten nodig de vreselijk resultaten van ons onvermogen met elkaar om te gaan
omkeren. We moeten leren harmonieus met elkaar te werken op elk gebied – dit
houdt in het opbouwen van stabiele, liefhebbende, blijvende relaties.

Het instellen van elementaire principes door
welke werkbare relaties gebouwd kunnen worden, is het doel van de laatste zes
geboden. Ze omschrijven, met krachtige helderheid, de gebieden van gedrag
waarin de menselijke natuur de grootste versperringen naar vrede en
samenwerking creëert. Ze voorzien ons van de leiding die we nodig hebben om
deze versperringen te verwijderen.

Dit Vijfde Gebod zet de toon voor de laatste
zes. Het behandelt het belang om te leren elkaar met respect en eerbied te
behandelen.

 

Leren respect te hebben voor anderen

 

Leren verantwoordelijkheid te hebben voor ons
eigen gedrag en karakter is het begin van goede relaties. Ons karakter, dat ons
gedrag stuurt, begint zich te vormen tijdens onze jeugd. Het is gedurende de
jaren waarin we gevormd worden, dat onze houding met betrekking tot egoïsme
versus altruïsme gevormd wordt. Dat is het voornaamste punt van het Vijfde
Gebod – het belang te leren anderen te respecteren terwijl we nog
kinderen zijn.

Het Vijfde Gebod toont ons wie ons de fundamenten van respect en eerbied
het meest effectief  leert
en
hoe zij dit kunnen doen. Het leidt ons naar de wetenschap hoe anderen
voorrang te geven, hoe op juiste wijze aan autoriteit te onderwerpen en hoe de
invloed van mentors te accepteren. Daarom schreef de apostel Paulus: “Kinderen,
weest uw ouders gehoorzaam in de Here, want dat is recht. Eer uw vader en uw
moeder (dit is immers het eerste gebod, met een belofte) opdat het u welga en
gij lang leeft op aarde” (Efeziërs 6:1-3).

Dit gebod leren gehoorzamen helpt kinderen een
levenslang patroon van juiste regels, tradities, principes en wetten te leren
respecteren. Anderen eer bewijzen zou een normale, natuurlijke, tijdens de
jeugd geleerde gewoonte moeten zijn.

De universele toepassing van dit belangrijke Bijbelse
principe is duidelijk. We lezen: “Eert allen, hebt de broederschap lief, vreest
God, eert de keizer” (1 Petrus 2:17). Alles begint bij het respect en eerbied
die we onze ouders tonen.

 

De rol van een ouder

 

God plaatst de voornaamste
verantwoordelijkheid om kinderen de basisprincipes van het leven te leren op de
schouders van ouders. Het vermogen van moeders en vaders succesvol te zijn in
deze verantwoordelijkheid, hangt in belangrijke mate af van hoeveel zij, op hun
beurt, zich onderwerpen aan Gods instructies en leer, en Hem liefde en respect
tonen. Vergeet niet dat vier geboden die het belang benadrukken van een
persoonlijke relatie met God vooraf gaan aan het gebod onze ouders eer te
geven. Tenslotte is God onze ultieme Ouder.

Merk op hoe God de geestelijke leiders van het
oude Israël uitdaagde: “Een zoon eert zijn vader en een knecht zijn heer.
Indien Ik nu een vader ben, waar is de eerbied voor Mij? en indien Ik een heer
ben, waar is de vrees voor Mij?…”(Maleachi 1:6). Als onze Schepper, is God de
Vader van ons allen.

Wij als ouders moeten eerst onszelf als
kinderen zien – kinderen van God. Het is net zo belangrijk voor
ons om onze hemelse Vader te respecteren en te gehoorzamen als voor onze
kinderen om ons te respecteren en te gehoorzamen. Alleen dan is het voor ons
mogelijk om onze rol als de geestelijke leiders van onze kinderen te begrijpen.

Wanneer wij eerst God eren en
gehoorzamen, stellen wij het juiste voorbeeld voor onze kinderen. Zij kunnen
dan gewoonten van respect en gehoorzaamheid ontwikkelen door ons voorbeeld te
observeren en toepassen wat hen geleerd wordt. Kinderen maken zich meningen en
gedragingen het best eigen als zij een sterk verband zien tussen het voorbeeld
en de instructie van hun ouders en leraren.

 

De ontbrekende schakel in kinder opvoeding

 

Gods instructie aan ouders maakt dit
duidelijk: “Gij zult de Here, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met
geheel uw ziel en met geheel uw kracht. Wat ik u heden gebied, zal in uw hart
zijn, gij zult het uw kinderen inprenten en daarover spreken, wanneer gij in uw
huis zit, wanneer gij onderweg zijt, wanneer gij nederligt en wanneer gij
opstaat” (Deuteronomium 6:5-7). De suggestie is duidelijk: Alleen wanneer wij
de juiste principes hanteren in ons hart kunnen wij, als ouders, deze met
succes onze kinderen bijbrengen.

Door heel de Bijbel, vooral in Spreuken,
vinden we veel instructies en principes over hoe we elkaar moeten behandelen en
eren. We moeten deze geregeld bespreken in onze gezinnen en ze toepassen op
situaties in het echte leven welke onze kinderen dagelijks tegemoet treden.
Deze gesprekken moeten interactief zijn – de kinderen toestaan vrijelijk
vragen te stellen die wij als ouders hen moeten helpen op te lossen, bijbelse
principes zo volledig en zo nauwkeurig mogelijk gebruiken (Deuteronomium
6:20-21).

Kinderen leren hoe ze anderen moeten
behandelen en waarom hun houding en gedrag liefde en zorg voor anderen moeten
reflecteren, door hen te behandelen met waardigheid en respect in een interactief
proces. Ouders die hun kinderen bijstaan Gods Woord te zoeken om het fundament
van gezinsnormen te zoeken, leren hen hoe ze op Gods oordeel kunnen steunen
in plaats van hun eigen emoties, grillen en verlangens te vertrouwen.

Kinderen, met name tieners, zoeken hun eigen
plaats in de maatschappij. Ze hebben leiding, instructie, liefde en verzekering
nodig. Ouders moeten hen niet belachelijk maken. Paulus

waarschuwt ouders, vooral vaders, “verbittert
uw kinderen niet, maar voedt hen op in de tucht en in de terechtwijzing des
Heren” (Efeziërs 6:4). Ouders moeten hun kinderen op een duidelijke,
consequente manier leren de regels van hoffelijkheid en respect te gehoorzamen.

Met een overvloed van geduld en zachtheid.
Deze liefdevolle combinatie is de ontbrekende schakel in kinderopvoeding.

 

Kinderen helpen hun identiteit vast te stellen

 

Kinderen hebben constante bemoediging nodig en
veelvuldige erkenning van hun successen en prestaties. Boven \al hebben ze
overvloedig liefde en lof nodig om hen te helpen een sterke persoonlijke
identiteit te ontwikkelen dat een positieve en hoopvolle kijk op het leven
reflecteert.

Onthoudt dat niet alle kinderen op
verschillende typen van lof op dezelfde wijze reageren. Sommigen kunnen beter
een positieve kijk ontwikkelen wanneer lof op henzelf gericht wordt
– op hun mogelijkheden en gebieden van vaardigheid – meer dan op
individuele prestaties. Lof dat erg wordt gericht op alleen bekwaamheid, zoals
schoolcijfers, kan een ongezond gevoel van onzekerheid veroorzaken. Sommigen
zouden kunnen constateren dat ze alleen acceptabel zijn als ze uitzonderlijk
presteren – dat ze alleen geliefd worden wanneer hun pogingen perfect
zijn. Dit type van lof kan het tegeneffect hebben van wat bedoeld was.

Als ouders moeten we ons samen met onze
kinderen verheugen in hun prestaties. We moeten hun successen delen. Maar we
moeten voorzichtig zijn om onze lof specifiek rechtstreeks naar hen als
individuen te richten.We moeten hen vertellen wanneer we tevreden met hen zijn.
Dit ondersteunt hun vertrouwen dat het voor hen mogelijk is ons en God te
behagen. Ze zien zichzelf als acceptabel en gewaardeerd. Het geeft hen hoop in
hun toekomst en verzekering van hun eigen identiteit. Ze zijn dan veel beter in
staat geloof te hebben in ons als ouders en aan ons de lof en eer terug te
geven dat het Vijfde Gebod vervult. Het is voor hen het begin van een juiste en
positieve relatie met de rest van de mensheid en uiteindelijk met God.

 

Onze ouders als volwassenen eren

 

Onze ouders eren houdt niet op wanneer we
volwassen worden. Het is een levenslange verplichting. Wanneer ze ouder worden
kan dit fysieke zorg inhouden en, indien noodzakelijk, hen financieel steunen.

Jezus bekritiseerde degenen in Zijn tijd die
verzuimden geschikte voorzieningen te treffen voor de zorg van hun bejaarde
ouders: “En Hij zeide tot hen: Het gebod Gods stelt gij wel fraai buiten
werking om uw overlevering in stand te houden.Want Mozes heeft gezegd: Eer uw
vader en uw moeder, en: Wie vader of moeder vervloekt, zal de dood sterven.
Maar gij zegt: Indien een mens tot zijn vader of moeder zegt: Het is korban,
dat is, offergave, al wat gij van mij hadt kunnen trekken, dan laat gij hem
niet toe ook nog maar iets voor zijn vader of moeder te doen. En zo maakt gij
het woord Gods krachteloos door uw overlevering, die gij overgeleverd hebt….” (Markus
7:9-13).

 

Hoe Moeten We Ouders
Behandelen Die Moeilijk Te Eren Zijn?

 

Jammer
genoeg zijn niet alle ouders of grootouders eerbare mensen. Het correct
respecteren van diegenen wiens gedrag minder dan eerbaar is, is niet
gemakkelijk. Bijvoorbeeld, slachtoffers van voortdurend verbaal, fysiek of
seksueel misbruik vinden het gewoonlijk moeilijk de schuldige ouder te eren.
God eist niet, in het Vijfde Gebod, dat kinderen van zulke ouders zichzelf of
hun kinderen zich blijven onderwerpen aan mishandeling.

Niettemin,
we moeten onze voorouders eren. Hoe kunnen we ouders of grootouders eren wiens
gedrag onwaardig is voor bewondering? Hoe kunnen we dit gebod op hen toepassen?

Eerst moeten
we onze eigen houdingen aanpakken. Jezus zegt ons onze vijanden lief te hebben
en voor hen te bidden (Mattheüs 5:44-45). Dit is van toepassing op ouders die
ons hebben mishandeld of wiens voorbeeld we niet kunnen respecteren. We moeten
geen haat of ongeluk naar hen toe koesteren. We kunnen hun levenswijze sterk
afkeuren. We kunnen hun zondevol gedrag minachten. Maar we moeten hen als
persoon niet verachten. Dit is waar God voor ons de grens stelt, en we worden
gezegend wanneer we aan de goede zijde van de grens blijven.

Daarnaast,
wanneer we met anderen over onze ouders of grootouders te converseren, moeten
we vermijden dat we negatief over ze spreken. Zo onteren we onze ouders niet.

We moeten
bidden dat God hen zal helpen de fout van hun manieren te begrijpen zodat ze
zich met God kunnen verzoenen en door Hem met ons.

Uiteindelijk
moeten we ons leven leiden op een manier dat hen eert door het voorbeeld dat we
stellen als hun zoons en dochters. Ons eigen correct gedrag kan hun eer brengen
die ze nooit verdiend hebben.

 

Grootouders eren

 

Wij en onze kinderen moeten er zeker van zijn dat
wij niet nalaten onze grootouders te eren. Ze hebben betekenisvol bijgedragen
aan ons leven en de meeste grootouders koesteren hun kleinkinderen.

We moeten gelegenheid vinden om tijd te
besteden door te luisteren en vragen te stellen aan onze grootouders.
Gesprekken met hen zijn als kostbare schatten, omdat ze ons helpen onze
oorsprong beter te begrijpen en te waarderen. De meeste grootouders houden van
hun kleinkinderen en willen dat ze belangstelling voor hen tonen. Kinderen die
hun grootouders eren en lief hebben verbreden hun begrip van mensen en het
leven.

 

De voordelen oogsten

 

Toen Mozes terugblikte op de Tien Geboden met
het volk van Israël, lichtte hij nog een zegening toe, naast een lang leven,
voor het houden van het Vijfde Gebod: “Eer uw vader en uw moeder, zoals de
Here, uw God, u geboden heeft, opdat uw dagen verlengd worden en het u wel
ga
in het land, dat de Here, uw God, u geeft”(Deuteronomium 5:16).

Wij, de kinderen, zijn de begunstigden wanneer
we onze ouders eren. Dit is het gebod met de prachtige belofte dat het leven
voor ons beter zal gaan als we het gewoon gehoorzamen.

Gezinnen zijn de bouwstenen van de
maatschappij. Sterke gezinnen bouwen sterke maatschappijen en naties. Wanneer gezinnen
gebroken en gebarsten zijn, zijn de droevige resultaten tragisch en worden elke
dag gereflecteerd in de krantenkoppen. Elk individu of groepering –
inclusief hele naties – die het belang van sterke gezinnen begrijpt,
oogst de prijs van een verbeterde relatie met en zegeningen van God.

 

 

Het Zesde Gebod:

 

Het Leven is een Kostbaar Geschenk

 

“Gij zult niet doden” (Exodus 20:13).

 

Wat maakt het menselijk leven kostbaar? Bekijk
het vanuit Gods oogpunt. Hij maakte ons naar Zijn eigen beeld met het doel in
ons Zijn eigen karakter te scheppen. Om die reden “
wil Hij niet, dat sommigen verloren gaan,
doch dat allen tot bekering komen” (2 Petrus 3:9; vergelijk 1 Timotheüs 2:4).
Zoals Jezus Christus het uitlegde: “Want God heeft zijn Zoon niet in de wereld
gezonden, opdat Hij de wereld veroordele, maar opdat de wereld door Hem
behouden worde” (Johannes 3:17).

