Volgens aloude traditie viert de (christelijke) wereld op 25 december Kerstmis. De leden van Gods Kerk doen dat niet, omdat Kerstmis geen feest van God is. Dit artikel legt uit waarom en belicht de heidense achtergrond van onder andere dit feest.

Zoals u wellicht weet, wordt het blad Beyond Today uitgegeven door de Verenigde Kerk van God Holland, een groep Sabbatvierende christenen in Nederland. Hét bepalende kenmerk van Gods Kerk is dat de leden leven volgens het voorbeeld van Jezus Christus zoals dat is vastgelegd in Gods Woord, de Bijbel.

De redactie van Beyond Today krijgt regelmatig de vraag waarom we ons houden aan de zogenaamde “Joodse tradities en feestdagen” en niet de “christelijke zondag en feestdagen” houden. Het antwoord daarop is kort en eenvoudig:
Omdat wij het voorbeeld van Jezus Christus volgen.

Nergens in de Bijbel staat geschreven dat Jezus de zondag hield of Zijn Eigen verjaardag vierde. Zijn geboortedag wordt niet als feestdag geïntroduceerd en er staat nérgens in de Bijbel dat de Sabbat is afgeschaft of dat de wekelijkse rustdag is verplaatst van zaterdag naar zondag (vraag voor meer informatie hierover ons gratis boekje De Bijbelse rustdag – zaterdag of zondag aan via onze website). Waarom de koppeling van Kerstmis met de zondag of de traditioneel-christelijke feestdagen? Omdat er een directe koppeling is. Dit artikel toont u enkele aspecten over dit onderwerp vanuit de Bijbel en vanuit de kerkgeschiedenis.

De eerste christenen

De eerste christenen vierden, net als de leden van Gods Kerk nu, gewoon de Sabbat. Het boek Handelingen is een ooggetuigenverslag van de vroege Kerk vanaf Christus’ dood tot ongeveer 60 n.C. Hoofdstuk 2 beschrijft de start van de Kerk, toen God Zijn Geest zond op de 120 volgelingen van Jezus, die te Jeruzalem wachtten op de Trooster (de naam die Jezus geeft aan de heilige Geest in het evangelie van Johannes). Veel bijbellezers zijn bekend met de wonderbaarlijke gebeurtenissen van die dag, zoals de tongen van vuur die op hen neerdaalden. Een ander wonder deed zich voor toen deze mensen, nu vervuld met Gods Geest, begonnen te spreken in de talen van de mensen die daar uit verschillende landen bijeen waren, zodat zij allen konden begrijpen wat er gezegd werd.

Vaak wordt daarbij voorbij gegaan aan de specifieke dag waarop deze gebeurtenissen zich voordeden, namelijk de Pinksterdag (Handelingen 2:1), één van de heilige dagen die God Zijn volk vele eeuwen daarvoor al bevolen had te onderhouden (Leviticus 23).

Bij het bekend maken van deze heilige dagen zei God tegen Zijn volk dat dit Zijn feestdagen zijn. Leviticus 23:2-4: “Spreek tot de Israëlieten en zeg tegen hen: De feestdagen van de HEERE, die u moet uitroepen, zijn heilige samenkomsten. Dit zijn Mijn feestdagen: Zes dagen mag er werk verricht worden, maar op de zevende dag is het sabbat, een dag van volledige rust, een heilige samenkomst. Geen enkel werk mag u doen. Het is in al uw woon- gebieden een sabbat voor de HEERE. Dit zijn de feestdagen van de HEERE”, waarna een opsomming en korte beschrijving van de feestdagen volgt. God riep deze feestdagen uit als “eeuwige verordening, al uw generaties door, in al uw woongebieden” (verzen 14, 21, 31, 41). De Evangeliën laten zien dat Jezus dezelfde feestdagen hield (Mattheüs 26:17-19; Johannes 7:10-14, 37-38). Zowel het boek Handelingen als Paulus’ brieven laten zien dat de apostelen de feestdagen tientallen jaren na de kruisiging van Christus zelfs nog steeds vierden, geheel in lijn met Gods instructie (Handelingen 2:1-4;18:21; 20:6, 16; 27:9).

Aan het kruis genageld?