In onze wereld echter, wordt het menselijk
leven vaak met onverschilligheid behandeld. Wij rekenen af met onze verschillen
door oorlog, waarbij honderd duizenden andere mensen in dit proces gedood
worden. Criminelen stelen niet alleen de bezittingen, maar ook het leven van
hun slachtoffers. Zoveel mensen zien een ongewenste zwangerschap eenvoudig als
een ongemak of een onverwacht gevolg van hun seksuele activiteit dat miljoenen
ongeboren baby’s elk jaar worden geaborteerd.

Wat een bedroevend verschil met onze Schepper,
Die ons het grootst mogelijke geschenk belooft – de mogelijkheid eeuwig
leven met Hem te delen.

De ‘moord van de dag’ is gewoonlijk het eerste
item in een nieuwsprogramma op de televisie, vooral in grotere steden. Veel van
zulke moorden worden begaan door familieleden of voormalige hechte medewerkers
of vrienden.

Willekeurige moorden door bendes en
straatgeweld vergroten de mate van angst in veel gemeenschappen. Moorden
gerelateerd aan andere misdaden en drugs zijn al te bekend. Duizenden rond de
wereld worden slachtoffer van massamoord in de naam van politiek en ideologie.
Moord raakt het leven van bijna iedereen op aarde.

In zogenaamd geavanceerde gemeenschappen,
bestoken televisie en film burgers met moord en doodslag. Geweld is zo
onontkoombaar verweven in het sociaal systeem dat we het in onze literatuur en
vermaak verheerlijken.

Het is ironisch dat ondanks onze fascinatie voor
moord, we het voorbeeld volgen van de meeste gemeenschappen gedurende de
geschiedenis door strikte wetten ertegen door te voeren. Slechts weinig mensen
moesten ervan overtuigd worden dat moord binnen hun gemeenschap verkeerd was.

Echter, andere uitdagingen omtrent de waarde
en heiligheid van menselijk leven, neigen onenigheid voort te brengen, vooral
de executie van criminelen door de staat. Is de doodstraf hetzelfde als moord?

En wat zegt God over oorlog? Waarom stond God
toe dat het oude Israël doodde in de strijd tegen andere naties? Was dat een
overtreding van het Zesde Gebod?

 

De werkelijke kwestie

 

In de kern van deze vragen ligt deze kwestie:
Wie bezit de autoriteit om menselijk leven te nemen? Wie heeft het recht die
beslissing te nemen?

De nadruk in het Zesde Gebod ligt op het woord
Gij. Gij zult niet doden! Gij zult niet met opzet doden – met
voorbedachten rade of in de woede van het moment.

We moeten onze aard onder controle houden. Het
nemen van iemands leven is niet ons recht te beslissen. Dat recht is alleen
voor God gereserveerd. Dat is de drijfveer van dit gebod. God laat ons niet toe
te kiezen om moedwillig of bewust iemands leven te nemen.

Het Zesde Gebod herinnert ons dat God de Gever
van leven is, en Hij alleen heeft de autoriteit het te nemen of mensen
toestemming te geven het te nemen.

Het Zesde Gebod slaat niet specifiek op
doodslag – sterfgevallen die per ongeluk gebeuren door onzorgvuldigheid
of andere onbedoelde acties. Zulke sterfgevallen, ofschoon serieuze
gebeurtenissen, worden niet – door de wetten van God of de mens –
beschouwd in dezelfde categorie te vallen als voorbedachte moord.

 

Gerechtigheid versus genade

 

Gods voorkeur is om ons genadig te laten zijn.
Hij is vooral genadig voor een ieder die zich bekeert. “Zeg tot hen: ‘zo waar
Ik leef, luidt het woord van de Here Here, Ik heb geen behagen in de dood van
de goddeloze, maar veeleer daarin, dat de goddeloze zich bekeert van zijn
weg en leeft’”
(Ezechiel 33:11). Dit is hoe God denkt. Op deze wijze wil
Hij dat wij denken.

Toen haar beschuldigers een vrouw betrapten
bij overspel en bij Jezus brachten, wat was toen Zijn reactie? Haar
beschuldigers zouden haar graag tot de dood toe gestenigd hebben als Jezus met
die bestraffing instemde. Dit was de straf toegestaan door de wet voor zulk een
vergrijp. Maar, hoewel Hij op geen enkele wijze haar zonde vergaf, veroordeelde
Hij haar ook niet ter dood. In plaats daarvan beval Hij haar “te gaan en niet
meer te zondigen” (Johannes 8:11). Hij toonde genade en gaf haar zo de
gelegenheid om opnieuw te bekijken hoe ze leefde en haar wegen te veranderen om
het komend oordeel te vermijden.

Uiteindelijk moeten we ons voor God verantwoorden.
Jakobus waarschuwt ons: “Spreekt zo en handelt zo als mensen past, die
door de wet der vrijheid zullen geoordeeld worden” (Jakobus 2:12). God zal
uiteindelijk rechtspreken aan allen die weigeren zich te bekeren.

Gods genade – Zijn vergiffenis –
blijft beschikbaar voor zondaars, inclusief moordenaars. God wil vergiffenis
voor ons uitbreiden. Maar Hij wil ook dat we ons bekeren – om met ons
gehele hart na te laten Zijn Geboden te overtreden en om naar Hem te wenden in
berouw en nederigheid. Wij moeten dan om vergeving vragen en ons onderwerpen
aan het ritueel van de doop. De doop dient als een handeling van bevestiging
dat we de oude mens als dood beschouwen – begraven in een watergraf met
Christus (Handelingen 2:38; Romeinen 6:4).

De roeping en bekering van de apostel Paulus
is een prachtige illustratie van Gods genade en vergiffenis. Paulus had
persoonlijk ingestemd in de executie van christenen voordat hij bekeerd was
(Handelingen 26:10). Toch vergaf God hem, en stelde hem vanaf die tijd tot een
voorbeeld van Zijn grote genade.

Paulus vertelt ons over zichzelf: “…hoewel ik
vroeger een godslasteraar en een vervolger en een geweldenaar was. Maar mij is
ontferming bewezen, omdat ik het in mijn onwetendheid, uit ongeloof, gedaan
heb, en zeer overvloedig is de genade van onze Here geweest, met het geloof en
de liefde in Christus Jezus. Dit is een getrouw woord en alle aanneming waard,
dat Christus Jezus in de wereld gekomen is om zondaren te behouden, onder welke
ik een eerste plaats inneem. Maar hiertoe is mij ontferming bewezen, dat Jezus
Christus in de eerste plaats in mij zijn ganse lankmoedigheid zou bewijzen tot
een voorbeeld voor hen, die later op Hem zouden vertrouwen ten eeuwigen leven” (1
Timotheüs 1:13-16).

 

Hoe zit het met de doodstraf?

 

Voor sommige overtredingen staat Gods wet  regeringsautoriteiten toe om de
doodstraf toe te passen. Wanneer de staat zich houdt aan Gods principes,
overtreedt deze actie niet het Zesde Gebod.

Door Zijn wetten te geven, heeft God Zijn
recht in deze zaak geopenbaard. Hij heeft van tevoren geopenbaard welke
overtredingen de doodstraf verdienen en Hij heeft strikte beperkingen bepaald
voor zulke beslissingen. De schuld van een misdadigers moet bijvoorbeeld ontegenzeglijk
bewezen zijn door concreet bewijs en/of getuigen, voordat hij veroordeeld
wordt.

De apostel Paulus bevestigt opnieuw de
autoriteit van de staat om de doodstraf toe te passen. “Want, als iemand goed
handelt, behoeft hij niet bevreesd te zijn voor de overheidspersonen, maar wel,
als hij verkeerd handelt. Wilt gij zonder vrees voor de overheid zijn? Doe het
goede, en gij zult lof van haar ontvangen. Zij staat immers in dienst van God,
u ten goede. Maar indien gij kwaad doet wees dan bevreesd; want zij draagt het
zwaard niet tevergeefs; zij staat immers in de dienst van God, als toornende
wreekster voor hem, die kwaad bedrijft” (Romeinen 13:3-4).

 

Christelijke verantwoordelijkheid

 

In plaats van de wet te ontbinden toonde Jezus
Christus de geestelijke bedoeling en toepassing. Hij breidde de eisen van de
wet uit, waarmee Hij veel meer veeleisend maakte.

Het gebod om niet te doden is een voorbeeld.
Jezus zei: “Gij hebt gehoord, dat tot de ouden gezegd is: Gij zult niet
doodslaan; en: Wie doodslag pleegt, zal vervallen aan het gerecht Maar Ik zeg
u: Een ieder, die in toorn leeft tegen zijn broeder, zal vervallen aan het
gerecht. Wie tot zijn broeder zegt: Leeghoofd, zal vervallen aan de Hoge Raad,
en wie zegt: Dwaas, zal vervallen aan het hellevuur” (Mattheüs 5:21-22).

Christus breidde de betekenis van “moord
(doden)” uit om bittere vijandigheid, minachting of hatelijke vijandschap tegen
anderen te omvatten. Het koesteren van een boosaardige houding jegens anderen
overtreedt de bedoeling van het Zesde Gebod. Waarom? Omdat dit mentaal en
emotioneel misbruik is naar anderen toe en het verlangen een medemens te zien
lijden.

Woorden en taal gebruiken om met opzet de naam
van anderen te schaden is net zo verkeerd. Met tong of pen kunnen we hen
verbaal aanvallen. We kunnen hun achtenswaardigheid aanvallen door hun
reputatie te ondermijnen of vernietigen.

We kunnen opgeslokt worden door vernietigende
bedoelingen. Onze motieven kunnen het absolute tegenovergestelde zijn van
liefde. De geest van moord kan in ons hart leven. Jezus vertelt ons dat de
gevolgen van zulke gedachten en handelingen onze eigen dood in de poel van vuur
kunnen zijn.

Er wordt ons ook opgedragen geen wraak te
nemen tegen degenen die ons haten of ons verbaal aanvallen. Paulus zegt: “Vergeldt
niemand kwaad met kwaad; hebt het goede voor met alle mensen. Houdt zo
mogelijk, voor zover het van u afhangt, vrede met alle mensen. Wreekt uzelf
niet, geliefden, maar laat plaats voor de toorn, want er staat geschreven: Mij
komt de wraak toe, Ik zal het vergelden, spreekt de Here” (Romeinen 12:17-19).
Zelfs in tijden van oorlog wordt van een christen verwacht te leven naar een
hogere maatstaf dan de wereld om hem heen.

 

Het kwade door het goede overwinnen

 

Paulus instrueert ons in de juiste benadering
van wraakgedachten: “Laat u niet overwinnen door het kwade, maar overwin het
kwade door het goede” (Romeinen 12:21). Dit moet de benadering zijn van elke
gelovige in Jezus Christus. Het is de wijze van liefde dat de bedoeling van de
wet van God vervult.

“Zalig de vredestichters, want zij zullen
kinderen Gods genoemd worden” (Mattheüs 5:9). Hoe kunnen we dit principe in de
praktijk toepassen? “
Gij hebt gehoord, dat er gezegd is: Gij zult uw naaste liefhebben
en uw vijand zult gij haten. Maar Ik zeg u: Hebt uw vijanden lief en bidt voor
wie u vervolgen, opdat gij kinderen moogt zijn van uw Vader, die in de hemelen
is; want Hij laat zijn zon opgaan over bozen en goeden en laat het regenen over
rechtvaardigen en onrechtvaardigen….” (verzen 43-45).

God
wil dat wij veel verder gaan dan doodslag te vermijden. Hij vraagt van ons dat
wij niet kwaadwillig een ander in woord of daad letsel toe brengen. Hij
verlangt dat we zelfs degenen die er voor kiezen ons te haten zo respectvol
mogelijk te behandelen en alles doen wat in onze macht ligt om met hen in vrede
en harmonie te leven. Hij wil dat wij bouwers zijn van goed relaties, niet vernietigers.

Om
dit te volbrengen moeten we dit prachtige geschenk, dit kostbaar bezit –
het menselijk leven – respecteren.

 

 

Het Zevende Gebod

 

Bescherm de Huwelijksrelatie

 

“Gij zult niet echtbreken” (Exodus 20:14).

 

Mannen en vrouwen werden ontworpen om samen te
zijn, elkaar nodig te hebben. Het huwelijk, een natuurlijke verbintenis van een
man en een vrouw, is goddelijk geordineerd, door God bij de schepping
vastgesteld. Zijn wetten – in het bijzonder het Zevende Gebod –
machtigen de huwelijksrelatie en bevestigen het als de fundering van het gezin,
welke op zijn beurt de fundering en meest belangrijke bouwsteen van de
maatschappij is.

God vertelde onze eerste ouders: “Daarom zal
een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen, en zij
zullen tot een vlees zijn” (Genesis 2:24). Gods instructie stelde duidelijk
vast wat alle toekomstige generaties geacht werd te leren met betrekking tot
huwelijk en seks.

Wanneer kinderen oud genoeg zijn om de
verantwoordelijkheden te dragen van een gezin en iemand van het andere geslacht
leren liefhebben en eren, is het natuurlijk en juist voor hen te trouwen
– verenigd te worden – en hun eigen gezin te stichten. Slechts dan
zullen zij “één vlees worden” door fysieke vereniging bij het consumeren van
hun huwelijk.

Jezus maakt het duidelijk dat God vanaf het
begin wilde dat het huwelijk een monogame en permanente relatie zou zijn
(Mattheüs 19:3-6).

 

Zegeningen met risico’s

 

Het was Gods bedoeling dat huwelijk en seks
– in die volgorde – zou bestaan als enorme zegeningen voor de
mensheid. Maar dezelfde verlangens die een man en een vrouw samen brengen in
een liefdevolle, natuurlijke relatie – een goddelijke zegen – kunnen
risico’s met zich meenemen.