Veel kerken leren dat de feestdagen “aan het kruis zijn genageld”; dat ze door Christus’ dood als het ware van nul en generlei waarde zijn. Dit is frappant, omdat de Bijbel heel duidelijk is in het feit dat de vroege Kerk deze feestdagen bleef onderhouden, doch nu met een groter begrip van hun geestelijke betekenis dan het volk Israël ooit had gehad.

De apostel Paulus sprak over één van de door God gegeven feestdagen toen hij de gemeente te Korinthe — een gemengde groep van heidense en Joodse gelovigen — aanspoorde met de woorden: “Verwijder dan het oude zuurdeeg, opdat u een nieuw deeg zult zijn. U bent immers ongezuurd, want ook ons Pascha is voor ons geslacht: Christus. Laten wij dus feestvieren, niet met oud zuurdeeg, ook niet met zuurdeeg van slechtheid en boos- aardigheid, maar met ongezuurde broden van oprechtheid en waarheid” (1 Korintiërs 5:7-8). Paulus refereerde duidelijk naar de viering van het Feest van de Ongezuurde Broden (Leviticus 23:6; Deuteronomium 16:16). Hij legde het belang van het Pascha uit (zoals dit is voorgeschreven in Leviticus 23:5) en gaf aanwijzingen met betrekking tot het op de juiste wijze deelnemen aan deze ceremonie (1 Korintiërs 11:23-28). Paulus verbindt deze feestdagen (Pascha en het Feest van de Ongezuurde Broden) dus direct met Jezus, Zijn doel en Zijn offer voor de mensheid.

De Sabbat

De Evangeliën en het boek Handelingen zijn er duidelijk over dat Christus, de discipelen en de vroege Kerk de wekelijkse Sabbat onderhielden — van vrijdagavond tot zaterdagavond, de zevende dag van de week — als hun rustdag en dag van aanbidding (Marcus 6:2; Lucas 4:16, 31-32; 13:10; Handelingen 13:14-44; 18:4). Jezus noemde Zichzelf zelfs de “Heer van de Sabbat” (Marcus 2:28). Het was Jezus’ gewoonte om elke Sabbat naar de synagoge te gaan (Lucas 4:16). In tegenstelling tot het onderwijs van degenen die leren dat Paulus de Sabbat had afgedaan, was het ook Paulus’ gewoonte om elke Sabbat naar de synagoge te gaan (Handelingen 17:1-3) om van de mogelijkheid gebruik te maken om anderen te leren over Jezus als Redder en Messias. Ook de tot bekering gekomen heidenen vroegen om op de Sabbat onderwezen te worden (Handelingen 13:42).

De wekelijkse Sabbat maakt onderdeel uit van Gods feesten, net als de reeds genoemde feestdagen. De Sabbat is eigenlijk de eerste van Zijn feestdagen die genoemd worden (Leviticus 23:1-4). Daarnaast ligt de Sabbat zelfs besloten in de Tien Geboden: “Gedenk de sabbatdag, dat u die heiligt” (Exodus 20:8-11 en Deuteronomium 5:12-15). Ook de Sabbat wordt, net als Gods andere feesten, genegeerd door de overgrote meerderheid van de kerken. In plaats van de Sabbat te onderhouden, zoals God had bevolen, komen de meeste kerken bijeen op de eerste dag van de week, de zondag — een dag die nergens in de Bijbel wordt genoemd.

De vele verwijzingen in de Evangeliën, het boek Handelingen en Paulus’ brieven roepen een voor de hand liggende vraag op: Waarom onderwijzen en onderhouden de kerken de feestdagen van God niet, terwijl Jezus, de apostelen en de vroege Kerk deze dagen wel onderhielden? Als er ook maar één dag van rust en (aan-)bidding is, zou dat dan niet dezelfde dag zijn als de dag die Jezus en de apostelen in acht namen?