Tenzij de natuurlijke verlangens die ons
aantrekken tot de leden van het andere geslacht uitsluitend leiden tot een
liefdevolle huwelijksrelatie, kan de verleiding zich in te laten met immorele
seksualiteit gemakkelijk onze zelfcontrole overmeesteren. Deze zwakheid is het
kernpunt van het Zevende Gebod: “Gij zult niet echtbreken” (Exodus 20:14).

Overspel is de overtreding van de huwelijksovereenkomst
door opzettelijk deelname in een seksuele activiteit met iemand anders dat de
echtgeno(o)t(e). Daar Gods wetten alleen seksuele relaties goedkeurt binnen een
wettelijk huwelijk, beslaat het gebod geen overspel te plegen (echtbreken), in
principe alle variaties van seksuele immoraliteit. Geen enkele vorm van
seksuele relatie mag buiten het huwelijk plaatsvinden. Dat is de boodschap van
dit gebod.

In vele delen van de wereld wordt seksuele
immoraliteit niet langer beschouwd als een belangrijk sociaal kwaad. God echter
veroordeelt expliciet alle vormen van seksuele immoraliteit (Openbaring 21:8).

 

Onze behoefte aan seksuele leiding

 

God gaf ons het Zevende Gebod om de seksuele
rollen die langdurend geluk en stabiliteit brengen, te leiden en bepalen. Niets
is wanhopiger nodig dan dit in dit tijdperk.

God schiep seks. Het was Zijn idee. In
tegenstelling tot sommige ouderwetse meningen, wil Hij dat wij genieten van een
overvloedig plezierige en stabiele seksuele relatie binnen het huwelijk. In die
context schenkt onze seksualiteit ons de capaciteit onze waardering, tederheid,
aanbidding en liefde voor onze partner uit te drukken. Het kan onmetelijk veel bijdragen
aan ons gevoel van welzijn en tevredenheid.

De vreugde en het zelfvertrouwen die we
krijgen door een juiste huwelijksrelatie kan onze wisselwerking met anderen,
vooral onze eigen kinderen, positief beïnvloeden. God wil dat de huwelijksrelatie
versterkt en beschermd wordt.

Hij vertelt ons in Zijn woord: “Geniet het
leven met de vrouw die gij liefhebt, al de dagen des ijdelen levens, die Hij u
geeft onder de zon, al uw ijdele dagen, want dat is uw deel onder de levenden
en bij het zwoegen, waarmee gij u aftobt onder de zon” (Prediker 9:9).

Maar over overspel waarschuwt God: “Waarom
zoudt gij dan, mijn zoon, afdwalen naar een vreemde, de boezem van een
onbekende omarmen? Want voor de ogen des Heren liggen ieders wegen open, Hij
weegt al zijn gangen. Zijn ongerechtigheden vangen de goddeloze, in de strikken
zijner zonde raakt hij vast” (Spreuken 5:20-22).

We worden nog eens gewaarschuwd betreffende
overspel: “Zal iemand vuur in zijn boezem halen, zonder dat zijn klederen in
brand geraken? Of zal iemand op gloeiende kolen lopen, zonder dat zijn voeten
verbranden? Aldus hij, die tot de vrouw van zijn naaste komt; niemand die haar
aanraakt, gaat vrijuit” (Spreuken 6:27-29).

“Schade en schande verkrijgt hij, zijn smaad
is onuitwisbaar” (vers 33).

Zijn deze waarschuwingen niets anders dan
onwetende ouderwetse holle frasen?

Denk maar van niet! In plaats daarvan kunt u
de wereldwijde verwarring beschouwen, aangericht door seks buiten het huwelijk.

 

Gevolgen van seksuele zonden

 

De sociale en persoonlijke schade,
teweeggebracht door seksuele immoraliteit, is zo diepgaand dat het onmogelijk
is voor ons te meten hoeveel menselijk lijden het heeft veroorzaakt. De meeste
mensen weigeren eenvoudig de onthutsende gevolgen in te zien.

Twee heersende visies vallen in het oog.
Sommige mensen komen op voor hun recht te doen wat ze wensen: “Niemand gaat mij
vertellen wat ik doen mag in mijn persoonlijk leven.” Anderen maken praktisch
elke vorm van gedrag aannemelijk: “Het maakt niet uit wat ik doe zolang het
niemand schaadt.” Deze argumenten worden gebruikt om alle soorten van seksueel
gedrag te rechtvaardigen, inclusief vrij seksueel verkeer.

Beide visies negeren een fundamentele
realiteit: Mensen ondervinden wel schade – grote schade
zelfs. Immoraliteit in welke vorm is uiteindelijk destructief. Zoals de spreuk
zegt: “Wie overspel pleegt met een vrouw, is verstandeloos; wie dit doet,
richt zichzelf te gronde
” (Spreuken 6:32). Het eerste negatieve gevolg van
overspel is de schade .

Even schadelijk is de persoonlijke vernedering
die voorvloeit uit seksuele immoraliteit. Het kan ontkend worden maar het kan
niet vermeden worden. Paulus vertelde christenen in de losbandige eerloze stad
van Korinthe: “Vliedt de hoererij. Elke andere zonde, die een mens doet, gaat
buiten zijn eigen lichaam om. Maar door hoererij bezondigt men zich aan zijn
eigen lichaam” (1 Korinthiërs 6:18). Deze waarschuwingen zijn van toepassing op
zowel mannen als vrouwen omdat “bij God geen aanneming des persoons is” (Handelingen
10:34).

Denk aan de vernietigende gevolgen van de
seksuele revolutie. De explosie van seksueel overdraagbare aandoeningen (SOA)
is een internationale schande. SOA’s maken deel uit van de meest besmettelijke ziekten
in de wereld. AIDS alleen kost een beangstigend aantal levens en lijden en
evenaart de meest dodelijke epidemieën in de geschiedenis. Behandeling en
medisch onderzoek voor kuren zijn kostbaar. Ironisch genoeg is dit alles
vermijdbaar omdat deze ziekten bijna uitsluitend worden verspreid door vrije
seks en perverse praktijken.

Het verval van toewijding aan het huwelijk en
gezin en de daarop volgende afname van echtelijke trouw en toewijding aan
elkaar hebben hevig bijgedragen tot de gestaag toenemende buitenechtelijke
verhoudingen. Een groeiend aantal mensen in de maatschappij gaan samenwonen
zonder te trouwen. Onze maatschappij is een wegwerpmaatschappij. Intieme
persoonlijke relaties worden routinematig weggegooid.

Kinderen zijn de grootste verliezers in onze
snelle maatschappij met zijn verlokkende seksuele revolutie. Ze krijgen steeds
minder ouderlijke leiding. In de Verenigde Staten besteden vaders slechts een
paar minuten per dag aan een één-op-één relatie met elk kind. Is het een wonder
dat we een snel uitbreidende subcultuur zien van vervreemde en ontevreden
kinderen? De maatschappij verliest inzicht in waar het om gaat in gezinnen.

 

De kosten van gebroken gezinnen

 

Een ander groot negatief gevolg van de
seksuele revolutie zijn de gebroken gezinnen die het heeft opgeleverd. Deze
gebroken gezinnen brengen op hun beurt andere sociale tragedies voort. Een
meerderheid van de economisch benadeelden leven in één-ouder gezinnen. Gezinnen
geleid door één ouder zijn een leidende factor in het voorkomen van latere
criminele activiteit. Gebroken gezinnen zijn de belangrijkste gevolgen die
veroorzaakt zijn door seksuele ontrouw en immoraliteit.

Hieraan moeten we de vernietigende belastingen
en verminderde productiviteit en inkomsten toevoegen, en in niet geringe mate
het vaak voorkomend verlies van woningen en persoonlijk bezit. Deze factoren brengen
veel mensen tot armoede – in het bijzonder alleenstaande moeders met
jonge kinderen. Het probleem wordt verergerd wanneer sommige van deze kinderen
opgroeien met onvoldoende werk en sociale vaardigheden en net als volwassenen
onder de hoede blijven van het verzorgingssysteem.

Echtscheiding zorgt voor nog grotere persoonlijke
problemen. Voogdijruzies kunnen jaren duren. Kinderen worden pionnen in een
touwtrekkerij tussen ouders voor hun liefde en loyaliteit. De cijfers van
kinderen lijden er vaak onder; sommigen verlaten de school. Tieners woren op
hun beurt op steeds jongere leeftijd ouders.

 

De psychologische kosten

 

Lang voor een scheiding wordt emotionele en
psychologische schade toegebracht aan de partner en kinderen van de persoon die
seksueel ontrouw is. Velen zijn voorgoed getekend door ontgoocheling, schande
en een verlies van gevoel van eigenwaarde. In deze situaties kan een thuis niet
langer voorzien in de warmte, comfort en veiligheid die vertrouwen en hoop
bouwen. Gebrek aan hoop draagt bij tot zelfmoorden, wat, na ongelukken, de hoofdoorzaak
is van de dood onder tieners en jonge volwassenen. Zulke tragedies kunnen soms
pas jaren na het de echtscheiding plaatsvinden.

De psychologische kosten van verraad,
afwijzing en verlatenheid zijn enorm. De geest van miljoenen mensen is
verzonken in angst, depressie en bitterheid omdat hun vertrouwen in iemand die
ze liefhadden – zij het partner of ouder – verraden is. Vele van
deze mensen zijn voor het leven emotioneel verwrongen. Sommigen zoeken advies,
maar anderen zoeken naar een manier om wraak te nemen.

De problemen gaan maar door. Wie zei dat niemand
schade zou ondervinden? Overspel en vrije seks zijn voorbestemd om te
resulteren in sociale rampen. De ware kosten van seksuele immoraliteit zijn
astronomisch.

 

Overspel begint in de gedachte

 

De Bijbel noemt de menselijke obsessie van
zelfverheerlijking voor wat het is – lust. “Want al wat in de
wereld is: de begeerte des vlezes, de begeerte der ogen en een hovaardig leven,
is niet uit de Vader, maar uit de wereld. En de wereld gaat voorbij en haar
begeren, maar wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid” (1 Johannes
2:16-17).

Lust is het begin van overspel en
immoraliteit. “Gij hebt gehoord, dat er gezegd is: ‘Gij zult niet echtbreken’.
Maar Ik zeg u: Een ieder, die een vrouw aanziet om haar te begeren,
heeft in zijn hart reeds echtbreuk met haar gepleegd” (Mattheüs
5:27-28).

In tegenstelling tot de meningen van de meeste
mensen, zijn seksuele fantasieën alles behalve onschuldig. Onze acties ontstaan
in onze gedachten, in de verlangens die door onze gedachten stromen (Jakobus
1:14-15). Dagdromen van ongeoorloofde seksuele confrontaties maken ons vooral
kwetsbaar voor de daadwerkelijke daad. Vergis u niet. Mogelijkheden om te
zondigen zullen komen. We moeten Jezus’ waarschuwing dat overspel in het hart
begint ter harte nemen.

 

Niet alle aantrekkingskracht is lust

 

Het is ook belangrijk dat we wat Jezus zei
over lust niet in een context verplaatsen die Hij nooit bedoelde. Anders kan
onze zienswijze van legitieme aantrekkingskracht, dat van nature vooraf gaat
aan verkering en huwelijk, uitgesproken verwrongen worden.

In de Bijbel zien we dat God akkoord gaat met
de legitieme seksuele aantrekkingskracht dat de juiste verkeringstijd en
huwelijk bevordert. Uiteindelijk maken die verlangens deel uit van de mentale
en emotionele aard die Hij schiep in mannen en vrouwen. Jezus hekelde slechts zondige
gedachten en gedrag, niet het legitieme verlangen te trouwen en een juiste
relatie te scheppen met iemand van het andere geslacht. Hij verbied het ons ook
niet als wij iemand van het andere geslacht aantrekkelijk vinden. Hij
veroordeelt echter wel lust – het mentaal aanvaarden van een immorele
relatie.

We kunnen sensuele verlangens onder controle
houden door ze te vervangen met een onbaatzuchtig belang voor anderen.
Natuurlijk is dit soort liefde een gift van God, mogelijk gemaakt door Gods
Geest die in ons werkt (Romeinen 5:5; Galaten 5:22).

 

Omgaan met seksuele zonden

 

Dankzij de wijdversprijde promiscuïteit zijn
er weinig mensen die God willen dienen met een schone lei, seksueel gezien. Om
een juiste relatie met God te hebben, is het belangrijk voor ons dat we goed
begrijpen hoe God tegen ons verleden aankijkt.

We moeten begrijpen dat God genadig is. Het doet
Hem geen plezier ons te straffen voor onze zonden. Hij helpt ons liever onze
levenswijze te veranderen. Hij verlangt er vurig naar het eeuwige leven met ons
te delen in Zijn Koninkrijk (Lukas 12:32). Hij verheugt Zich wanneer wij ons
bekeren en Hem gehoorzamen, wanneer we beginnen te leven door Zijn koninklijke
wet van liefde (Ezechiël 33:11; Jakobus 2:8).

Toen de vrouw betrapt werd tijdens overspel en
voor Jezus gebracht werd, vergaf Hij haar niet haar zonde. Maar Hij veroordeelde
haar ook niet. Hij zei haar eenvoudig, “Ga heen, zondig van nu af niet meer”
(Johannes 8:11).

David vertelt ons dat God “barmhartig en
genadig is, lankmoedig en rijk aan goedertierenheid” (Psalm 103:8). De apostel
Johannes legde ons uit: “Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en
rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle
ongerechtigheid” (1 Johannes 1:9).

Moeten wij dan andere maatregelen nemen om de
koers van ons gedrag te veranderen? Gods woord biedt dit advies aan: “Waarmede
zal de jongeling zijn pad rein bewaren? Als hij dat houdt naar Uw Woord. Ik
zoek U met mijn ganse hart, laat mij niet van Uw geboden afdwalen. Ik berg Uw
woord in mijn hart, opdat ik tegen U niet zondige” (Psalm 119:9-11). Mensen van
alle leeftijden zouden deze woorden ter harte moeten nemen.