Stukje (kerk)geschiedenis

Er is uit de kerkgeschiedenis veel bewijs betreffende de oorzaak hiervan te vinden. De oorzaak ligt in “nieuwe” stromingen die in vooral de 2e en 3e (!) eeuw (dus láng nadat Jezus en de discipelen hebben geleefd) ontstonden binnen de vele zichzelf christelijk noemende groeperingen. Dit werd ingegeven door de grote behoefte om alles wat “Joods” was af te zweren. Het houden van een eredienst op zondag en het introduceren van de Paaszondag raakten steeds meer in zwang en dat leidde vooral bij christenen in het westen van het Romeinse rijk tot het afschaffen van de Sabbat en het Pascha. Polycarpus (een leerling van de apostel Johannes) en de gemeenten in het oosten van het rijk handhaafden echter de leerstellingen van de vroege Gemeente en bleven trouw de Sabbat en het Pascha vieren. Enige jaren later werd Polycarpus in Smyrna gearresteerd en ter dood gebracht.

Het leiderschap van de Gemeente ging over op een jongeman, een zekere Polycrates. Hij ging naar Rome om met bisschop Victor I van Rome opnieuw de kwestie van de Paschaviering (op de 14e van de maand Nisan) te bespreken. Het gezag van de Romeinse bisschop was inmiddels groot genoeg om te eisen dat ook in het oosten van het rijk de viering op de 14e Nisan werd opgegeven ten gunste van het nieuwe paasfeest. Victor I dreigde daarbij met excommunicatie.

Het volgende duidelijke antwoord van Polycrates aan Victor beklemtoont de waarheid van God: “Wat ons betreft houden we nauwgezet de juiste dag [Pascha], zonder er iets aan toe te voegen of af te nemen. Aangezien in Azië grote lichten de rust ingegaan zijn, die allen zullen opstaan op de dag wanneer de Heer zal komen… Ik spreek van Filippus, één van de twaalf apostelen… Verder Johannes die aan de boezem van de Heer lag. Dan is daar Polycarpus… zij allen hielden het Pascha op de veertiende dag van de maand, volgens het Evangelie, zonder ooit af te wijken, overeenkomstig het voorschrift van het geloof.

Deze markante brief is bewaard gebleven en gepubliceerd in deel 8 van de Ante Nicene Fathers (pagina’s 773-774). De daaropvolgende decennia bleef dit geschil onopgelost tot het begin van de 4e eeuw toen Constantijn in 306 werd uitgeroepen tot keizer van het westelijk deel van het Romeinse rijk. Daarvóór hadden zich allerlei ontwikkelingen voorgedaan binnen het Romeinse rijk, zoals het voorstel van ene Sextus Julius Africanus in het jaar 221 om ook de geboortedag van Jezus te vieren. En omdat op 25 december (de verjaardag van) de Romeinse god Mitras gevierd werd, vond Julius het een goed idee om op diezelfde datum als ‘tegenpool’ de christelijke God te herdenken. Het duurde echter tot het jaar 336 voordat Kerst voor het eerst op 25 december werd gevierd in Rome als vervanging voor de zonnewendefeesten.

Dit was tijdens het bewind van de eerder genoemde Constantijn. Hij vierde de geboortedag van de Romeinse onoverwinnelijke zonnegod (Dies Natalis Solis Invicti). De “New Schaff-Herzog Encyclopedia of Religious Knowledge” verklaart in het artikel over “Kerstmis” dat de dag van Sol de zondag is, de eerste dag van de week. De belangrijkste feestdag van Sol was het “afgodische” 25 decemberfeest: “De heidense [winterfeesten van de] Saturnalia (17-24 december) en Brumalia (25 december) waren te diep in het volksgebruik verankerd om door de christelijke invloed terzijde te worden geschoven.

Het heidense feest met zijn buitensporigheid en feestvreugde was zó populair, dat de christenen blij waren een excuus te hebben om de viering ervan in nagenoeg dezelfde geest en op dezelfde wijze voort te zetten. De christenen in het Oosten beschuldigden hun westerse broeders van afgoderij en zonaanbidding omdat zij van dit heidense feest een christelijk feest hadden gemaakt. Toch werd het feest al snel aanvaard en uiteindelijk raakte het zo stevig ingeburgerd, dat zelfs de protestantse revolutie van de zestiende eeuw het niet kon afschaffen.