Simpelweg spijt hebben van wat we hebben
gedaan is niet voldoende. God wil dat we ijverig Zijn Woord bestuderen om Zijn
levensregels aan te leren
. Dan, wanneer we oprecht onze levenswijze willen
veranderen, belooft God, dat “al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit
worden als sneeuw; al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden als witte
wol”(Jesaja 1:18). Werkelijk berouw, gevolgd door de acceptatie van de
vergeving van God, is een wezenlijk deel van onze geestelijke ontwikkeling.

 

Stabiliteit in het huwelijk

 

Kameraadschap is een van de grootste
zegeningen die we kunnen krijgen door een stabiel en liefdevol huwelijk. God
erkende dit toen Hij ons schiep. “En de Here God zeide: ‘Het is niet goed, dat
de mens alleen zij. Ik zal hem een hulp maken, die bij hem past’” (Genesis
2:18).

“Twee
zijn beter dan een, omdat zij een goede beloning hebben bij hun zwoegen.
Want, indien zij vallen, dan richt de een de ander weer op; maar wee
de ene die valt zonder dat een metgezel hem opricht” (Prediker 4:9-10).

De meeste van ons hebben de ondersteuning en
kameraadschap nodig van een liefhebbende echtgeno(o)t(e). We hebben iemand
speciaal nodig die onze “ups en downs”, en onze triomfen en nederlagen kunnen
delen. Niemand kan deze rol vervullen zoals een partner die diepe liefde en
toewijding met ons deelt.

De maatschappij lijdt omdat we de visie, die
God vanaf het begin voor het huwelijk had, hebben verloren. Het is niet vereist
om getrouwd te zijn, willen we succesvol zijn in God te verheugen. Maar het is wel
een enorme zegen voor paren die elkaar behandelen zoals God het bedoelde. De meeste
mensen verlangen en hebben de voordelen nodig die komen van een stabiel
huwelijk.

Om terug te keren op wat God bedoelde, moeten
we het huwelijk het respect geven die het verdient. We moeten getrouw het gebod
van onze Schepper gehoorzamen: “Gij zult niet echtbreken.”

 

 

Het Achtste Gebod

 

Beoefen Geven Boven Nemen

 

“Gij zult niet stelen”(Exodus 20:15).

 

Het Achtste Gebod, dat stelen verbiedt, vraagt
onze aandacht voor twee tegenovergestelde manieren van denken en leven. Een
aanpak die meer de kant van het nemen benadrukt, wint alle populariteitswedstrijden.
Maar de aanpak van geven belichaamt Gods liefde voor anderen.

Diefstal is de ultieme instandhouding van de
hebzuchtige, wellustige manier van leven, één die het verkrijgen benadrukt van
materiële en ontastbare dingen zonder respect voor de rechten en gevoelens van
anderen. Het minacht overeenkomsten en grenzen vastgesteld door de maatschappij
en God. Het is de belichaming van egoïsme.

De geestelijke bedoeling van het gebod tegen
stelen vertelt ons waar de strijd tegen hebzucht begint. Het vangt aan wanneer
we leren de rechten en behoeften van anderen te waarderen.

 

Het recht om eigendom te bezitten

 

Het Achtste Gebod stelt ieders recht veilig legaal
eigendommen te verkrijgen en bezitten. God wil dat dit recht gerespecteerd en
beschermd wordt.

Zijn benadering tot materiële welstand is in
evenwicht. Hij wil dat wij slagen en van fysieke zegeningen genieten (3
Johannes 1:2). Hij verwacht ook wijsheid te zien in de manier waarop we datgene
gebruiken waarin Hij ons voorziet. Maar Hij wil niet dat het hebben van bezittingen
onze voornaamste jacht zijn in dit leven (Mattheüs 6:25-33). Wanneer we materiële
zegeningen zien als een manier om  belangrijkere dingen te verkrijgen, ziet God ons met vreugde
slagen.

Voor Hem is het belangrijk dat vrijgevigheid
in plaats van hebzucht de keuzes die we maken motiveert. Omdat geven en dienen kwaliteiten zijn van Zijn eigen karakter, vraagt Hij dat
wij dit vanuit ons hart belangrijker achten dan onszelf te overstelpen met bezittingen.

 

God houdt van blijde gevers

 

Jezus behandelde deze aanpak toen Hij sprak
over het helpen van de minder fortuinlijken door gewaagde leningen te geven.
“Vraagt iemand iets van u, geef het hem; neemt iemand het uwe, vraag het niet
terug. En gelijk gij wilt, dat u de mensen doen, doet gij hun evenzo. En indien
gij liefhebt, die u liefhebben, wat hebt gij voor? Immers, ook de zondaars
hebben lief, die hen liefhebben. Want indien gij goed doet aan wie u goed doen,
wat hebt gij voor? Ook de zondaars doen dat. En indien gij leent aan hen, van
wie gij hoopt iets te ontvangen, wat hebt gij voor? Ook zondaars lenen aan
zondaars om evenveel terug te ontvangen. Neen, hebt uw vijanden lief, en doet
hun goed en leent zonder op vergelding te hopen, en uw loon zal groot zijn en
gij zult kinderen van de Allerhoogste zijn, want Hij is goed jegens de
ondankbaren en bozen” (Lukas 6:30-35).

Gebaseerd op wat volgt wat Hij reeds vertelde
over het hebben van een gul – in tegenstelling tot een egoïstisch –
hart, vervolgde Jezus: “
Geeft en u zal gegeven worden: een goede, gedrukte, geschudde,
overlopende maat zal men in uw schoot geven. Want met de maat, waarmede gij
meet, zal u wedergemeten worden” (vers 38).

God
is bereid onze partner te zijn in het dienen van anderen als we hebzucht
vervangen door een toewijding tot dienen. Hij kijkt naar de mate van
intensiteit van onze betrokkenheid in de gevende manier van leven.

Paulus drukt het duidelijk uit. “En ieder doe,
naardat hij zich in zijn hart heeft voorgenomen, niet met tegenzin of
gedwongen, want God heeft de blijmoedige gever lief. En God is bij machte alle
genade in u overvloedig te schenken, opdat gij, in alle opzichten te allen
tijde van alles genoegzaam voorzien, in alle goed werk overvloedig moogt zijn”
(2 Korinthiërs 9:7-8).

God verheugt Zich wanneer Hij ziet dat wij,
wanneer in onze eigen behoeften is voorzien, elke extra overvloed van
zegeningen gebruiken om anderen tot dienst te zijn. Hij kan dan weten dat we
Zijn levenswijze beginnen te begrijpen en navolgen.

 

Het veranderen van het hart van een dief

 

Hoe heeft dit alles direct betrekking op het
gebod niet te stelen? Paulus geeft ons het verband: “
Wie een dief was, stele niet
meer, maar spanne zich liever in om met zijn handen goed werk te verrichten,
opdat hij iets kan mededelen aan de behoeftige” (Efeziërs 4:28).

Een
dief moet verder gaan dan eenvoudig te stoppen met diefstal om God te behagen.
Iemand heeft ooit wijselijk opgemerkt: “Een dief die gestopt is met stelen kan
nog steeds een dief in zijn hart zijn – het is slechts een tijdelijk
werkloze dief. Hij stopt pas echt een dief te zijn als en wanneer hij stelen
door geven vervangt.”

Een
dief moet zijn hart en levensopvatting veranderen.

 

Andere vormen van stelen

 

Het direct nemen van andermans bezittingen is
niet de enige manier om te stelen. Bedriegers gebruiken ingewikkelde tactieken
om hun slachtoffers op te lichten. Misleidende advertenties doen hetzelfde.
Fabrikanten die misleidend hun producten van ondermaatse kwaliteit aanprijzen,
bedriegen hun klanten. Werknemers die meer uren rekenen dan dat ze werken of
meer rekenen voor hun diensten dan dat ze waard zijn, stelen van diegenen die
hen huren.

Dan zijn er diegenen die “lenen”, maar nooit
teruggeven. Stelen zij niet? Er zijn zoveel manieren om te nemen wat niet van
ons is, dat we altijd waakzaam moeten zijn. We zouden Gods gebod tegen stelen
kunnen overtreden zonder te beseffen wat we doen.

Werknemers die niet werken ofschoon ze er voor
betaald worden, stelen van hun werkgevers. Mensen die graag consumeren van wat
anderen produceren, terwijl ze weigeren hun deel van de arbeid en de verantwoordelijkheid
van hun deel in de productie van goederen en diensten te dragen, houden zich
bezig met weer een andere vorm van stelen. Ze gebruiken wat anderen bijdragen, maar
dragen zelf weinig of niets bij. Ze nemen veel en geven weinig terug.

Let op Jezus Christus’ parabel van de persoon
die weigerde eigen verantwoording te nemen: “Nu kwam ook hij, die het ene
talent ontvangen had, en zeide: Heer, ik wist van u, dat gij een hard mens
zijt, die maait, waar gij niet gezaaid hebt, en die bijeenbrengt van plaatsen,
waar gij niet hebt uitgestrooid. En ik was bevreesd en ben heengegaan en heb uw
talent in de grond verborgen; hier hebt gij het uwe. En zijn heer antwoordde en
zeide tot hem: Gij slechte en luie slaaf, wist gij, dat ik maai, waar ik niet
gezaaid heb en bijeenbreng van plaatsen, waar ik niet heb uitgestrooid?”
(Mattheüs 25:24-26). De man in deze parabel wist dat zijn werk was om te
produceren voor zijn meester. Maar door zijn eigen verwrongen visie koos hij er
bewust voor onproductief te zijn. Hij kende de regels en verantwoordelijkheden
die hem waren opgedragen. Hij had geen excuus voor zijn slappe gedrag.

Jezus’ parabel gaat verder: “Dan hadt gij mijn
geld aan de bankiers moeten geven en ik zou bij mijn komst mijn eigendom met
rente opgevraagd hebben. Neemt hem dan het talent af en geeft het aan hem, die
de tien talenten heeft” (verzen 27-28).

De werkgever van de man noemde hem “slecht en
lui.” In zijn hart was hij niet anders dan een dief. Daarom gaf zijn baas zijn
beloning aan een ander die hard gewerkt had om iemand anders dan hemzelf te
bevoordelen. Jezus gebruikte deze parabel om te illustreren wat God vindt van
zelfbeklag en egoïsme.

 

Kunnen we van God stelen?

 

De Bijbel laat ons nog een andere vorm van
stelen zien. Vanaf de tijd van Abraham (Genesis 14:20), laat de Bijbel
voorbeelden zien hoe Gods trouwe dienaren formeel bevestigden dat alleen God
werkelijk alles bezit. Ze gaven Hem trouw een tiende van hun inkomsten. In het
verbond dat God maakte met het oude Israël werd een tiende van de inkomsten van
de mensen apart gezet voor de priesters, om hun geestelijke diensten aan de
natie te financieren. Het is wellicht overbodig te zeggen dat deze praktijk van
tienden geven nooit populair is geworden bij de meeste mensen. Het vereiste een
vertrouwen in God dat Hij overvloedig in hun noden zou voorzien als zij een
gevende natie waren.

In 721 voor Christus was algemene
ongehoorzaamheid van Gods wetten in het oude Israël zo’n gewoonte geworden, dat
God de tien noordelijke stammen in gevangenschap stuurde door de Assyriërs, waarmee
Hij slechts de stammen van Juda en Benjamin achterliet, en de Levieten
verspreidde in het zuidelijke koninkrijk van Juda. Zij vervolgden echter dit
patroon van ongehoorzaamheid en werden als gevangenen naar Babylon gevoerd in
587 voor Christus.

Ongeveer een eeuw later keerden een kleine
groep Joden terug naar Jeruzalem en herbouwden de stad en de tempel onder
leiding van Ezra en Nehemia. Maar hun loyaliteit aan God begon spoedig af te
nemen, net zoals dat gebeurde voor hun gevangenschap. Door de profeet Maleachi
berispte God de priesters, omdat zij nalieten om Zijn wetten te onderwijzen
(Maleachi 2:7-9).

Ondertussen wees Hij de mensen terecht, omdat
zij de tienden die voor God bestemd waren voor henzelf hielden. “Mag een mens
God beroven? Toch berooft gij Mij. En dan zegt gij: Waarin beroven wij U? In de
tienden en de heffing. Met de vloek zijt gij vervloekt, en Mij berooft gij, gij
volk in zijn geheel” (Maleachi 3:8-9).

De leiders van de Joden in die tijd veranderden
de ongehoorzaamheid van de natie en stelde gedetailleerde regels vast om
iedereen te dwingen zich bij de wet neer te leggen. De fysieke aspecten van
deze regels waren strikt, maar veel mensen gingen door met hun
beklagenswaardige achteloosheid van de geestelijke aspecten van de wet.

Later veroordeelde Jezus hun misleide
prioriteiten. Hij ondersteunde de voortdurende naleving van de fysieke aspecten
van de wet en hun trouwe tiendenbijdrage. Maar Hij bekritiseerde ook hun falen,
door de nadruk te leggen op geestelijke deugden als vertrouwen, genade en
rechtvaardigheid.

“Wee u, schriftgeleerden en Farizeeen, gij
huichelaars, want gij geeft tienden van de munt, de dille en de komijn en gij
hebt het gewichtigste van de wet verwaarloosd: het oordeel en de barmhartigheid
en de trouw. Dit moest men doen en het andere niet nalaten” (Mattheüs 23:23).
Jezus zei hen dat ze beide moesten doen – naast het beoefenen van de wet
van tienden, ook het uitvoeren van vertrouwen, genade en gerechtigheid. Jezus
Christus bevestigde de praktijk van het geven van tienden – een gedeelte
van wat God aan ons geeft moeten we teruggeven aan Hem. We mogen niet de
tienden voor onszelf houden, terwijl ze van Hem zijn.

 

Voorbij het hier en nu

 

God wil dat wij vertrouwen hebben in de
toekomst. Zijn Woord is vol beloften omtrent onze toekomst in Zijn Koninkrijk.
Als wij die beloften geloven, zullen we onze tijd en energie investeren in het
verkrijgen van een vermogen van geestelijke schatten die eeuwig zullen duren
– schatten die geen dief van ons kan wegnemen.

Dat is het advies van Jezus Christus.
“Verzamelt u geen schatten op aarde, waar mot en roest ze ontoonbaar maakt en
waar dieven inbreken en stelen; maar verzamelt u schatten in de hemel, waar
noch mot noch roest ze ontoonbaar maakt en waar geen dieven inbreken of stelen”
(Mattheüs 6:19-20)

We moeten de echte waarden begrijpen en
toepassen in het leven. We moeten ons concentreren op het bouwen van
karaktereigenschappen die langer zullen duren dan alleen fysiek leven. De kern
van dit alles is liefde. Goddelijke liefde overwint het verlangen om te
stelen.

 

 

Het Negende Gebod:

 

Waarheid als een Levenswijze

 

“Gij zult geen valse getuigenis spreken
tegen uw naaste” (Exodus 20:16).

 

Hoe belangrijk is waarheid? Om volledig het
Negende Gebod te begrijpen om niet te liegen, moeten we inzien hoe belangrijk
waarheid is voor God.

Wat vertelt de Schrift ons over God, Zijn
Woord en waarheid? Zie wat verscheidene verzen ons vertellen: “Alle woord Gods
is gelouterd…” (Spreuken 30:5). Daniël verwijst naar Gods Woord als “het
boek der waarheid”
(Daniël 10:21). Jezus Christus zei van God de Vader,
uw woord is de waarheid” (Johannes 17:17).

Door de hele Bijbel heen wordt ons geleerd:
“God is geen man, dat Hij liegen zou” (Numeri 23:19); “des Heren woord is
waarachtig, al zijn werk geschiedt in trouw” (Psalm 33:4) omdat Hij “een God
van trouw” is (Deuteronomium
32:4). En “zijn
goedertierenheid is tot in eeuwigheid” (Psalm 100:5).

Als de enige bron van waarheid, eist God dat
Zijn dienaren altijd waarheidsgetrouw spreken. Door Gods inspiratie schrijft
Koning David: “Here, wie mag verkeren in uw tent? Wie mag wonen op uw heilige
berg? Hij, die onberispelijk wandelt en doet wat recht is en waarheid spreekt
in zijn hart, die met zijn tong niet lastert, die zijn metgezel geen kwaad doet
en geen smaad op zijn naaste laadt” (Psalm 15:1-3).

God verwacht dat waarheid in elk facet van
ons leven doordringt.

 

Christus en de waarheid

 

Het herstellen van het ontzag voor de waarheid
als een universele manier van leven, zal een prioriteit zijn wanneer Jezus
Christus terugkeert om Zijn regels in te stellen. “
Zo zegt de Here: ‘Ik keer weder
tot Sion en Ik woon binnen Jeruzalem; Jeruzalem zal de stad der trouw,
en de berg van de Here der heerscharen zal de berg der heiligheid genoemd
worden’” (Zacharia 8:3).

Uitziend naar de regering van Christus in het
Koninkrijk van God, onthult Psalm 85 de nadruk die God zal leggen op
rechtvaardigheid en waarheid. “Waarlijk, zijn heil is nabij hen die Hem vrezen,
zodat heerlijkheid in ons land woont. Goedertierenheid en trouw ontmoeten
elkander, gerechtigheid en vrede kussen elkaar, trouw spruit voort uit de
aarde, en gerechtigheid ziet neder van de hemel. Ook zal de Here het goede geven,
en ons land zal zijn gewas voortbrengen; gerechtigheid zal voor Hem uitgaan en
zijn schreden richten op de weg” (verzen 9-13).

Dan zal Jezus Christus erop staan dat de gehele
mensheid in Zijn voetsporen zal volgen en zo de waarheid te accepteren, te geloven
en te spreken.

 

Waarheid in onze relatie met Christus

 

Onze persoonlijke relatie met God door Zijn
Zoon, Jezus Christus, begint met onze acceptatie van en overgave aan Gods Woord
als waarheid. “In Hem zijt ook gij, nadat gij het woord der waarheid, het
evangelie uwer behoudenis, hebt gehoord; in Hem zijt gij, toen gij gelovig
werdt, ook verzegeld met de Heilige Geest der belofte” (Efeziërs 1:13).

Toen Jezus terechtstond, vlak voor Zijn
kruisiging, vroeg de Romeinse gouverneur Pilatus aan Christus of Hij werkelijk
een koning was. Jezus reageerde door Zijn missie samen te vatten en erop te
wijzen wie op Zijn boodschap zou reageren: “Gij zegt, dat Ik koning ben.
Hiertoe ben Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen, opdat Ik voor
de waarheid zou getuigen
; een ieder, die uit de waarheid is, hoort
naar mijn stem” (Johannes 18:37).

Jezus Christus’ karakter was (en is) een
perfecte afbeelding van het karakter van onze hemelse Vader, de God van
waarheid. In het antwoord op een vraag die een van Zijn discipelen stelde, zei
Jezus: “
Ik
ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan
door Mij” (Johannes 14:6). Zijn discipelen groeien, door in liefde de
waarheid te spreken
, “ons aan de waarheid houdende, in liefde in elk
opzicht naar Hem toe, die het hoofd is, Christus” (Efeziërs 4:15).

Om discipelen van Jezus Christus te zijn
moeten we besluiten voortdurend de waarheid te spreken en de oprechtheid te demonstreren
van onze liefde voor anderen. We moeten ook accepteren en gehoorzamen, dat de
geboden en leringen van God, “de weg van waarheid” is (Psalm 119:30, 151, 160).
Samuel zegt ons: “Vreest slechts de Here en dient Hem trouw met uw ganse hart,
want ziet, welke grote dingen Hij onder u gedaan heeft” (1 Samuel 12:24).

 

Liegen komt in overvloed voor

 

Het is tegenwoordig bijna onmogelijk er zeker
van te zijn wie de waarheid vertelt. Bijna iedereen probeert het risico om gepakt
te worden of te zetten tegen de waarneembare voordelen van liegen.

Sommige bedrijven vertonen verbazingwekkende
creativiteit in het camoufleren van bedrog  wanneer ze met hun producten adverteren. Bijna overal
ontdekken we individuen, bedrijven en andere organisaties die betrokken zijn in
een verfijnd spel van het zien hoe bedrieglijk ze kunnen zijn zonder
rechtszaken te veroorzaken of potentiële klanten te doen vervreemden.

Liegen is een geaccepteerde manier om te leven.
Onze wereld is nauwkeurig beschreven door Jesaja’s beschrijving van het oude
Israël: “Er is niemand die een gegronde aanklacht indient, en niemand die naar
waarheid richt; zij vertrouwen op ijdelheid, spreken valsheid, gaan zwanger van
moeite en baren onheil” (Jesaja 59:4).

Hoe keek God aan tegen de epidemie van leugens
van de Israëlieten? “Zeg dus van hen: ‘Dit is het volk dat niet hoort naar de
stem van de Here, zijn God, en dat geen tuchtiging aanneemt; de oprechtheid is
verdwenen en teloorgegaan uit hun mond’” (Jeremia 7:28).

Net zoals toen injecteren mensen nog steeds routinematig
bedrog in hun relaties – relaties van persoonlijke, sociale, politieke,
religieuze en economische aard. Het tekort aan eerlijkheid is zo breed geaccepteerd
dat publieke censuur zelfs niet langer liegen ontmoedigt. Die eis moet van
binnenuit komen.

 

Bent u waarheidsgetrouw?

 

Nu wordt de belangrijke vraag aan u persoonlijk
gesteld. Liegt u?

Misschien klinkt het vriendelijker wanneer de
vraag een beetje anders verwoord wordt: Hoe veel belang hecht u eraan om waarheidsgetrouw
te zijn? Of, als we de zaak omdraaien: is wekt liegen weerzin bij u op? Dit
soort vragen zijn cruciaal. U moet deze vragen zelf naar waarheid vragen en
beantwoorden.

De verleiding om te liegen zal nooit stoppen.
Ze zijn altijd aanwezig. Liegen lijkt een veel snellere en makkelijkere manier
om voordeel te krijgen boven anderen. Het lijkt een manier om gemakkelijke en vlug
te ontsnappen aan een gevoel van beschaamdheid, angst en schuld. Maar de Bijbel
zegt, “
Leugenlippen
zijn de Here een gruwel, maar wie trouw handelen, zijn Hem welgevallig” (Spreuken
12:22).

We
worden geconfronteerd met een fundamentele keuze. We volgen Gods voorbeeld van
waarheid en eerlijkheid in onze acties en communicaties, of we volgen het
voorbeeld van de grondlegger van de leugen, Satan. Jezus vertelt ons dat de
duivel “
een leugenaar en de vader der leugen is” (Johannes
8:44). Hij verleidde Eva toen zij Adam overhaalde om van de verboden vrucht te
eten (Genesis 3:1-6, 17). Deze daad van ongehoorzaamheid had lijden en de dood van
onze eerste ouders tot gevolg. De duivel heeft sindsdien mensen meedogenloos
verkeerd ingelicht en misleid. Satans boosaardige invloed is zo groot dat hij
“de hele wereld misleidt” (Openbaring 12:9). Het is zo gemakkelijk voor ons om
zijn voorbeeld te volgen in hoe wij met anderen omgaan, vooral wanneer liegen
om ons heen zo algemeen gepraktiseerd wordt.

 

De menselijke natuur is bedrieglijk

 

Leren standvastig en
consequent waarheidsgetrouw te zijn vereist zelfdiscipline en moed, en in onze
standvastigheid en consequentheid moeten we vertrouwen op hulp van God.

We zien onszelf vaak dingen doen waarvan we
weten dat ze verkeerd zijn. Dus waarom doen we ze dan? De profeet Jeremia geeft
ons het antwoord: “Arglistig is het hart boven alles, ja, verderfelijk is het;
wie kan het kennen? Ik, de Here, doorgrond het hart en toets de nieren, en dat,
om aan een ieder te geven naar zijn wegen, naar de vrucht zijner daden” (Jeremia
17:9-10).

God begrijpt onze natuur en openbaart aan ons hoe
we het kunnen bestrijden. Jezus verklaarde dat, ofschoon we de wil kunnen
hebben om te gehoorzamen, ons vlees zwak is (Markus 14:38). Het ontbreekt ons
aan het voornemen en de kracht om verleiding te weerstaan. Hoe kunnen we deze
zwakte dan neutraliseren?

Via de pen van de apostel Paulus, verklaart God
de oorzaak van en de oplossing voor dit universeel menselijk probleem. Terwijl
hij zichzelf als voorbeeld gebruikt, omschrijft Paulus de tijdloze menselijke
strijd: “Wij weten immers, dat de wet geestelijk is; ik echter ben vlees,
verkocht onder de zonde. Want wat ik uitwerk, weet ik niet; want ik doe niet
wat ik wens, maar waar ik een afkeer van heb, dat doe ik” (Romeinen 7:14-15).

We kunnen ons met Paulus identificeren. We
hebben dezelfde frustratie en wroeging ervaren. Paulus gaat verder: “Want naar
de inwendige mens verlustig ik mij in de wet Gods, maar in mijn leden zie ik
een andere wet, die strijd voert tegen de wet van mijn verstand en mij tot
krijgsgevangene maakt van de wet der zonde, die in mijn leden is. Ik, ellendig
mens! Wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods?” (verzen 22-24).
Paulus had geleerd dat mensen hulp behoeven om de zwakheden van de menselijke
natuur te overwinnen.

 

Bedrog overwinnen

 

Een andere apostel, Petrus, verloochende Jezus
Christus en loog zelfs, in de nacht van Zijn verraad, over het feit dat hij Hem
kende (Mattheüs 26:69-74). Net als Petrus vinden de meeste mensen het bijna
onmogelijk alle vormen van bedrog achter zich te laten totdat ze hun leven
overgeven aan God en oprecht Zijn hulp beginnen te zoeken. Die hulp is
bereidwillig voorhanden, “want God is het, die om zijn welbehagen zowel het
willen als het werken in u werkt” (Filippenzen 2:13).

We moeten om die hulp vragen. En hoe kunnen we
het krijgen? Het staat in Gods Woord: “Daar wij nu een grote hogepriester
hebben, die de hemelen is doorgegaan, Jezus, de Zoon van God, laten wij aan die
belijdenis vasthouden. Want wij hebben geen hogepriester, die niet kan
medevoelen met onze zwakheden, maar een, die in alle dingen op gelijke wijze als
wij
is verzocht geweest, doch zonder te zondigen. Laten wij daarom met
vrijmoedigheid toegaan tot de troon der genade, opdat wij barmhartigheid
ontvangen en genade vinden om hulp te verkrijgen te gelegener tijd” (Hebreeën
4:14-16).

We hebben de oplossing voorhanden om ons te
verlossen van deze diepgaande en verraderlijke menselijke zwakheid. Paulus
spoorde de kerkleden in Efeze aan “de nieuwe mens aan te doen, die naar de
wil van
God geschapen is in waarachtige gerechtigheid en heiligheid. Legt
daarom de leugen af en spreekt waarheid, ieder met zijn naaste, omdat wij leden
zijn van elkander” (Efeziërs 4:24-25).

 

De weg van waarheid

 

Diegenen die bereidwillig de wet van God
geloven en gehoorzamen, kunnen door gedoopt te worden en de Heilige Geest te
ontvangen, leden worden van de Kerk die Jezus Christus stichtte. Hij refereert
naar hen als “het licht der wereld” (Mattheüs 5:14). Zij vertegenwoordigen “de
weg der waarheid” (2 Petrus 2:2).

Paulus noemt Gods Kerk “een pijler en
fundament der waarheid” (1 Timotheüs 3:15). De leden ervan zijn de dienaren van
“de levende en waarachtige God” (1 Tessalonicenzen 1:9). Door “
rechte voren te trekken
bij het brengen van het woord der waarheid” (2 Timotheüs 2:15), is de Kerk door
Christus opgedragen om “de waarheid van het evangelie” in de gehele wereld te
prediken (Galaten 2:5; Mattheüs 24:14; 28:19).

Alles
in het leven van een christen is in waarheid verankerd. God wil dat wij, als
Zijn kinderen, onszelf verbinden aan waarheid en die waarheid in alles wat we
doen reflecteren. Daarom gebiedt God ons: “
Gij zult geen
valse getuigenis spreken tegen uw naaste” (Exodus 20:16).

 

 

Het Tiende Gebod

 

Ware Rechtvaardigheid komt uit het Hart

 

“Gij zult niet begeren uws naasten huis;
gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn
dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is” (Exodus
20:17).

 

De laatste van de Tien Geboden – het
gebod tegen begeren – is direct op het hart en verstand van elk menselijk
wezen gericht. Bij het verbieden van begeerte, gaat het niet zo zeer om wat we
moeten doen, maar
hoe we moeten denken. Het vraagt ons om diep in ons innerlijk te kijken
om te zien wat we van binnen zijn.

Net als met de voorgaande negen geboden, is dit
gebod gericht op onze relaties. Het draait specifiek om de gedachten die deze
relaties bedreigen en die ons en onze naasten potentieel kunnen schaden.

De wijze waarop we reageren op iedereen met
wie we in contact komen wordt bepaald door onze motieven. Het overtreden van
Gods wet van liefde begint in het hart, zoals Jezus Christus bevestigde. “Want
van binnenuit, uit het hart der mensen, komen de kwade overleggingen, hoererij,
diefstal, moord, echtbreuk, hebzucht, boosheid, list, onmatigheid, een boos
oog, godslastering, overmoed, onverstand. Al die slechte dingen komen van
binnen uit naar buiten en maken de mens onrein” (Markus 7:21-23).

Daarom is het een passende einde van de
formele rangschikking van deze tien basisgeboden, die de liefde van God
definiëren, om te eindigen met een gebod dat zich op op onze harten concentreert
als de bron van onze relatieproblemen. Want van binnenuit komt het verlangen
dat ons verleidt en ons op het slechte pad brengt.

 

Wat is begeerte?

 

Begeren betekent smachten (hunkeren) of
verlangen, vooral op buitensporige en onfatsoenlijke wijze. Het Tiende Gebod
zegt ons niet dat al onze verlangens immoreel zijn. Het zegt ons dat sommige
verlangens verkeerd zijn.

Begeren is een immoreel verlangen naar iets
dat niet rechtmatig van ons is. Maar begeren kan ook het verlangen inhouden
naar meer dan we eigenlijk verdienen of dat ons rechtmatig deel zou zijn. Het
kernpunt van het Tiende Gebod is dat we niet ongeoorloofd iets verlangen dat
reeds van anderen is.

Het tegenovergestelde van begeren is een
positief verlangen anderen te helpen. We moeten ons verheugen wanneer andere
mensen gezegend worden. Ons verlangen moet zijn bij te dragen aan het welzijn
van anderen, en dat onze aanwezigheid in hun leven een zegen voor hen is.

 

De menselijke natuur is egoïstisch

 

Onze natuurlijke neiging is om altijd eerst
aan onszelf te denken. We zijn veel meer geïnteresseerd in wat we kunnen krijgen
dan in wat we kunnen geven. Dat is de kern van wat God afkeurt in
het Tiende Gebod. Hij zegt ons te stoppen met alleen aan onszelf te denken, te stoppen
met alleen onze eigen belangen na te jagen. Begeren is de egoïstische
benadering van het leven en egoïsme is de oorsprong van onze overtredingen van
Gods wetten.

“Maar zo vaak iemand verzocht wordt, komt dit
voort uit de zuiging en verlokking zijner eigen begeerte,”zoals Jakobus
verklaart. “Daarna, als die begeerte bevrucht is, baart zij zonde; en als de
zonde volgroeid is, brengt zij de dood voort” (Jakobus 1:14-15). Jakobus
schrijft hoe gevaarlijk onbeheerste verlangens kunnen zijn. “Waaruit komt bij u
strijden en vechten voort? Is het niet hieruit uit uw hartstochten, die in uw
leden zich ten strijde toerusten? Gij begeert, doch gij hebt niet; gij zijt
moorddadig en naijverig en gij kunt er niets mede verkrijgen; gij vecht en gij
strijdt. Gij hebt niets, omdat gij niet bidt” (Jakobus 4:1-2).

Zoals Jakobus benadrukt, kan begeren een
kernoorzaak zijn van vele zonden, inclusief moord en oorlogvoering. Als wij het
niet in bedwang kunnen houden, kan een gedachte een obsessie worden, en leiden
tot een daad. Wij allen hebben “verkeerd, in de begeerten van ons vlees,
handelende naar de wil van het vlees en van de gedachten” (Efeziërs 2:3). Wij allen
hebben ons gedrag door onze verlangens laten leiden. Dienovereenkomstig hebben
we allen gezondigd (Romeinen 3:10, 23).

 

Een universele plaag

 

De apostel Paulus’ omschrijving van
hebzuchtige mensen in de laatste dagen is leerzaam. “Weet wel, dat er in de
laatste dagen zware tijden zullen komen: want de mensen zullen zelfzuchtig
zijn, geldgierig, pochers, vermetel, kwaadsprekers, aan hun ouders
ongehoorzaam, ondankbaar, onheilig, liefdeloos, trouweloos, lasteraars,
onmatig, onhandelbaar, afkerig van het goede, verraderlijk, roekeloos,
opgeblazen, met meer liefde voor genot dan voor God, die met een schijn van
godsvrucht de kracht daarvan verloochend hebben; houd ook dezen op een afstand”
(2 Timotheüs 3:1-5). Dit is een zeer accurate beschrijving van onze wereld.

Onze maatschappij is niet uniek in de
geschiedenis. Hebzucht is altijd een wezenlijk onderdeel van de mensheid
geweest. Sprekend over een van de laatste koningen van het oude Judea, zei God:
Maar gij
hebt enkel oog en hart voor uw onrechtmatig gewin en voor het vergieten van
onschuldig bloed, voor het begaan van onderdrukking en geweld” (Jeremia 22:17).
Het probleem was niet gekoppeld aan de koningen, “want van klein tot groot zijn
zij er allen op uit zich te bevoordelen; allen, van profeet tot priester,
plegen zij bedrog” (Jeremia 6:13).

God toonde Zijn afschuw over Israël’s hebzucht
en waarschuwde Israël over het uiteindelijke gevolg: “Begeren zij akkers, zij
roven die, en huizen, zij nemen die. Zo verdrukken zij de man en zijn huis, de
mens en zijn erfdeel. Daarom, zo zegt de Here, zie Ik ga tegen dit geslacht een
kwaad bedenken, waaruit gij uw halzen niet zult trekken…” (Micha 2:2-3).

Eén opvallend voorbeeld van de wereldwijde acceptatie
van hebzucht is de groeiende populariteit van loterijen die door de staat
beheerd worden. Miljoenen mensen geven elke week een deel van hun salaris uit
in de hoop een fantastisch leven van gemak en luxe te winnen. Evenzo zijn de
gokcentra van de wereld erg populaire vakantieverblijven, gespecialiseerd in
vermaak gericht op onze basis instincten.

Het bevorderen van hebzucht is “big business”.
Reclamebureaus en onderzoeksbedrijven maken er een wetenschap van de
hebzuchtige honger van klanten te manipuleren. Zoals het oude Israël zijn ook wij
een hebzuchtige maatschappij.

 

Een vorm van afgoderij

 

Hebzucht is veel ernstiger dan alleen maar een
ziekte. Wanneer we hebzucht, lust en onszelf boven God stellen, dan wordt
hebzucht afgoderij.

Paulus waarschuwt ons: “Doodt dan de leden,
die op de aarde zijn: hoererij, onreinheid, hartstocht, boze begeerte en de
hebzucht, die niet anders is dan afgoderij, om welke dingen de toorn Gods komt”
(Kolossenzen 3:5-6).

Ergens anders verbindt Paulus de zonden van
hebzucht met afgoderij, waarbij hij erop wijst dat deze en andere zonden ons
kunnen belemmeren het Koninkrijk van God in te gaan. “
Want hiervan moet gij doordrongen
zijn, dat in geen geval een hoereerder, onreine of geldgierige, dat is een
afgodendienaar, erfdeel heeft in het Koninkrijk van Christus en God” (Efeziërs
5:5).

 

Hebzucht bestrijden

 

Jezus beval Zijn discipelen: “Ziet toe, dat
gij u wacht voor alle hebzucht, want ook als iemand overvloed heeft, behoort
zijn leven niet tot zijn bezit” (Lukas 12:15). Paulus vertelt ons evenzo: “Zonder
zelfzucht of ijdel eerbejag; doch in ootmoedigheid achte de een de ander
uitnemender dan zichzelf; en ieder lette niet slechts op zijn eigen belang,
maar ieder lette ook op dat van anderen” (Filippenzen 2:3-4).

Gods weg, de weg van liefde, is op deze manier
bezorgdheid voor anderen te tonen. “Want de geboden: gij zult niet echtbreken,
gij zult niet doodslaan, gij zult niet stelen, gij zult niet begeren en welk
ander gebod er ook zij, worden samengevat in dit woord: gij zult uw naaste
liefhebben als uzelf. De liefde doet de naaste geen kwaad; daarom is de liefde
de vervulling der wet” (Romeinen 13:9-10).

Om hebzucht te bestrijden moeten we vertrouwen
hebben dat God voor een weg zal zorgen om in onze rechtmatige behoeften te
voorzien. We hebben goede reden om zulk vertrouwen te hebben. De Schrift
belooft ons dat Hij ons nooit zal verlaten, als we gehoorzamen en Hem
vertrouwen. “Laat uw wijze van doen onbaatzuchtig zijn, weest tevreden met wat
gij hebt. Want Hij heeft gezegd: ‘Ik zal u geenszins begeven, Ik zal u
geenszins verlaten’” (Hebreeën 13:5).

Paulus benadrukt dezelfde principes in andere
woorden: “Want wij hebben niets op de wereld medegebracht; wij kunnen er ook
niets uit medenemen. Als wij echter onderhoud en onderdak hebben, dan moet ons
dat genoeg zijn. Maar wie rijk willen zijn, vallen in verzoeking, in een strik,
en in vele dwaze en schadelijke begeerten, die de mensen doen wegzinken in
verderf en ondergang. Want de wortel van alle kwaad is de geldzucht. Door
daarnaar te haken zijn sommigen van het geloof afgedwaald en hebben zich met
vele smarten doorboord” (1 Timotheüs 6:7-10).

Hebzucht kan niet overwonnen worden zonder
hulp van God. De negatieve trekkracht van de menselijke natuur is gewoon te sterk
voor ons om het zelf te overwinnen.

Om de hulp te ontvangen die we nodig hebben,
moeten we erom vragen – God speciaal verzoeken om ons de Heilige Geest te
geven (Lukas 11:13). Daarna moeten we Gods Geest toestaan in ons te werken om
onze manier van denken te veranderen. “
Dit bedoel ik: wandelt door de Geest en voldoet niet aan
het begeren van het vlees. Want het begeren van het vlees gaat in tegen de
Geest en dat van de Geest tegen het vlees (want deze staan tegenover elkander)
zodat gij niet doet wat gij maar wenst” (Galaten 5:16-17). Handelingen 2:38
verklaart hoe we de Heilige Geest kunnen ontvangen. (Voor meer informatie over
Gods Geest en hoe die te ontvangen te ontvangen, kunt u ons gratis boekje aanvragen:
De Weg naar Eeuwig Leven.)

 

Onze verlangens dirigeren

 

We moeten onze verlangens in de goede richting
dirigeren. Jezus verklaarde dat we “eerst Zijn Koninkrijk en Zijn gerechtigheid
zoeken” (Mattheüs 6:33). Hij leerde ons ook: “…verzamelt u schatten in de
hemel, waar noch mot noch roest ze ontoonbaar maakt en waar geen dieven
inbreken of stelen. Want, waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn” (Mattheüs
6:20-21).

Juiste en nuttige relaties, geestelijk begrip
en wijsheid zijn voorbeelden van blijvende schatten waarvan God wil dat
wij die verlangen. “Ja, indien gij tot het inzicht roept en tot de
verstandigheid uw stem verheft; indien gij haar zoekt als zilver en naar haar
speurt als naar verborgen schatten, dan zult gij de vreze des Heren verstaan en
de kennis Gods vinden” (Spreuken 2:3-5).

God zegt: “Want wijsheid is beter dan koralen,
al wat men zou kunnen begeren, kan haar niet evenaren” (Spreuken 8:11). Zijn
Woord beschrijft een aantal beloningen van wijsheid: “Mijn vrucht is meer waard
dan goud, ja dan gelouterd goud, mijn opbrengst meer dan uitgelezen zilver. Ik
wandel op het pad van de gerechtigheid, midden op de wegen van het recht, om
hen die mij liefhebben, bezit te doen beërven; hun schatkamers zal ik vullen”
(verzen 19-21). Het loont om wijsheid te zoeken met gerechtigheid.

Om te willen uitblinken in onze doelstellingen
kan een goede ambitie zijn. Als onze doelstelling is om bruikbaar te zijn voor
anderen, heeft het Gods goedkeuring als wij daarvoor de juiste vaardigheden en
kennis opdoen die gunst en voordeel in dit leven brengen. Zoals een wijze
dienstknecht van God schreef: “
Ziet gij een man, vaardig in zijn werk, hij zal ten dienste
van koningen gesteld worden; ten dienste van onaanzienlijken wordt hij niet
gesteld” (Spreuken 22:29).

God
wil dat bezorgdheid voor anderen de motivatie is voor onze verlangens.
Soms zal onze dienst aan hen resulteren in prachtige beloningen voor ons. Maar
alleen als wij het geven boven het krijgen stellen, zullen onze verlangens
in de goede richting worden geleid. We moeten hebzucht vervangen door dienst en
liefde voor andere mensen.

Het boek Hebreeën herinnert ons eraan om niet
“de weldadigheid en de mededeelzaamheid te vergeten, want in zulke offers heeft
God een welgevallen” (Hebreeën 13:16). We moeten naar het voorbeeld kijken van
de apostel Paulus, die zei: “
Ik heb niemands zilver of goud of kleding begeerd; zelf
weet gij, dat deze handen in mijn behoeften en in die van hen, die bij mij
waren, hebben voorzien. Ik heb u in alles getoond, dat men door zo te arbeiden
zich de zwakken moet aantrekken en zich de woorden van de Here Jezus
herinneren, die zelf gezegd heeft: Het is zaliger te geven dan te ontvangen” (Handelingen
20:33-35).

 

 

De Tien Geboden in het Nieuwe Testament

 

Het langste hoofdstuk in de Bijbel is een
uitgebreide lofuiting van Gods Woord en wet. “
Zij, die uw wet liefhebben,
hebben grote vrede, er is voor hen geen struikelblok. Op uw heil hoop ik, o
Here, en uw geboden doe ik.
Mijn ziel onderhoudt uw
getuigenissen, ik heb ze hartelijk lief (Psalm 119:165-167).

Als toch de hele wereld Gods wet in dat licht
zou zien! Maar helaas zijn de Tien Geboden als norm van menselijk gedrag door
onze maatschappij verworpen. Zelfs velen die vandaag beweren Christus te volgen,
zien de Tien Geboden als irrelevant omdat hen geleerd is dat Gods wet bij de
dood van Christus is weggedaan.

Toch vertelt Gods Woord ons dat Zijn wet “perfect”
is en Zijn verordeningen “
zijn waarheid, altegader rechtvaardig” (Psalm 19:7, 9). Instemmend
bevestigt David: “opdat ik uw wet bestendig onderhoude, voor altoos en immer”
(Psalm 119:44).

Maakt
het uit of we de Tien Geboden gehoorzamen?

 

Het antwoord vinden

 

Zou het niet geweldig zijn als we Jezus
Christus konden vragen of het onderhouden van de Tien Geboden nog nodig is om
eeuwig leven te ontvangen?

Eigenlijk is dat niet zo moeilijk als het
eruit ziet. Die vraag werd direct gesteld aan Jezus, en de Bijbel bewaart Zijn
antwoord voor ons. “En zie, iemand kwam tot Hem en zeide: Meester, wat voor
goed moet ik doen om het eeuwige leven te verwerven? Hij zeide tot hem: ‘Wat
vraagt gij Mij naar het goede? Een is de Goede. Maar indien gij het leven wilt binnengaan,
onderhoud de geboden’” (Mattheüs 19:16-17). Duidelijker wordt het niet.
Jezus zei dat Hij verwacht van iedereen die de gave van eeuwig leven wenst te
ontvangen Gods geboden onderhoudt.

De persoon vroeg toen welke geboden Jezus
precies bedoelde. Had Hij de Tien Geboden in gedachten, of verwees Hij naar de
vele buitenBijbelse wetten, onderwezen door andere religieuze leiders?

Jezus liet hierover geen twijfel bestaan, en
antwoordde: “Gij zult niet doodslaan, gij zult niet echtbreken, gij zult niet stelen,
gij zult geen vals getuigenis geven, eer uw vader en uw moeder, en gij zult uw
naaste liefhebben als uzelf” (verzen 18-19).

Hij somde in het kort de helft van de Tien
Geboden op. Hij haalde daarna een ander gebod aan, uit Leviticus 19:18, die de
bedoeling samenvat van de Tien Geboden en de geldigheid van de rest van de wet
bevestigt. Hij verwees duidelijk naar de wet van God, niet naar de
beperkingen die door bepaalde andere religieuze leiders zijn toegevoegd
(Mattheüs 15:1-3).

Veel mensen hebben gehoord dat Jezus de wetten
uit het de Oude Testament afschafte. Hier geeft Jezus ons weer Zijn eigen
directe antwoord: “Meent niet, dat Ik gekomen ben om de wet of de profeten te
ontbinden; Ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen.

Want voorwaar, Ik zeg u: Eer de hemel en de
aarde vergaat, zal er niet een jota of een tittel vergaan van de wet, eer alles
zal zijn geschied.Wie dan een van de kleinste dezer geboden ontbindt en de
mensen zo leert, zal zeer klein heten in het Koninkrijk der hemelen; doch wie
ze doet en leert, die zal groot heten in het Koninkrijk der hemelen” (Mattheüs
5:17-19).

Weer sprak Jezus helder en duidelijk. Gods wet
is niet afgeschaft, en iemand die aldus onderwijst, weerspreekt Hem,
volgens Christus’ eigen woorden direct.

Velen nemen aan dat men Gods wet niet hoeft te
houden omdat Christus het heeft “vervuld”. Maar deze mensen begrijpen de
duidelijke woorden van Christus fundamenteel verkeerd. Het woord dat vertaald is
met vervuld in deze passage, betekent “vol maken, volledig vullen” en
dat is precies wat Jezus deed. Hij hield de Tien Geboden perfect en vervulde
hun betekenis compleet. Hij toonde hun geestelijke bedoeling, verklarende
dat ongerechtvaardigde woede gelijk staat aan moord (verzen 21-22), en dat lust
mentaal en emotioneel overspel is (verzen 27-28). Jezus breidde de bedoeling
uit van de Tien Geboden.

Hij maakte het ook zonder meer duidelijk dat
God de mensen koestert die Zijn wetten gehoorzamen. Maar als iemand Zijn
geboden overtreedt, dan zal snel Gods genegenheid voor hem snel verminderen.

Jezus verwacht veel meer van ons dan
lippendienst. Hij eist dat wij doen wat de Vader geboden heeft. Jezus zei: “
Niet een ieder, die tot
Mij zegt: Here, Here, zal het Koninkrijk der hemelen binnengaan, maar wie doet
de wil mijns Vaders, die in de hemelen is” (Mattheüs 7:21). Jezus onderwees simpelweg
gehoorzaamheid aan Gods wet.

Er is geen excuus te geloven dat Jezus kwam om
welk gebod van God dan ook af te schaffen. Integendeel, toen Christus gevraagd
werd: “Meester, wat voor goed moet ik doen om het eeuwige leven te verwerven?
Hij zeide tot hem: Wat vraagt gij Mij naar het goede? Een is de Goede. Maar
indien gij het leven wilt binnengaan, onderhoud de geboden”(Mattheüs 19:16-17).

Hij verklaarde dat het gehoorzamen van de Tien
Geboden een eerste vereiste is om Gods gift van eeuwig leven te ontvangen.
Iemand die zich bekeert, is iemand die eenvoudig de wetten van God begint te
houden, omdat zonde het overtreden van die wetten is (1 Johannes 3:4).

 

 

Schaft het Nieuwe Verbond de
Geboden af?

 

De Bijbel
vertelt ons dat Christus kwam als de Bemiddelaar van een nieuw verbond (Hebreeën
8:6). Het populaire geloof dat het Nieuwe Verbond Gods wet afschaft, geeft een
verkeerd begrip weer van beide verbonden. God vertelt ons dat Hij het originele
verbond veranderde en er “een beter verbond” van maakte, “die op betere
beloften gevestigd was” (vers 6). Maar het was niet gevestigd op andere wetten.
De wet bleef hetzelfde.

Er was echter een zwakte, of fout, in
het originele verbond. Die fout was bij het volk, niet bij de wet. “Zie,
er komen dagen, spreekt de Here, dat Ik voor het huis Israëls en het huis Juda
een nieuw verbond tot stand zal brengen” (vers 8). Het was omdat het volk “
zich niet gehouden heeft
aan mijn verbond en Ik heb Mij niet meer om hen bekommerd, spreekt de Here” (vers
9).

In het Oude Verbond schreef God de wet op stenen tafelen. Het was
uiterlijk, niet deel van het denken en de motieven van het volk. Het was in hun
literatuur maar niet in hun harten. In het Nieuwe Verbond schrijft God de wet
in het verstand en hart van Zijn volk (Hebreeën 8:10; Jeremia 31:33-34).

Om het
mensen mogelijk te maken zich de wet eigen te maken – het liefhebben en
het vurig en gewillig te gehoorzamen – maakt God deze belofte: “een nieuw hart
zal Ik u geven en een nieuwe geest in uw binnenste; het hart van steen zal Ik
uit uw lichaam verwijderen en Ik zal u een hart van vlees geven. Mijn Geest zal
Ik in uw binnenste geven en maken, dat gij naar mijn inzettingen wandelt en
naarstig mijn verordeningen onderhoudt” (Ezechiël 36:26-27). Gods Geest maakt
het Zijn volk mogelijk Zijn wetten te gehoorzamen.

Mensen die
de Heilige Geest niet hebben, zijn niet in staat om met het gehele hart te
gehoorzamen. Waarom? “Daarom dat de gezindheid van het vlees vijandschap is
tegen God; want het onderwerpt zich niet aan de wet Gods; trouwens, het kan dat
ook niet: zij, die in het vlees zijn, kunnen Gode niet behagen” (Romeinen
8:7-8).

Dit is
waarom het Oude Verbond en het Nieuwe Verbond verschillen. Paulus verklaart: “Want
wat de wet niet vermocht, omdat zij zwak was door het vlees; God heeft, door
zijn eigen Zoon te zenden in een vlees, aan dat der zonde gelijk, en wel om de
zonde, de zonde veroordeeld in het vlees, opdat de eis der wet vervuld zou
worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, doch naar de Geest” (Romeinen
8:3-4; zie ook 1 Johannes 3:4).

De International
Critical Commentary,
verwijzend naar Romeinen 8:4, zegt: “Gods bedoeling
met het ‘veroordelen’ van zonde, was dat Zijn wetten in ons vervuld zouden worden,
met andere woorden: dat Zijn wet in ons gevestigd zou worden, zodat Hij
uiteindelijk waarlijk en oprecht gehoorzaamd zou worden – de vervulling
van de beloften van Jeremia 31:33 en Ezechiël 36:26.”

In een
kanttekening van Jeremia 31:33-34 verklaart het commentaar dat deze passage
“vaak verkeerd begrepen is als een belofte van een nieuwe wet om de plaats in
te nemen van het oude of als een belofte van een religie zonder enige wet. Maar
het nieuwe, beloofd in vers 33, is in feite noch een nieuwe wet noch vrijheid
van de wet, maar een oprecht innerlijk verlangen en vastberadenheid van Gods
volk de wet te gehoorzamen die reeds gegeven was…”

De volgende
passages in het Nieuwe Testament bevestigen uitvoerig of door voorbeeld, dat
Jezus Christus en de apostelen de Tien Geboden zagen als een noodzakelijk deel
van christelijk leven.

Eerste
Gebod: Mattheüs 4:10; 22:37-39.

Tweede
Gebod: 1 Johannes 5:21; 1 Korinthiërs 6:9; 10:7, 14; Efeziërs 5:5.

Derde Gebod:
Mattheüs 5:33-34; 7:21-23; Lukas 11:2; 1 Timotheüs 6:1.

Vierde
Gebod: Lukas 4:16; Handelingen 13:14,42,44; 16:13; 17:2; 18:4; Hebreeën 4:4,9.

Vijfde Gebod: Mattheüs 15:3-6;19:17-19; Efeziërs 6:2-3.

Zesde Gebod: Mattheüs 5:21-22; 19:17-18; Romeinen 13:9; Galaten
5:19-21; Jakobus 2:10-12.

Zevende Gebod: Mattheüs 5:27-28; 19:17-18; Romeinen 13:9; 1
Korinthiërs 6:9; 10:8; Efeziërs 5:5; Galaten 5:19-21; Jakobus 2:10-12.

Achtste Gebod: Mattheüs 19:17-18; Romeinen 13:9; Efeziërs 4:28.

Negende Gebod: Mattheüs 19:17-18; Romeinen 13:9; Kolossenzen 3:9; Efeziërs
4:25.

Tiende Gebod: Lukas 12:15; Romeinen 7:7; Efeziërs 5:3, 5.

 

 

Paulus onderwees gehoorzaamheid aan de wet

 

Sommigen gebruiken delen van de geschriften
van Paulus selectief, met de bedoeling te zeggen dat hij tegen Gods wetten
onderwees. Toch legt Paulus een van de meest krachtige en ondubbelzinnige
verklaringen af tot steun van het houden van Gods wet. Hij vergelijkt de
waarden van de besnijdenis met de waarden van Gods geboden: “
Want besneden zijn
betekent niets, en onbesneden zijn betekent niets, maar wel het houden van
Gods geboden
” (1 Korintiërs 7:19).

In de introductie van zijn brief aan de kerk in Rome, verklaart Paulus
dat hij en de andere apostelen allen “genade en het apostelschap ontvangen
hebben om gehoorzaamheid des geloofs te bewerken voor zijn naam onder al de
heidenen” (Romeinen 1:5). Waar streefde Paulus persoonlijk naar te gehoorzamen?
In samenhang met het omschrijven van de strijd die we allen voeren tegen de
zwakte van het vlees, schreef Paulus: “Derhalve ben ik zelf met mijn verstand
dienstbaar aan de wet Gods…” (Romeinen 7:25). De wet van God was geschreven in
Paulus’ verstand en hart, net zoals het in die van ons behoort te zijn (Hebreeën
10:16).

Paulus verklaarde duidelijk zijn persoonlijke
visie van Gods wet: “
Zo is dan de wet heilig, en ook het gebod is heilig en
rechtvaardig en goed” (Romeinen 7:12). En “naar de inwendige mens verlustig ik
mij in de wet Gods” (vers 22). Hij noemt het een “geestelijke” wet (vers 14).

Paulus leerde: “Want niet de hoorders der wet zijn rechtvaardig bij
God, maar de daders der wet zullen gerechtvaardigd worden”(Romeinen 2:13). Dit
zijn duidelijke verklaringen die tonen dat Paulus volledig Gods wet steunde.

Degenen die tegen Paulus waren, waren de
eersten om hem vals te beschuldigen van wetsovertreding. Op een van zijn
processen “omringden hem de Joden, die uit Jeruzalem gekomen waren, en brachten
vele zware beschuldigingen in, die zij niet konden bewijzen,

terwijl Paulus zich aldus verdedigde: ‘Ik heb
noch tegen de wet der Joden noch tegen de tempel, noch tegen de keizer iets
misdreven’” (Handelingen 25:7-8).

Op een soortgelijke wijze zei Paulus duidelijk
tegen diegenen die hem berechtten dat hij de Oud Testamentische Geschriften
bleef gebruiken als de autoriteit voor zijn geloof: “
Maar dit erken ik voor u, dat ik
naar die weg, die zij een sekte noemen, inderdaad de God der vaderen vereer,
gelovende al hetgeen in de wet en in de profeten geschreven staat…
(Handelingen 24:14).

Beschuldigingen
– van toen of nu – dat Paulus tegen de wet van God onderwees, zijn bedrieglijk.
Zelfs over zijn prediking tot de heidenen zei hij: “Want ik zal het niet wagen
van iets anders te spreken dan van hetgeen Christus door mij bewerkt heeft, om
heidenen tot gehoorzaamheid te brengen….” (Romeinen 15:18). Paulus onderhield
Gods geboden.
Hij onderwees ze aan joden en heidenen
gelijk.

 

 

Genade,
Geloof en Wet

 

Paulus
onderwees dat verlossing een gift van God is door genade van geloof (Efeziërs
2:8). Het Griekse woord voor “genade” is charis, wat een geschenk of
gunst betekent. In het Nieuwe Testament kan het verwijzen naar Gods gift van
barmhartigheid òf naar Zijn almachtige gunst.

Paulus maakt
het door heel zijn schrijven duidelijk, dat Gods genade dat leidt tot
verlossing “
niet
uit werken is, opdat niemand roeme” (vers 9). Maar Paulus’ volledige
perspectief op christelijke werken wordt algemeen genegeerd door tegenstanders
van gehoorzaamheid van Gods wet.

Kijk naar Paulus’ perspectief in
het volgende vers: “Want zijn maaksel zijn wij, in Christus Jezus geschapen om
goede werken te doen, die God tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden
wandelen” (vers 10). Degenen die de redenen negeren waarom wij Gods “maaksels”
zijn, die negeren waarom wij zijn “geschapen in Christus Jezus om goede werken
te doen” en waarom we daarin moeten “wandelen”, missen een belangrijk deel van
Paulus’ boodschap.

Let op wat Paulus
zegt over de wisselwerking tussen gehoorzaamheid en werken gerelateerd aan de verlossing
tot Gods werk in ons, wat ons mogelijk maakt Zijn doel in ons te voltooien: “Daarom,
mijn geliefden, gelijk gij te allen tijde gehoorzaam zijt geweest, blijft, niet
alleen zoals in mijn tegenwoordigheid, maar nu des te meer bij mijn
afwezigheid, uw behoudenis bewerken met vreze en beven, want God is het, die om
zijn welbehagen zowel het willen als het werken in u werkt” (Filippenzen
2:12-13).

Vergeving en
verlossing zijn zeker geschenken van God. Ze kunnen niet verdiend worden. Als
mensen bezitten we niets van voldoende waarde om de vergeving van onze zonden
en onze verlossing te betalen. Doch, Jezus vertelt ons dat “
als gij u niet bekeert,
zult gij allen evenzo omkomen” (Lukas 13:3, 5). Door bekering verdienen we
geen verlossing, maar bekering is een voorwaarde
voor verlossing.

Bekering is eenvoudig wegkeren van
zonde, wetteloos gedrag opgeven (1 Johannes 3:4). We kunnen de Heilige Geest
niet ontvangen, tenzij we ons willen bekeren en ons aan de wet houden
(Handelingen 2:38).

Geloof is
een andere voorwaarde voor verlossing. We lezen: “zonder geloof is het
onmogelijk Hem welgevallig te zijn”(Hebreeën 11:6). En: “om niet
gerechtvaardigd uit zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus zijn. Hem
heeft God voorgesteld als zoenmiddel door het geloof, in zijn bloed” (Romeinen
3:24, 25). Omdat geloof door God verlangd wordt, betekent niet dat we
verlossing verdienen door geloof te hebben.

We verdienen
verlossing ook niet door werken. Maar, zoals de vele teksten in dit boekje duidelijk
maken, verwacht God klaarblijkelijk geloof en gehoorzaamheid in diegenen aan
wie Hij de gift van eeuwig leven wil verlenen. Degenen die zich verzetten tegen
Gods wetten, halen bepaalde verklaringen die Paulus heeft gemaakt uit zijn
context, en negeren andere verklaringen die zijn bedoeling verduidelijken.

Paulus’
discussie over geloof en werken in Romeinen 3 is een voorbeeld van zo’n
passage. In vers 28 lezen we: “
Want wij zijn van oordeel, dat de mens door geloof
gerechtvaardigd wordt, zonder werken der wet.” Paulus spreekt over
rechtvaardiging – Christus’ dood die onze vorige overtredingen heeft
bedekt. Hij laat zien dat we nooit vergeving kunnen verdienen.

Maar dat
heeft niets te maken met de manier waarop wij behoren te leven. Het heeft geen
enkele betrekking op het belang van Gods wet als de gids voor ons gedrag.
Paulus spreekt alleen over hoe “Hij de zonden, die tevoren onder de
verdraagzaamheid Gods gepleegd waren, had laten geworden” (vers 25) opdat we
verder kunnen gaan met ons leven als gehoorzame dienstknechten van God.

Om er zeker
van te zijn dat we dit begrijpen, zegt Paulus in vers 31:
Stellen wij dan door het
geloof de wet buiten werking?
Volstrekt niet; veeleer bevestigen wij de wet”.

Paulus wil dat we begrijpen dat
hij er zelfs niet over zinspeelt dat Gods wet ongeldig gemaakt of afgeschaft
werd. Integendeel, zonder de wet zouden we niet kunnen begrijpen wat zonde is,
“want wet doet zonde kennen” (vers 20). Om zonde te laten bestaan moet er een
wet zijn omdat “de zonde wetteloosheid is” (1 Johannes 3:4).

Daarom zegt
Paulus dat het concept van Gods “genade” of vergeving bevestigt dat Zijn wet
nog steeds van kracht is
en
dat zonde die wet overtreedt. Gods genade door geloof vereist een wet die de
zonden beschrijft die vergeven moeten worden. Dus, om Paulus te herhalen:
“Stellen wij dan door het geloof de wet buiten werking? Volstrekt niet; veeleer
bevestigen wij de wet.”

 

 

Petrus en Johannes onderwijzen gehoorzaamheid

 

De apostel Johannes omschrijft duidelijk
zonde, namelijk door te vertellen dat “
de zonde wetteloosheid is” (1 Johannes 3:4). Johannes
beschrijft ook, net zoals Paulus, de heiligen als zij “die de geboden Gods en
het geloof in Jezus bewaren” (Openbaring 14:12). Hij geeft ons ook de nuchtere
waarschuwing: “Wie zegt: Ik ken Hem, en zijn geboden niet bewaart, is een
leugenaar en in die is de waarheid niet” (1 Johannes 2:4).

Petrus levert een soortgelijke waarschuwing.
“Want indien zij, aan de bezoedelingen der wereld ontvloden door de erkentenis
van de Here en Heiland Jezus Christus, toch weer erin verstrikt raken en erdoor
overmeesterd worden, dan is hun laatste toestand erger dan de eerste. Het zou
immers beter voor hen geweest zijn, geen kennis verkregen te hebben van de weg
der gerechtigheid, dan met die kennis zich af te keren van het heilige gebod
dat hun overgeleverd is” (2 Petrus 2:20-21).

In het laatste hoofdstuk van de Bijbel
herinnert Jezus Christus ons, door de apostel Johannes, aan de uiterst
belangrijkheid van Gods geboden voor ons eeuwig leven. “Zalig zijn zij, die
Zijn geboden doen, opdat hun macht zij aan den boom des levens, en zij door de
poorten mogen ingaan in de stad.” (Openbaring 22:14,
Statenvertaling-Jongbloed editie).

Het is belangrijk dat we geloven wat Jezus en Zijn apostelen zeiden
over hun eigen visie van de geboden van God. Als ons dat eenmaal duidelijk is,
dan kunnen de redeneringen van mensen ons niet afhouden om die geboden vanuit ons
hart te respecteren en gehoorzamen.

God zei tot Mozes: “Och, hadden zij steeds zulk een hart om Mij te
vrezen en om al mijn geboden te onderhouden, opdat het hun en hun kinderen voor
altoos wel mocht
gaan!” (Deuteronomium 5:29). En Jezus zei: “Indien gij mijn
geboden bewaart, zult gij in mijn liefde blijven, gelijk Ik de geboden mijns
Vaders bewaard heb en blijf in zijn liefde” (Johannes 15:10).

Denk aan het advies in de eerste Psalm:
“Welzalig de man die niet wandelt in de raad der goddelozen, die niet staat op
de weg der zondaars, noch zit in de kring der spotters; maar aan des Heren wet
zijn welgevallen heeft, en diens wet overpeinst bij dag en bij nacht. Want hij
is als een boom, geplant aan waterstromen, die zijn vrucht geeft op zijn tijd,
welks loof niet verwelkt; al wat hij onderneemt, gelukt” (Psalm 1:1-3).

 

 

Christus’
Nieuwe Gebod

 

Jezus zei: “Een nieuw gebod geef Ik
u, dat gij elkander liefhebt; gelijk Ik u liefgehad heb, dat gij ook elkander
liefhebt” (Johannes 13:34). Verving Jezus de duidelijke definitie van liefde in
de Tien Geboden met een nieuw religieus principe, dat slechts liefde ons leven
kan leiden?

Overtreft dit nieuwe gebod de
Tien Geboden en vervangt het alle andere Bijbelse wetten? Jezus beantwoordde
duidelijk deze fundamentele vraag toen Hij zei: “Meent niet, dat Ik gekomen
ben om de wet of de profeten te ontbinden”
(Mattheüs 5:17).

Toch geloven veel mensen die in
Christus geloven als onze Heiland, dat dit nieuwe gebod hen ook bevrijdt van
elke verplichting Gods wetten te gehoorzamen.

Ze begrijpen niet wat Jezus zei
en bedoelde. De Heilige Schrift in het Oude en Nieuwe Testament leert dat wij
elkaar moeten liefhebben (Leviticus 19:18). Jezus introduceerde liefde niet als
een nieuw principe. Dat stond al in de Bijbel en was een fundamenteel
deel van Gods instructie aan het oude Israël.

Wat was dan nieuw in Christus
“nieuw gebod”? Let op Zijn woorden. Hij zei dat we “elkaar lief moeten hebben, gelijk
Ik u liefgehad heb…

Wat nieuw was, was Zijn eigen voorbeeld
van liefde! De hele wereld heeft een perfect model van de liefde van God in
Christus’ perfecte voorbeeld van liefhebbende gehoorzaamheid. Christus had ons
zo lief dat Hij Zijn eigen leven opofferde voor ons. Hij verklaarde Zelf:
“Niemand heeft grotere liefde, dan dat hij zijn leven inzet voor zijn vrienden”
(Johannes 15:13).

Jezus kwam als het licht der
wereld om de toepassing van de koninklijke wet van liefde te verlichten. We
hebben niet langer een excuus door te zeggen dat we niet begrijpen wat we
moeten doen en hoe we het moeten doen. Jezus demonstreerde waar liefdevolle
gehoorzaamheid over gaat: “Indien gij mijn geboden bewaart, zult gij in mijn
liefde blijven, gelijk Ik de geboden mijns Vaders bewaard heb en blijf in zijn
liefde” (Johannes 15:10).

We geven gehoor aan Jezus’ “nieuw
gebod” wanneer we elk gebod van God gehoorzamen in een eerlijke liefdevolle
wijze en bereid zijn ons leven te riskeren voor het welzijn van anderen.

 

De keuze is aan ons

 

Elk mens moet kiezen de levende God, Die ons de Tien Geboden gaf, wel
of niet te gehoorzamen. Zijn normen zijn de leidraden voor onze gedachten en de
maatstaf voor ons gedrag. Ze kunnen ons verstand en hart vormen. Of we kunnen
ze negeren en een andere weg kiezen.

In onze besluitvorming moeten we aan de
woorden van Jezus Christus denken: “…indien gij het leven wilt binnengaan, onderhoud
de geboden
” (Mattheüs 19:17). God vermaant ons onze keuze te overdenken. “Zie,
ik houd u heden het leven en het goede voor, maar ook de dood en het kwade:
doordat ik u heden gebied de Here, uw God, lief te hebben door in zijn wegen te
wandelen en zijn geboden, inzettingen en verordeningen te onderhouden, opdat
gij leeft en talrijk wordt en de Here, uw God, u zegene in het land, dat gij in
bezit gaat nemen. Maar indien uw hart zich afwendt en gij niet luistert doch u
laat verleiden en u voor andere goden nederbuigt en hen dient, dan verkondig ik
u heden, dat gij zeker te gronde zult gaan; niet lang zult gij leven in het
land, dat gij na het overtrekken van de Jordaan in bezit gaat nemen. Ik neem
heden de hemel en de aarde tegen u tot getuigen; het leven en de dood stel ik u
voor, de zegen en de vloek; kies dan het leven, opdat gij leeft, gij en uw
nageslacht” (Deuteronomium 30:15-19).

Comments are closed