Constantijn wilde in zijn omvangrijke rijk één staatgodsdienst. Omdat de doctrines en gebruiken binnen het nieuwe door Constantijn omarmde “christendom” onderling beduidend verschilden, hield hij in 325 n.C. in de stad Nicea in Klein-Azië het eerste grote oecumenische concilie. De keizer had in 321 reeds de dag van de zon (de eerste dag van de week) tot wekelijkse rustdag verklaard. Het Concilie van Nicea bepaalde dat alle kerken op dezelfde zondag het jaarlijkse paasfeest moesten vieren om Jezus’ opstanding te gedenken. Het Pascha werd verboden. Constantijn verbood de “bijgelovige en zinloze samenkomsten” – zoals hij deze in het edict noemde – in het openbaar en in de huizen van de getrouwen van God. Daarmee werden de samenkomsten op de Sabbat belet en in 363 verbood het Concilie van Laodicea om op de Sabbatdag zelfs te rusten en verplichtte christenen om op die dag te werken.

Hetzelfde artikel in de New Schaff- Herzog Encyclopedia of Religious Knowledge verklaart hoe Constantijns erkenning van de zondag, de dag van de heidense zonaanbidding, waarbij de zoon van God met de fysieke zon geïdentificeerd wordt, de heidenen van de 4e eeuw (die nu massaal tot het “christendom” overgingen) een voorwendsel gaf om hun heidense feest van 25 december (de geboortedag van de zonnegod) de geboortedag van de zoon van God te noemen. Op Wikipedia is onder “Kerstmis” interessante informatie over de heidense oorsprong ervan te vinden (http://nl.wikipedia.org/ wiki/kerstmis#Oorsprong).

Toen de christelijke godsdienst zich vanuit Rome naar Noord-Europa verspreidde, vermengden plaatselijke gebruiken die samenhingen met de riten van de winterzonnewende zich met christelijke gebruiken. De tijd rondom de kortste dag komt in veel religies en culturen als feest terug. Zo vierden de Germanen rond Midwinter (21 december) reeds midwinter of Joelfeesten waarbij het boze werd verjaagd en het licht werd begroet. In de Scandinavische talen heet Kerstmis tot op vandaag Jul. Veel symboliek en gebruiken rondom Kerstmis vinden hun oorsprong dan ook niet in het christendom, maar in heidense culturen! Omstreeks het jaar 600 gaf paus Gregorius I aan Augustinus, de eerste aartsbisschop van Canterbury, de uitdrukkelijke opdracht bestaande lokale, godsdienstige gebruiken aan te passen aan christelijke gebruiken teneinde het geloof meer bekendheid te geven.

Is Jezus geboren op Eerste Kerstdag?

Nee, Hij werd zelfs niet in het winterseizoen geboren! Toen Jezus werd geboren, waren er herders, die zich ophielden in het veld en ‘s nachts de wacht hielden over hun kudde (Lucas 2:8). Dit kan in Judea nooit het geval zijn geweest in de maand december. De herders brachten hun kudden meestal niet later dan half oktober naar de stal, om ze te beschermen voor het koude, regenachtige seizoen dat daarop volgde. Uit Hooglied 2:11, Mattheüs 24:20 en Ezra 10:9-13 blijkt dat de winter een koud regenseizoen is. Er ligt in de wintermaanden vaak sneeuw op de velden rond Jeruzalem en omstreken. In de documentaire van Lance Lambert getiteld “Jeruzalem, de verbondsstad”, is te zien hoeveel sneeuw er kan liggen en hoe koud het kan zijn in Jeruzalem (en Bethlehem) gedurende de wintermaanden. De schapen werden in de wintermaanden dus in de stallen gehouden.

De Adam Clarke Commentary stelt: “Het was een oude gewoonte onder de Joden van die dagen om hun schapen omstreeks het Pascha (in de vroege lente) naar het veld en de wildernis te brengen, en ze zodra de eerste regen begon te vallen weer binnen te brengen” (Adam Clarke Commentary, deel 5, pagina 370). “Gedurende de tijd dat zij buiten waren, hielden de schaapherders dag en nacht de wacht. Aangezien… in de maand … die ongeveer half oktober begint, de eerste regen kwam, concluderen we dat de schapen gedurende de hele zomer buiten in het veld bleven. En aangezien deze herders hun schapen nog niet binnen hadden gebracht, is de redenering gewettigd dat oktober nog niet was begonnen, en dat derhalve onze Heer niet is geboren op 25 december, wanneer er geen kudden buiten waren.” De precieze datum van Jezus’ geboorte is onbekend, maar ligt logischerwijs in september. Als God had gewild dat wij Christus’ geboortedag zouden gedenken en vieren, zou Hij de exacte datum niet voor ons verborgen hebben gehouden.

En nu?

Ware christenen die de waarheid liefhebben (2 Thessalonicenzen 2:9-12), verwerpen alle heidense gebruiken. Kerst is van oudsher een heidense feestdag en heeft niets met de geboortedag van Jezus Christus te maken. Kerstmis is een traditie en één van de grootste leugens die de mensheid is voorgespiegeld. Tradities en gewoontes die op leugens zijn gebaseerd en als waarheid worden aangenomen, kunnen enorme schade aanrichten. De werkelijke schade van deze traditie zit in het feit dat mensen die erin geloven, afgehouden worden van de kennis van het ware plan van God, dat in de ware feestdagen van God besloten ligt.

Laten we de feiten onder ogen zien. Kerstmis wordt nergens in de Bijbel genoemd. De Bijbel laat zien dat Jezus werd geboren in een stal en dat er ‘s nachts herders in het veld waren, maar nergens leest men dat dit op 25 december plaatsvond. Kerstmis werd ook pas 300 jaar ná de geboorte van Jezus voor het eerst gevierd!

Het kan moeilijk zijn om met deze kersttraditie en andere heidense feestdagen en tradities te breken als u hiermee bent opgegroeid. Wellicht vraagt u zichzelf af of het toch niet gewoon goed is om Jezus’ geboortedag te vieren, zoals Sextus Julius Africanus zo lang geleden had voorgesteld. Maar stel uzelf, nu u dit alles weet, eens de volgende vraag: wat zou Jezus Christus Zelf van Kerst en van het vieren hiervan vinden? Zal Hij, wanneer Hij eenmaal is teruggekeerd, deze dag onder Zijn regering tot een nationale feestdag verheffen? Het antwoord is: “Nee.” Naar onze stellige overtuiging ligt het vieren van Kerstmis zelfs dicht tegen het overtreden van de eerste 4 van Gods geboden! God stelt duidelijk in Deuteronomium 12:30-32 dat Hij niet wil dat we Hem vereren met heidense gebruiken van andere goden: “Wees dan op uw hoede dat u niet, nadat zij van voor uw ogen weggevaagd zijn, in dezelfde valstrik komt, en dat u niet vraagt naar hun goden, door te zeggen: Zoals deze volken hun goden gediend hebben, zo zal ik het ook doen … Dit alles wat ik u gebied, moet u nauwlettend in acht nemen. U mag er niets aan toevoegen en er ook niets van afdoen.

In Marcus 7:7-9 zegt Jezus: “Maar tevergeefs eren zij Mij door leringen te onderwijzen die geboden van mensen zijn [zoals Kerst, naar een idee van Sextus Julius Africanus]. Want terwijl u het gebod van God nalaat, houdt u zich aan de overlevering van de mensen … En Hij zei tegen hen: U stelt op een mooie manier Gods gebod terzijde om u aan uw overlevering [tradities] te houden.

Zo zijn in het zogenaamde traditionele christendom ook bijna al Gods feestdagen van Leviticus 23 vervangen door tradities. Als Jezus als Koning teruggekeerd is naar aarde, zal iedereen Gods Feestdagen, die God geboden heeft, gaan vieren. Dit wordt beschreven in Zacharia 14:16: “Het zal geschieden dat al de overgeblevenen van alle heidenvolken die tegen Jeruzalem zijn opgerukt, van jaar tot jaar zullen opgaan om zich neer te buigen voor de Koning, de HEERE van de legermachten, en om het Loofhuttenfeest te vieren.” Christus gaat geen leugens vieren, maar Gods feestdagen!

Meer informatie over dit onderwerp treft u aan in onder andere les 10 van de Bijbelstudie Cursus met als titel “Wat is de Kerk?

%d bloggers liken dit: