Het Evangelie van het Koninkrijk

pdf-iconPDF-bestand

Inleiding


“Zo moet ook gij, wanneer gij dit ziet geschieden,
weten, dat het Koninkrijk Gods nabij is” (Lukas 21:31).


Onze wereld heeft wanhopig behoefte aan wat goed
nieuws.


De kranten van vandaag staan vol slecht nieuws – oorlogen
die overal ter wereld woeden; hongersnoden die hele landen te gronde richten;
milieu- en natuurrampen zoals aardbevingen, droogten en overstromingen die vele
duizenden mensen doden; schrijnende armoede die hele volken in haar wrede greep
houdt; gewelddadige criminaliteit, nog steeds toenemend ondanks alle maatregelen
ter bestrijding daarvan – de litanie van dramatische gebeurtenissen en slecht
nieuws kent geen einde.


Door ongelukken en ziekten worden iedere dag duizenden
mensen gedood. Het tragische is dat in economisch en technologisch hoog
ontwikkelde landen veel tieners en jonge volwassenen het slachtoffer worden van
ongelukken, zelfmoord en moord. Drug- en alcoholmisbruik en vrij seksueel
verkeer zijn algemeen verbreid en leiden tot epidemieën van gebroken huwelijken,
gebroken gezinnen en gebroken levens.


Overal ter wereld ontstaan verbijsterende nieuwe ziekten
die alle pogingen tarten van wetenschappers om ze te bedwingen of te genezen.
Andere ziekten, die de medische wetenschap reeds lang dacht te hebben bedwongen,
gaan nu met dodelijke wraak weer de kop opsteken, omdat ze resistent zijn
geworden voor de medicijnen waardoor ze nog maar enkele tientallen jaren geleden
zonder moeite konden worden bestreden.


Zelfs religie, waarvan velen een oplossing verwachten, is
vaak een deel van het probleem geworden. Telkens weer ontbranden oorlogen en
gewapende conflicten die worden aangewakkerd door het vuur van de
godsdienstijver. Niet alleen tussen grote godsdiensten worden oorlogen
uitgevochten, maar ook tussen sekten van dezelfde godsdienst, zogenaamd uit
toewijding en dienstbaarheid aan dezelfde God.


Het menselijk bestaan bedreigd


In deze eeuw zijn alleen al in oorlogen meer dan 150
miljoen mensen om het leven gekomen. Ruim honderd miljoen meer zijn gestorven
als gevolg van ziekten en natuurrampen. Angstaanjagende nucleaire, chemische en
biologische wapens hebben het vermogen binnen enkele seconden hele legers – en
zelfs hele volken – te vernietigen. Regeringsleiders maken zich steeds meer
zorgen dat dergelijke beangstigende massavernietigingswapens in handen vallen
van terroristen die nergens voor terugdeinzen om hun doelen te
bereiken.


Waarom zien wij zoveel ongeluk, verdriet en lijden om ons
heen? Waar eindigt het? Waarom is de wereld in zo’n hachelijke toestand? Is er
met al dit slechte nieuws nog wel enige hoop voor de toekomst van de
mensheid?


Bijna 2000 jaar geleden kwam Jezus Christus, de Zoon van
God zelf, naar deze aarde met een profetische boodschap over een schitterende
toekomst voor de mensheid, na een intense periode van wereldschokkende rampen.
Zijn boodschap, die “het evangelie” wordt genoemd, betekent “goed nieuws” – het
werkelijk goede nieuws dat de wereld zo wanhopig nodig heeft.


Maar wat is dit goede nieuws – dit
evangelie – dat Jezus Christus predikte? Is het alleen een prachtig
verhaal over geboorte, leven en werken, dood en opstanding van Jezus Christus?
Natuurlijk vormt dat alles een wezenlijk onderdeel van het goede nieuws van Gods
plan voor de mensheid (Markus 1:1). Maar Zijn boodschap omvat nog zoveel
meer.


Boodschap van behoud


Wij zullen zien dat het goede nieuws dat Jezus Christus
bracht niet alleen een boodschap is over Zijn leven en sterven, leidend tot ons
behoud; Zijn boodschap heeft ook betrekking op de betekenis van dat behoud en
het plan dat Jezus Christus heeft om de mensheid te verlossen van haar huidige
problemen. Het evangelie openbaart de glorieuze bestemming van de
mensheid!


Helaas hebben mensen het evangelie beperkt tot het
verhaal over de persoon van Jezus Christus, terwijl ze geen aandacht geschonken
hebben aan de diepere en veel meer omvattende boodschap die Hij bracht. Dat Hij
werkelijk goed nieuws bracht is zeker – het meest geweldige nieuws dat deze
uitgeputte en in verwarring gebrachte wereld kan horen!


Een heel gedeelte van het Nieuwe Testament is gewijd aan
het historische verslag van de boodschap die Jezus Christus bracht toen Hij op
aarde was. Dit deel van de Bijbel, dat de passende benaming “de evangeliën”
draagt, omvat de eerste vier boeken van het Nieuwe Testament: Mattheüs, Markus,
Lukas en Johannes. De schrijvers van dit verslag vertellen ons allemaal dat de
voornaamste boodschap van Jezus het evangelie van het Koninkrijk van God
was.


Markus vertelt ons: “Jezus [ging] naar Galilea om het
evangelie Gods te prediken, [en Hij zeide]: De tijd is vervuld en het Koninkrijk
Gods is nabijgekomen. Bekeert u en gelooft het evangelie” (Markus
1:14-15). “Het evangelie van het Koninkrijk van God”, dat is de boodschap die
Jezus Christus Zijn volgelingen leerde te geloven. Dit boekje zal u
helpen dit wonderbaarlijke goede nieuws, dat Jezus Christus de mensheid
verkondigde, te begrijpen en te geloven!


Het goede nieuws van het Koninkrijk
Gods


“En nadat Johannes was overgeleverd, ging Jezus naar
Galilea om het evangelie Gods te prediken, [en Hij zeide]: De tijd is vervuld en
het Koninkrijk Gods is nabijgekomen. Bekeert u en gelooft het evangelie” (Markus
1:14-15).


Het thema van de boodschap van Jezus Christus was het
goede nieuws van het Koninkrijk van God. Dit wordt duidelijk gemaakt door
Mattheüs, Markus en Lukas. Lukas vermeldt hoe Christus in Zijn eigen woorden
Zijn opdracht beschrijft: “Ook aan de andere steden moet Ik het evangelie van
het Koninkrijk Gods verkondigen, want daartoe ben Ik uitgezonden” (Lukas
4:43).


Markus vertelt dat Jezus, aan het begin van Zijn openbare
optreden, “naar Galilea [ging] om het evangelie Gods te prediken” (Markus
1:14).


Mattheüs vertelt ons: “Van toen aan begon Jezus te
prediken en te zeggen: Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is
nabijgekomen . . . En Hij trok rond in geheel Galilea en leerde in hun synagogen
en verkondigde het evangelie van het Koninkrijk . . .” (Mattheüs 4:17,
23).


Lukas 8:1 bevestigt dat Jezus Christus precies deed wat
Hij gezegd had te zullen doen: “En het geschiedde kort daarna, dat Hij van stad
tot stad en van dorp tot dorp trok, verkondigende het evangelie [of goede
nieuws] van het Koninkrijk Gods . . .”


Vanaf het begin was deze boodschap over het Koninkrijk
het centrale thema van het onderwijs van Christus. In de evangeliën van
Mattheüs, Markus, Lukas en Johannes wordt in totaal de term “Koninkrijk Gods” in
53 verzen gebruikt. Het evangelie dat Jezus Christus bracht heeft duidelijk
betrekking op dit Koninkrijk.


Opdracht aan anderen deze boodschap te
verspreiden


Wat was de opdracht van de discipelen? Wat gebood Jezus
Christus hun te prediken? “Toen riep Hij de twaalven samen en gaf hun macht en
gezag over alle boze geesten en om ziekten te genezen. En Hij zond hen uit om
het Koninkrijk Gods te verkondigen en genezingen te doen” (Lukas
9:1-2).


Later gaf Hij anderen opdracht deze zelfde boodschap
bekend te maken. “Daarna wees de Here nog [tweeën]zeventig aan en Hij zond hen
twee aan twee voor Zich uit naar alle steden en plaatsen, waar Hij zelf komen
zou.” Hij gaf hun opdracht te verkondigen: “Het Koninkrijk Gods is nabij u
gekomen” (Lukas 10:1, 9).


Het Koninkrijk van God was duidelijk het thema van
Christus’ prediking. In de Bergrede, een van de bekendste voorbeelden van Zijn
boodschap, richtte Hij de aandacht van Zijn volgelingen op het Koninkrijk. Hij
begon Zijn boodschap met de woorden: “Zalig de armen van geest, want hunner is
het Koninkrijk der hemelen . . . Zalig de vervolgden om der gerechtigheid wil,
want hunner is het Koninkrijk der hemelen” (Mattheüs 5:3, 10).


Christus vertelde Zijn volgelingen over de grote
betekenis van gehoorzaamheid aan Gods wet met betrekking tot dit Koninkrijk:
“Wie dan één van de kleinste dezer geboden ontbindt en de mensen zo leert, zal
zeer klein heten in het Koninkrijk der hemelen; doch wie ze doet en leert, die
zal groot heten in het Koninkrijk der hemelen. Want Ik zeg u: Indien uw
gerechtigheid niet overvloedig is, meer dan die der schriftgeleerden en
Farizeen, zult gij het Koninkrijk der hemelen voorzeker niet binnengaan”
(Mattheüs 5:19-20).


Hij waarschuwde ook dat wij ons moeten onderwerpen aan
Gods wil, om dit Koninkrijk te kunnen binnengaan: “Niet een ieder, die tot Mij
zegt: Here, Here, zal het Koninkrijk der hemelen binnengaan, maar wie doet de
wil Mijns Vaders, die in de hemelen is” (Mattheüs 7:21).


Hij leerde Zijn volgelingen te bidden: “Uw Koninkrijk
kome” (Mattheüs 6:10). Opmerkelijk is het gebod dat Hij hun gaf: “zoekt
eerst Zijn [Gods] Koninkrijk en Zijn gerechtigheid” (Mattheüs 6:33). Dit
streven naar het Koninkrijk van God moet onze hoogste prioriteit
zijn.


Steeds weer maakte Hij gebruik van gelijkenissen om
verschillende aspecten van het Koninkrijk te illustreren (Mattheüs 13, 20, 22,
25; Lukas 13, 19). In enkele van Zijn laatste woorden voorafgaande aan Zijn
kruisiging gaf Hij Zijn discipelen een beeld van de toekomst: “met u . . . in
het Koninkrijk Mijns Vaders” (Mattheüs 26:29).


Gedurende een periode van veertig dagen na Zijn dood en
opstanding werd Jezus Christus door Zijn volgelingen gezien. Merk op dat Hij
zelfs toen bleef spreken “over al wat het Koninkrijk Gods betreft
(Handelingen 1:3).


Welke boodschap predikten Christus’
volgelingen?


Jezus Christus was niet de enige die deze boodschap
verkondigde. Voordat Jezus Zijn prediking begon, gebood Johannes de Doper de
mensen zich te bekeren, hun bekendmakend dat “het Koninkrijk der hemelen is
nabijgekomen” (Mattheüs 3:2).


Zoals we reeds gezien hebben was het onderwijs van Jezus
gericht op het Koninkrijk. In overeenstemming met de opdracht van Christus werd
na Zijn kruisiging de verkondiging van het Koninkrijk door de discipelen
voortgezet.


De grote betekenis van het leven, het offer en de
opstanding van Jezus Christus vormde een essentieel onderdeel van de boodschap
die door de discipelen gebracht werd. De apostel Petrus maakte dit duidelijk in
zijn eerste openbare prediking, op de dag waarop de Kerk zichtbaar werd door de
wonderbaarlijke uitstorting van de Heilige Geest (Handelingen 2:22-24,
36).


Petrus sprak in zijn prediking ook over de meer algemene
aspecten van het Koninkrijk van God. In II Petrus 1:10-11 lezen we: “Beijvert u
daarom des te meer, broeders, om uw roeping en verkiezing te bevestigen; want
als gij dit doet, zult gij nimmer struikelen. Want zó zal u rijkelijk worden
verleend de toegang tot het eeuwige Koninkrijk van onze Here en Heiland,
Jezus Christus.”


Merk ook op dat mensen om de doop vroegen als gevolg van
de boodschap van Filippus over het Koninkrijk. “Toen zij echter geloof schonken
aan Filippus, die het evangelie van het Koninkrijk Gods en van de naam van
Jezus predikte
, lieten zij zich dopen, zowel mannen als vrouwen”
(Handelingen 8:12).


Paulus verkondigde het Koninkrijk


Wat leerde de apostel Paulus? Het boek Handelingen
vermeldt dat hij al spoedig in verschillende steden waar hij gemeenten had
gesticht, terugkeerde “om de zielen der discipelen te versterken en hen te
vermanen om te blijven bij het geloof, en dat wij door vele verdrukkingen het
Koninkrijk Gods moeten binnengaan” (Handelingen 14:22). Later, in Efeze, ging
hij “naar de synagoge en trad drie maanden lang vrijmoedig op, om hen door
besprekingen te overtuigen aangaande het Koninkrijk Gods” (Handelingen
19:8).


Paulus beschreef zijn eigen prediking in Korinthe als
betrekking hebbend op “het Koninkrijk Gods” (I Korinthiërs 4:20). Hij noemde
zichzelf en zijn metgezellen “medewerkers . . . voor het Koninkrijk Gods”
(Kolossenzen 4:11).


Toen hij tegen het einde van zijn leven in Rome onder
huisarrest stond, ontving Paulus een aantal bezoekers “wie hij met nadruk het
Koninkrijk Gods voorstelde, pogende hen te overtuigen ten opzichte van Jezus,
uit de wet van Mozes en de profeten, van de vroege morgen tot de avond toe”
(Handelingen 28:23). Merk op dat Paulus gebruik maakte van de geschriften van
het Oude Testament – “de wet van Mozes en de profeten” – om zowel over het
Koninkrijk van God als over Jezus Christus te prediken.


Ten onrechte wordt van Paulus wel gezegd dat hij een
evangelie predikte dat alleen gericht was op leven, sterven en opstanding van
Christus. De werkelijkheid is echter dat Paulus een boodschap predikte over
zowel Jezus Christus als het Koninkrijk van God. Het laatste vers van het boek
Handelingen beschrijft Paulus “predikende het Koninkrijk Gods en
onderricht gevende aangaande de Here Jezus Christus . . .” (Handelingen
28:31).


Zij die in de voetstappen van Jezus Christus volgden,
brachten dezelfde boodschap die Hij had onderwezen. Het boek Handelingen en de
brieven van de apostelen aan de vroege Kerk maken duidelijk dat zij onderricht
gaven over het Koninkrijk van God.


Het evangelie vóór Jezus Christus


Sommigen nemen aan dat het evangelie voor het eerst werd
verkondigd door Jezus Christus tijdens Zijn prediking op aarde. Het evangelie is
echter veel ouder. Het wordt het “het eeuwige Evangelie” genoemd (Openbaring
14:6, Statenvertaling).


De laatste vier verzen van Hebreeën 3 spreken over het
ongeloof van het oude Israël en het trieste lot van degenen die in de woestijn
stierven en het beloofde land niet binnengingen. In Hebreeën 4:2 wordt verder
vermeld: “Want ook ons is het evangelie verkondigd evenals hun . . .”
Israël had het evangelie gehoord, maar daar geen gehoor aan gegeven wegens
gebrek aan geloof.


Honderden jaren daarvoor had de aartsvader Abraham het
evangelie ook gehoord (Galaten 3:8). Beide passages bevestigen dat het evangelie
al werd verkondigd voordat Christus Zijn prediking op aarde was
begonnen.


In een beschrijving van de wijze waarop Hij, bij Zijn
wederkomst, diegenen zal belonen die trouw zijn geweest aan Zijn levenswijze,
openbaarde Jezus Christus dat het Koninkrijk van God voor ons al veel langer is
voorbereid dan wij ons kunnen voorstellen. “Komt, gij gezegenden Mijns Vaders,
beërft het Koninkrijk, dat u bereid is van de grondlegging der wereld af
(Mattheüs 25:34).


Dit goede nieuws over de glorieuze toekomst van de
mensheid is van begin af aan Gods plan geweest! Ook het aandeel van Christus in
dat plan, met inbegrip van Zijn offer om de straf voor de zonden van de mensheid
te ondergaan, was reeds vastgesteld vóór de schepping (Openbaring 13:8; I Petrus
1:18-20). Dit was het goede nieuws dat aan Abraham werd bekendgemaakt – dat door
middel van zijn nakomeling, Jezus Christus, alle volkeren gezegend zouden worden
(Galaten 3:8, 16).


Weinigen begrepen het vóór Jezus
Christus


Het Koninkrijk van God werd reeds door Gods
dienstknechten verkondigd vóór de prediking van Jezus Christus op aarde. Koning
David gaf in enkele van zijn psalmen een profetisch beeld van het Koninkrijk van
God. Zoals hij schreef in Psalm 145:10-13: “Al Uw werken zullen U loven, HERE,
Uw gunstgenoten zullen U prijzen; zij zullen van de heerlijkheid van Uw
koningschap spreken en van Uw mogendheid gewagen, om de mensenkinderen Zijn
machtige daden te verkondigen en de luisterrijke heerlijkheid van Zijn
koningschap. Uw koningschap is een koningschap voor alle eeuwen, Uw heerschappij
is over alle geslachten.”


Ook de profeet Daniël wist van het komende Koninkrijk van
God. Ook hij werd geïnspireerd om te schrijven over de toekomstige realiteit van
dat Koninkrijk: “En het koningschap, de macht en de grootheid der koninkrijken
onder de ganse hemel zal gegeven worden aan het volk van de heiligen des
Allerhoogsten: Zijn koningschap is een eeuwig koningschap, en alle machten
zullen het dienen en gehoorzamen” (Daniël 7:27).


Toch werd het evangelie, dat reeds bestond bij de
grondlegging der wereld en werd verkondigd door de eeuwen heen, door weinigen
begrepen totdat Jezus Christus en de apostelen het aan de wereld bekend
maakten.


Wat is de reden daarvan? Het ontbrak het oude Israël,
zoals eerder opgemerkt, aan de overtuiging en het geloof om het te begrijpen en
ernaar te handelen (Hebreeën 3:19; 4:2). Bovendien gaven de oudtestamentische
geschriften niet een volledig beeld van het Koninkrijk. De vage beschrijvingen
wekten grote verwachtingen, maar voor een dieper begrip moest men wachten op de
komst van Jezus Christus, de onthuller van “de geheimenissen van het Koninkrijk”
(Mattheüs 13:11).


Toen Jezus Christus het evangelie van het Koninkrijk van
God kwam prediken, bouwde Hij voort op het fundament dat reeds vanaf het begin
was voorbereid door God de Vader en geopenbaard door de vroegere profeten. Als
de boodschapper van het Koninkrijk openbaarde Hij essentiële waarheden die men
op grond van de oudtestamentische profetieën niet had begrepen.


Een van de belangrijkste onbegrepen aspecten van het
Koninkrijk, iets dat onduidelijk bleef tot de openbaring ervan door Jezus
Christus, was dat er duizenden jaren zouden verlopen tussen Zijn eerste komst
als het offerlam van God (Johannes 1:29) en Zijn wederkomst als de zegevierende
Koning van het Koninkrijk (Openbaring 19:11-16). Zijn eerste komst bracht de
vervulling van een essentieel onderdeel van het evangelie van het Koninkrijk –
Zijn offer om voor ons vergeving, rechtvaardiging en uiteindelijke toegang tot
het Koninkrijk mogelijk te maken. Zijn tweede komst zal de vestiging van dat
ongelooflijke Koninkrijk brengen.


Door de gehele Bijbel heen wordt een en dezelfde
boodschap verkondigd aangaande het Koninkrijk van God, een boodschap die door de
eeuwen heen werd gebracht door Gods dienstknechten. Het lijkt tegenstrijdig dat
juist dat deel van de openbaring over het Koninkrijk van God dat in vele
profetieën van het Oude Testament het meest volledig en duidelijk werd
beschreven – een letterlijk Koninkrijk geregeerd door een geprofeteerde Messias
– heden ten dage het minst begrepen aspect van het evangelie schijnt te
zijn.


Velen geloven dat de fantastische waarheid dat de
volgelingen van Jezus Christus eeuwig leven zullen genieten in een eeuwig
Koninkrijk, betekent dat daardoor een letterlijke heerschappij op aarde over
fysieke menselijke wezens volledig overbodig geworden is.


Maar wat zegt de Bijbel? Laten we eens alle vooropgezette
ideeën vergeten en geloven wat ons duidelijk geleerd wordt door het Woord van
God.


De belofte van een komend koninkrijk


“Maar in de dagen van die koningen zal de God des
hemels een koninkrijk oprichten, dat in eeuwigheid niet zal te gronde gaan, en
waarvan de heerschappij op geen ander volk meer zal overgaan: het zal al die
koninkrijken verbrijzelen en daaraan een einde maken, maar zelf zal het bestaan
in eeuwigheid” (Daniël 2:44).


Wij hebben gezien dat Jezus Christus en de apostelen het
evangelie – het goede nieuws – van het Koninkrijk van God predikten. Maar wat is
dat Koninkrijk precies?


Er zijn vele ideeën over het Koninkrijk van God. Sommigen
denken dat het de kerk is. Anderen geloven dat het een etherisch denkbeeld is in
het hart van christenen. Weer anderen zien het als het collectief welzijn van de
mensheid.


Wat zegt de Bijbel? Wat is het Koninkrijk van
God?


Het woord dat overal in het Nieuwe Testament is vertaald
met “koninkrijk” is het Griekse woord basileia, dat “koninklijke
waardigheid, koningschap, het door een koning bestuurd worden, of
(nieuwtestamentisch:) koninkrijk” betekent (Wolters Grieks-Nederlands
Woordenboek
). Nauwgezet onderzoek van de Bijbel onthult dat de eerstvolgende
fase van het Koninkrijk van God niets minder is dan een wereldheerschappij, een
koninkrijk dat God op deze aarde zal vestigen door Jezus Christus!


Een overzicht van wereldregeringen


Deze verbazingwekkende waarheid wordt in vele
bijbelverzen duidelijk gemaakt. De profeet Daniël werd geïnspireerd tot het
geven van een beschrijving van wereldregeringen over een periode van duizenden
jaren. Zijn in Daniël 2:28-45 vermelde profetie beschrijft koning Nebukadnezars
visioen van vijf wereldrijken. Als wij deze verzen lezen, zien we dat het vijfde
koninkrijk, het Koninkrijk van God, een letterlijk koninkrijk is dat nog
niet op aarde is gekomen.


In deze passage droomde Nebukadnezar, een Babylonische
koning, over een reusachtig beeld met een hoofd van goud, borst en armen van
zilver, buik en lendenen van koper, benen van ijzer, en voeten gevormd uit ijzer
en leem.


God gaf aan Daniël, een profeet aan het hof van
Nebukadnezar, het vermogen om dromen uit te leggen (Daniël 1:17; 2:28). Door
Gods inspiratie onthulde Daniël dat de vier delen van dit beeld in werkelijkheid
vier opeenvolgende wereldrijken waren; hij identificeerde het eerste van de
koninkrijken, het hoofd van goud, als het Babylonische Rijk (Daniël
2:38).


De volgende twee koninkrijken worden geïdentificeerd in
Daniël 8:1-21. Dit hoofdstuk vermeldt een volgend profetisch visioen en geeft
meer bijzonderheden over het tweede en derde koninkrijk. Deze beide koninkrijken
worden geïdentificeerd als “de koningen der Meden en Perzen” en “de koning van
Griekenland”. Uit de geschiedschrijving blijkt dat het Babylonische Rijk
inderdaad werd veroverd door het Medo-Perzische Rijk (vermeld in Daniël 5:30;
6:1), dat op zijn beurt werd omvergeworpen door het Griekse Rijk van Alexander
de Grote.


In hoofdstuk zeven worden deze vier koninkrijken opnieuw
beschreven, nu als vier dieren. Dit visioen karakteriseert deze wereldrijken als
wilde dieren en geeft een profetisch beeld van hun wrede en onderdrukkende
heerschappij over hun onderdanen.


Vooral het vierde koninkrijk wordt als wreed
gekarakteriseerd. De geschiedenis vermeldt dat Alexanders Griekse koninkrijk
werd opgevolgd door het Romeinse Rijk. Over dit koninkrijk wordt hier
geopenbaard dat dit het gezag van God zelf uitdaagt en Zijn heiligen vervolgt
(Daniël 7:25). Het heeft tien horens (vers 7), die tien voortzettingen of
heroprichtingen van het vierde grote wereldrijk zijn (vers 24). Deze
heroprichtingen van dit vierde rijk gaan de gehele geschiedenis door tot in onze
tijd, en de laatste heroprichting van dit rijk wordt beschreven als nog
bestaande bij de wederkomst van Jezus Christus (vers 8-14).


Menselijke regeringen vervangen door
God


In de dagen van dit vierde koninkrijk zal God deze aardse
koninkrijken vervangen door Zijn Koninkrijk. “Maar in de dagen van die koningen
zal de God des hemels een koninkrijk oprichten, dat in eeuwigheid niet
zal te gronde gaan, en waarvan de heerschappij op geen ander volk meer zal
overgaan: het zal al die koninkrijken verbrijzelen en daaraan een einde maken,
maar zelf zal het bestaan in eeuwigheid” (Daniël 2:44). Hieruit blijkt
dat het vierde koninkrijk blijft heersen totdat Christus terugkeert om Zijn
Koninkrijk op aarde te vestigen.


Gods Koninkrijk – herhaaldelijk geprofeteerd in Daniël –
is hetzelfde Koninkrijk waarover Jezus Christus predikte. Er kan geen twijfel
zijn over de aard van dit Koninkrijk. De vier in Daniël 2, 7 en 8 beschreven
koninkrijken heersten over mensen en landen. Het waren grote wereldrijken met
het gezag en de macht om te heersen, oorlog voerend tegen en zegevierend over
andere naties. Zij hadden koningen, regeringen, wetten en onderdanen. Het waren
letterlijke koninkrijken waarvan de runes tot op deze dag zichtbaar
zijn.


Zo zal ook het Koninkrijk van God een letterlijk
koninkrijk zijn dat zal heersen over de gehele aarde. In Daniël 7:27 wordt
verder gesproken over de vestiging van dit Koninkrijk: “En het koningschap, de
macht en de grootheid der koninkrijken onder de ganse hemel zal gegeven
worden aan het volk van de heiligen des Allerhoogsten: Zijn koningschap is een
eeuwig koningschap, en alle machten zullen het dienen en
gehoorzamen
.”


Grote mogendheden zullen ten val komen


Het geweldige nieuws van het komende Koninkrijk van God
vormt het centrale thema van de boodschap van Jezus Christus voor de mensheid.
Jezus zal naar de aarde terugkeren en dit Koninkrijk vestigen. Hij zal de
Heerser over het Koninkrijk van God zijn. Let op de volgende profetie over de
wederkomst van Jezus Christus: “En de zevende engel blies de bazuin en luide
stemmen klonken in de hemel, zeggende: Het koningschap over de wereld is
gekomen aan onze Here
en aan Zijn Gezalfde, en Hij zal als koning heersen
tot in alle eeuwigheden” (Openbaring 11:15). Jezus Christus zal de heerschappij
op Zich nemen over letterlijke koninkrijken op aarde.


De menselijke regeringen, met hun inherente onvermogen
menselijke problemen op te lossen die voortkomen uit het onvermogen van de
mensheid de juiste levenswijze te kiezen (Spreuken 16:25), zullen worden
vervangen door een regeringsvorm die eindelijk deze problemen kan oplossen.
Jezus Christus Zelf zal heersen over de volkeren der aarde!


Dit is het evangelie – het goede nieuws – dat Jezus
Christus predikte. De boodschap van Jezus Christus was gericht op de
aankondiging van een komende wereldregering (Lukas 21:31). Deze regering zal
niet een heerschappij zijn van door zelfzucht gemotiveerde mensen, maar van
Jezus Christus Zelf, onder leiding van de Almachtige God!


Daniël was niet de enige profeet die over deze tijd
sprak. Ook in Micha 4:1-3 wordt deze tijd van ongekende vrede beschreven: “En
het zal geschieden in het laatste der dagen: dan zal de berg van het huis des
HEREN vaststaan als de hoogste der bergen, en hij zal verheven zijn boven de
heuvelen. En volkeren zullen derwaarts heenstromen, en vele natiën zullen
optrekken en zeggen: Komt, laten wij opgaan naar de berg des HEREN, naar het
huis van de God Jakobs, opdat Hij ons lere aangaande Zijn wegen en opdat wij
Zijn paden bewandelen. Want uit Sion zal de wet uitgaan en des HEREN woord uit
Jeruzalem. En Hij zal richten tussen vele volkeren en rechtspreken over machtige
natiën tot in verre landen. Dan zullen zij hun zwaarden tot ploegscharen
omsmeden en hun speren tot snoeimessen; geen volk zal tegen een ander volk het
zwaard opheffen, en zij zullen de oorlog niet meer leren.”


Zoals in deze passage beschreven staat zullen de mensen,
wanneer Jezus Christus Zijn regering vestigt, de zegeningen beginnen te erkennen
die voortkomen uit gehoorzaamheid aan Gods wegen en wetten; zij zullen in grote
menigte tot Hem komen om die levenswijze te leren. Christus zal geschillen
tussen volkeren beindigen en zal moeten “rechtspreken over machtige natiën” die
Zijn leiding en gezag verwerpen.


Profetieën over Jezus Christus’
heerschappij


Jesaja beschrijft, sprekend over de toekomstige regering
van Jezus Christus, welk soort heerser Hij zal zijn: “. . . de heerschappij rust
op Zijn schouder en men noemt hem Wonderbare Raadsman, Sterke God, Eeuwige
Vader, Vredevorst. Groot zal de heerschappij zijn en eindeloos de vrede op de
troon van David . . . met recht en gerechtigheid, van nu aan tot in eeuwigheid .
. .” (Jesaja 9:5-6).


“Recht en gerechtigheid” zullen kenmerken zijn van de
komende heerschappij van Christus, in tegenstelling tot de onrechtvaardigheid,
kortzichtigheid en onderdrukking die maar al te vaak kenmerken zijn van de
regeringen van deze wereld. Overal ter wereld zal er vrede gaan heersen – in
huwelijken, gezinnen, gemeenschappen en volkeren. Zoals geprofeteerd zal onder
de regering van Jezus Christus de vrede “eindeloos” zijn. De Vredevorst zal rust
en vrede brengen aan een wereld die nooit waarachtige vrede heeft
gekend.


Onder de rechtvaardige heerschappij van Jezus Christus
zal de mensheid eindelijk Gods wegen leren en deze werkelijke vrede gaan
ervaren. Onderwijsinstellingen zullen de mensen leren hoe zij moeten leven, niet
alleen hoe ze in hun levensonderhoud moeten voorzien. De bijbelse principes voor
gezonde en blijvende relaties zullen grondig worden uitgelegd. “Men zal geen
kwaad doen noch verderf stichten op gans Mijn heilige berg, want de aarde zal
vol zijn van kennis des HEREN, zoals de wateren de bodem der zee
bedekken” (Jesaja 11:9). Vele miljoenen mensen, die nooit Gods wetten of wegen
hebben gekend, zullen eindelijk toegang hebben tot die wonderbaarlijke
kennis.


Oorzaken van de problemen der mensheid


De mensheid heeft duizenden jaren de gelegenheid gehad te
experimenteren met regerings- en bestuursvormen en levenswijzen. Waarom hebben
we dan onze problemen niet kunnen oplossen?


Het menselijk gezag is daar niet in geslaagd omdat de
mensen uiteindelijk gewoon niet weten hoe zij moeten leven. Door middel van de
profeet Jeremia waarschuwt God dat “het niet aan de mens staat zijn weg te
kiezen, noch aan een man om te gaan en zijn schreden te richten” (Jeremia
10:23).


Salomo, die koning was over het oude Israël, zei ronduit:
“Soms schijnt een weg iemand recht, maar het einde daarvan voert naar de dood”
(Spreuken 14:12; 16:25).


Helaas heeft de mensheid van generatie op generatie de
waarheid van deze woorden bewezen. Onder menselijke heerschappij heeft de
mensheid nooit een tijd gekend die vrij was van oorlog, strijd, onrust en
lijden. De huidige toestand is zo ernstig dat de mensheid het vermogen heeft al
het menselijk leven op aarde vele malen te vernietigen!


Wat zijn de oorzaken?


Onze wereld wordt bedreigd door overweldigende problemen
omdat wij God hebben verworpen. God Zelf heeft dit door de eeuwen heen
duidelijk gemaakt door middel van Zijn profeten. Onder Gods inspiratie schreef
koning David over de mensheid: “Zij bedrijven gruwelijke en afschuwelijke
misdaden, niemand is er, die goed doet. De HERE ziet neder uit de hemel
op de mensenkinderen, om te zien, of er één verstandig is, één, die God zoekt.
Allen zijn zij afgeweken, tezamen ontaard; er is niemand die goed
doet, zelfs niet één
” (Psalm 14:1-3).


Ook de profeet Jeremia merkte op dat mensen grotendeels
verblind worden door de misleidende invloed van hun eigen slechte motieven en
bedoelingen. “Arglistig is het hart boven alles, ja, verderfelijk is het; wie
kan het kennen?” (Jeremia 17:9).


De mensheid gescheiden van God


De profeet Jesaja voegde daaraan nog toe: “Zie, de hand
des HEREN is niet te kort om te verlossen, en Zijn oor niet te onmachtig om te
horen; maar uw ongerechtigheden zijn het, die scheiding brengen tussen u en
uw God
, en uw zonden doen Zijn aangezicht voor u verborgen zijn, zodat Hij
niet hoort. Want uw handen zijn met bloed bezoedeld en uw vingers met
ongerechtigheid; uw lippen spreken leugen, uw tong prevelt onrecht. Er is
niemand die een gegronde aanklacht indient, en niemand die naar waarheid
richt
; zij vertrouwen op ijdelheid, spreken valsheid, gaan zwanger van
moeite en baren onheil . . . Hun voeten snellen naar het kwade en haasten zich
om onschuldig bloed te vergieten; hun gedachten zijn onheilsgedachten,
verwoesting en verderf zijn op hun wegen. De weg des vredes kennen zij niet, en
er is geen recht in hun sporen; zij gaan langs kronkelpaden; niemand die ze
betreedt, kent vrede” (Jesaja 59:1-4, 7-8).


Gods wegen zijn anders dan die der mensen. “Want Mijn
gedachten zijn niet uw gedachten en uw wegen zijn niet Mijn wegen, luidt het
woord des HEREN. Want zoals de hemelen hoger zijn dan de aarde, zo zijn Mijn
wegen hoger dan uw wegen en Mijn gedachten dan uw gedachten” (Jesaja
55:8-9).


De apostel Paulus beschreef de onvermijdelijke gevolgen
van het verwerpen van God en Zijn levenswijze: “En daar zij het verwerpelijk
achtten God te erkennen, heeft God hen overgegeven aan een verwerpelijk denken
om te doen wat niet betaamt: vervuld van allerlei onrechtvaardigheid, boosheid,
hebzucht en slechtheid, vol nijd, moord, twist, list en kwaadaardigheid;
oorblazers, lasteraars, haters van God, verwatenen, overmoedigen, grootsprekers,
vindingrijk in het kwaad, hun ouders ongehoorzaam; onverstandig, onbestendig,
zonder hart of barmhartigheid. Immers, hoewel zij de rechtseis van God kenden,
namelijk, dat zij, die zulke dingen bedrijven, de dood verdienen, doen zij ze
niet alleen zelf, maar schenken ook nog hun bijval aan wie ze bedrijven”
(Romeinen 1:28-32).


Jezus Christus zal tussenbeide komen om de mensheid te
redden


Aan zichzelf overgelaten zou de mensheid alle leven op
aarde vernietigen. Klinkt dit schokkend? Dat is het ook. Maar Jezus
Christus Zelf zei dat het waar is. In een beschrijving van de tijd direct
voorafgaand aan Zijn terugkeer op aarde zei Hij: “Want er zal dan een grote
verdrukking zijn, zoals er niet geweest is van het begin der wereld tot nu toe
en ook nooit meer wezen zal. En indien die dagen niet ingekort werden, zou
geen vlees behouden worden
; doch ter wille van de uitverkorenen zullen die
dagen worden ingekort” (Mattheüs 24:21-22).


Jezus Christus vertelt ons dat Hij tussenbeide
moet komen om ons te redden van onszelf. “Terstond na de verdrukking dier
dagen zal de zon verduisterd worden en de maan zal haar glans niet geven en de
sterren zullen van de hemel vallen en de machten der hemelen zullen wankelen. En
dan zal het teken van de Zoon des mensen verschijnen aan de hemel en dan zullen
alle stammen der aarde zich op de borst slaan en zij zullen de Zoon des mensen
zien komen op de wolken des hemels, met grote macht en heerlijkheid” (Mattheüs
24:29-30).


Dit grootse gebeuren wordt uitvoeriger beschreven in
Openbaring 19:11-16: “En ik zag de hemel geopend, en zie, een wit paard; en Hij,
die daarop zat, wordt genoemd Getrouw en Waarachtig, en Hij velt vonnis en voert
oorlog in gerechtigheid. En Zijn ogen waren een vuurvlam en op Zijn hoofd waren
vele kronen en Hij droeg een geschreven naam, die niemand weet dan Hijzelf. En
Hij was bekleed met een kleed, dat in bloed geverfd was, en Zijn naam is
genoemd: het Woord Gods. En de heerscharen, die in de hemel zijn, volgden Hem op
witte paarden, gehuld in wit en smetteloos fijn linnen. En uit Zijn mond komt
een scherp zwaard, om daarmede de heidenen te slaan. En Hijzelf zal hen hoeden
met een ijzeren staf en Hijzelf treedt de persbak van de wijn der gramschap van
de toorn Gods, des Almachtigen. En Hij heeft op Zijn kleed en op Zijn dij
geschreven de naam: Koning der koningen en Here der heren.”


Het duizendjarig Koninkrijk en daarna


De komst van Jezus Christus zal een letterlijk koninkrijk
doen beginnen, het Koninkrijk van God op aarde. Maar dat is nog niet alles. Let
op wat geschreven staat in Openbaring 11:15: “En de zevende engel blies de
bazuin en luide stemmen klonken in de hemel, zeggende: Het koningschap over de
wereld is gekomen aan onze Here en aan Zijn Gezalfde, en Hij zal als koning
heersen tot in alle eeuwigheden.”


We hebben gezien dat Jezus Zijn regering over de volkeren
zal vestigen in een letterlijk koninkrijk. Dit koninkrijk wordt in Openbaring
20:3-7 beschreven als een periode van duizend jaar. In het daarvoor geciteerde
vers wordt ons echter verteld dat Jezus “tot in alle eeuwigheden” zal heersen.
Met andere woorden, de duizendjarige regeringsperiode (ook wel het
Millennium genoemd, het Latijnse woord voor “duizendtal jaren”) is
slechts het begin van Jezus Christus’ eeuwige heerschappij in het Koninkrijk van
God.


In feite zal de duizendjarige regering die Jezus Christus
zal vormen samen met de wederopgestane heiligen – aan wie het Koninkrijk zal
worden gegeven – juist tot doel hebben de gehele mensheid toegang te geven tot
het eeuwige Koninkrijk van God. Miljoenen mensen die bij de wederkomst
van Jezus Christus in leven zijn, zullen voortleven in het Millennium en
gedurende dat tijdperk zullen op hun beurt vele generaties mensen geboren worden
en leven. Hun zal allen een gelegenheid worden geboden om na dit fysieke leven
in geest veranderd te worden, eeuwig leven te ontvangen en het eeuwige
Koninkrijk van God binnen te gaan.


De waarheid dat het Koninkrijk Gods uiteindelijk een
eeuwig koninkrijk is, niet slechts een periode van duizend jaar, wordt
ons door Jezus Christus zelf duidelijk gemaakt. In Mattheüs 19:16 lezen we over
een rijke jongeman die Jezus de fundamentele vraag stelde: “Meester, wat voor
goed moet ik doen om het eeuwige leven te verwerven?” Jezus ging
vervolgens uitleggen wat de jongeman moest doen. Toen duidelijk werd dat hij
niet bereid was te doen wat Jezus gebood, zei Jezus Christus daarna in vers 24:
“. . . het is gemakkelijker, dat een kameel gaat door het oog van een naald dan
dat een rijke het Koninkrijk Gods binnengaat.” Hier wordt het binnengaan
van het Koninkrijk van God gelijkgesteld aan eeuwig leven.


Ja, de duizendjarige regering van Jezus Christus zal voor
miljoenen mensen, die dan reeds geregeerd worden door het Koninkrijk van God, de
deur openen om te worden behouden en werkelijk het eeuwige Koninkrijk van
God binnen te gaan. Het Millennium, een tijd van ongekende vrede, vreugde en
voorspoed, zal nog maar een voorproef zijn van het nog grotere eeuwige
Koninkrijk!


Een nieuwe hemel en aarde


Nadat er aan de duizendjarige periode een einde is
gekomen, zal er volgens de profetie nog een ongelooflijke reeks gebeurtenissen
plaatsvinden, zoals we lezen in Openbaring 21:1-7: “En ik zag een nieuwe hemel
en een nieuwe aarde, want de eerste hemel en de eerste aarde waren
voorbijgegaan, en de zee was niet meer. En ik zag de heilige stad, een nieuw
Jeruzalem, nederdalende uit de hemel, van God, getooid als een bruid, die voor
haar man versierd is. En ik hoorde een luide stem van de troon zeggen: Zie, de
tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn
volken zijn en God zelf zal bij hen zijn. En Hij zal alle tranen van hun ogen
afwissen, en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch geklaag, noch moeite
zal er meer zijn, want de eerste dingen zijn voorbijgegaan. En Hij, die op de
troon gezeten is, zeide: Zie, Ik maak alle dingen nieuw. En Hij zeide: Schrijf,
want deze woorden zijn getrouw en waarachtig. En Hij sprak tot mij: Zij zijn
geschied. Ik ben de alfa en de omega, het begin en het einde. Ik zal de dorstige
geven uit de bron van het water des levens om niet. Wie overwint, zal deze
dingen berven, en Ik zal hem een God zijn en hij zal Mij een zoon
zijn.”


Toegang tot de boom des levens – waarvan de mensheid was
afgesneden sinds de tijd van Adam en Eva (Genesis 3:22-24) – zal gegeven worden
aan hen die gehoorzaam Gods geboden bewaren (Openbaring 22:14,
Statenvertaling).


Eeuwig leven als kinderen van God wacht hen die
binnengaan in Zijn Koninkrijk!


Het evangelie van Jezus Christus: behoud in het
Koninkrijk


“Want ik schaam mij het evangelie niet; want het is
een kracht Gods tot behoud voor een ieder die gelooft . . .” (Romeinen
1:16).


Wij hebben gezien dat Jezus Christus “het evangelie van
het Koninkrijk” predikte en dat Hij Zijn discipelen uitzond om Zijn boodschap te
verkondigen voordat Hij gekruisigd werd. Na de dood en opstanding van Christus
werd in de door de apostelen gepredikte boodschap iets anders benadrukt, wat
vóór Christus’ dood niet mogelijk was geweest – namelijk dat Jezus Christus de
straf voor de zonden van de mensheid had ondergaan! Door dit te doen was Hij de
Verlosser geworden van allen die Zijn offer zouden aannemen en zouden leven in
navolging van Christus.


Na de Pinksterdag bleven de apostelen het Koninkrijk van
God verkondigen zoals zij hadden gedaan toen Christus nog op aarde was, maar nu
hadden zij het inzicht om te kunnen spreken over een andere dimensie: eeuwig
leven in dat Koninkrijk was nu mogelijk door het offer van Jezus Christus als
Verlosser van de mensheid en door Zijn voortdurende taak als onze
Hogepriester.


Tegenwoordig beschouwen sommigen de bijbelse termen
“evangelie van het Koninkrijk” en “evangelie van Christus” alsof het
verschillende boodschappen zijn. Maar in werkelijkheid zijn zij één en dezelfde
boodschap. Het evangelie van het Koninkrijk is de boodschap die Jezus Christus
bracht en verkondigde. Het evangelie van Christus is eveneens de boodschap die
Jezus Christus predikte, samen met de boodschap betreffende Zijn leven, sterven
en offer voor ons, waardoor eeuwig leven in dat Koninkrijk mogelijk gemaakt
wordt. Het Koninkrijk van God is alleen bereikbaar via de centrale rol van Jezus
Christus als de persoonlijke Verlosser van allen die het Koninkrijk willen
binnengaan.


Het verdiepte begrip van de apostelen wordt duidelijker
zichtbaar in hun brieven en andere boodschappen na de dood en opstanding van
Jezus Christus. De mensen uit de tijd van Christus verwachtten een zegevierende
Messias die het juk van de Romeinse heersers over Judea zou afwerpen en een
nieuw koninkrijk zou vestigen. De discipelen van Christus herkenden Hem als die
Messias en noemden Hem “Christus” (Mattheüs 16:16), wat het Griekse woord voor
“gezalfde” is – hetzelfde als het Hebreeuwse woord “Messias” (Johannes 1:42;
4:25). De term gezalfde duidde op degene die was verkozen om Koning te
zijn van dat Messiaanse Koninkrijk.


Nieuw inzicht wat betreft de Messias


Joodse gelovigen binnen de vroege Kerk begrepen dat de
term “het evangelie van Christus” een boodschap inhield die veel meer omvatte
dan alleen de persoon van Jezus Christus. Omdat het woord Christus
“Messias” betekent, begrepen zij de boodschap van de apostelen als “het
evangelie van de Messias” – het goede nieuws over de Koning van het
komende Koninkrijk van God. Voor hen was het goede nieuws niet alleen dat
Christus was gestorven voor de zonden van de mensheid, maar ook dat de Messias
was gekomen en zou terugkeren, Zijn Koninkrijk zou vestigen en de vele
profetieën zou vervullen over Zijn glorierijke heerschappij.


Het idee van een Koninkrijk dat door de Messias zou
worden gevestigd was niet nieuw voor de volgelingen van Jezus Christus. De
Bijbel vermeldt dat “zij meenden, dat het Koninkrijk Gods terstond openbaar zou
worden” (Lukas 19:11). Toen Christus na Zijn opstanding opnieuw aan hen
verscheen, vroegen de discipelen: “Here, herstelt Gij in deze tijd het
koningschap voor Isral?” (Handelingen 1:6).


Wat de discipelen tijdens Christus’ leven niet begrepen,
was dat de Messias, die naar zij verwachtten zou komen als een zegevierende
koning, eerst moest sterven om de straf te ondergaan voor de zonden van de
mensheid. Zelfs toen Jezus Christus Zijn discipelen deze waarheid openbaarde,
weigerden zij haar te aanvaarden. Niet lang voor Zijn dood “begon Jezus Christus
Zijn discipelen te tonen, dat Hij naar Jeruzalem moest gaan en veel lijden van
de zijde der oudsten en overpriesters en schriftgeleerden en gedood
worden
en ten derden dage opgewekt worden. En Petrus nam Hem terzijde en
begon Hem te bestraffen, zeggende: Dat verhoede God, Here, dat zal U
geenszins overkomen!
” (Mattheüs 16:21-22). Niet alleen begrepen zij dit
aspect van de opdracht van Christus niet, zij weigerden ook ronduit het te
geloven.


Het is dan ook begrijpelijk dat de discipelen geschokt
waren toen hun Leider, van wie zij verwachtten dat Hij de heerschappij van de
Romeinse bezetters ten val zou brengen, werd gearresteerd. “Toen lieten al de
discipelen Hem alleen en vluchtten” (Mattheüs 26:56). In verwarring en
verslagenheid door deze onverwachte loop der gebeurtenissen gingen ze op de
vlucht, terwijl Jezus als een misdadiger werd berecht, veroordeeld en
terechtgesteld.


Later, nadat zij op de Pinksterdag de Heilige Geest
hadden ontvangen (Handelingen 2:1-4), begonnen de discipelen te begrijpen dat de
Messias, zoals de Schriften hadden geprofeteerd, moest sterven en opgewekt
worden. De apostel Petrus verkondigde in zijn eerste geïnspireerde prediking tot
de Joden die in Jeruzalem bijeen waren dat David, in een van zijn psalmen, had
“gesproken van de opstanding van de Christus, dat Hij niet aan het dodenrijk is
overgelaten, noch Zijn vlees ontbinding heeft gezien” (Handelingen
2:31).


Een persoonlijke redder ofwel Verlosser is
nodig


Petrus moest de aandacht van de Joden van zijn tijd
richten op het verzoenend offer van Christus en Zijn rol als persoonlijke
redder, of Verlosser, en niet alleen als nationaal leider: “Deze Jezus heeft God
opgewekt, waarvan wij allen getuigen zijn . . . Dus moet ook het ganse huis
Israëls zeker weten, dat God Hem èn tot Here èn tot Christus gemaakt heeft, deze
Jezus, die gij gekruisigd hebt” (Handelingen 2:32, 36). Toen degenen die
overtuigd werden, vroegen: “Wat moeten wij doen, mannen broeders?” antwoordde
Petrus: “Bekeert u en een ieder van u late zich dopen op de naam van Jezus
Christus, tot vergeving van uw zonden, en gij zult de gave des Heiligen Geestes
ontvangen” (Handelingen 2:37-38). Duizenden beantwoordden deze oproep tot
bekering – een veranderd leven – en werden gedoopt.


Petrus hielp hen in te zien dat Gods beloften met
betrekking tot de Heilige Geest en behoud (vers 17-18, 21, 33, 40) alleen
mogelijk waren vanwege het offer en de opstanding van Jezus, de geprofeteerde
Messias (vers 24, 30-33, 36). De mensen tot wie Petrus sprak hadden de noodzaak
van het offer van de Messias voor hun persoonlijke zonden niet begrepen
en evenmin hadden zij beseft dat Degene die zij kort geleden ter dood hadden
veroordeeld, in feite de Messias was naar wie zij allen verlangend uitzagen. De
apostelen zetten zich in om deze misvattingen te corrigeren.


In zijn volgende openbare toespraak maakte Petrus
duidelijk hoe het verzoenende en verlossende werk van Christus leidt naar het
komende Koninkrijk van God: “. . . maar zo heeft God in vervulling doen gaan wat
Hij bij monde van alle profeten tevoren geboodschapt had, dat Zijn Christus
moest lijden. Komt dan tot berouw en bekering, opdat uw zonden uitgedelgd
worden, opdat er tijden van verademing mogen komen van het aangezicht des Heren,
en Hij de Christus, die voor u tevoren bestemd was, Jezus, zende; Hem moest de
hemel opnemen tot de tijden van de wederoprichting aller dingen, waarvan God
gesproken heeft bij monde van Zijn heilige profeten, van oudsher” (Handelingen
3:18-21).


Deze indrukwekkende boodschap, die nog duizenden meer
ertoe bracht te geloven, illustreert hoe het evangelie vanaf het begin was
gepredikt, hoe Christus daarbij betrokken was als de lijdende Messias en hoe het
een boodschap was over de “wederoprichting aller dingen” – de hoopvolle
verwachting van de wederkomst van Christus als Koning van een nog toekomstig
Koninkrijk.


Waartoe het offer van Christus leidt


De apostel Paulus zag heel duidelijk de betekenis van
Christus’ offer en waartoe het uiteindelijk leidt. In zijn eerste brief aan de
Korinthiërs beschreef hij de boodschap die hij onderwees: “Ik maak u bekend,
broeders, het evangelie, dat ik u verkondigd heb, dat gij ook ontvangen hebt,
waarin gij ook staat, waardoor gij ook behouden wordt, indien gij het zó
vasthoudt, als ik het u verkondigd heb, tenzij gij tevergeefs tot geloof zoudt
gekomen zijn. Want vóór alle dingen heb ik u overgegeven, hetgeen ik zelf
ontvangen heb: Christus is gestorven voor onze zonden, naar de Schriften, en Hij
is begraven en ten derden dage opgewekt, naar de Schriften” (I Korinthiërs
15:1-4).


Het feit dat Jezus Christus Zijn leven heeft geofferd in
onze plaats is zeer zeker goed nieuws. Het feit dat Hij voor ons de doodstraf
heeft ondergaan is wonderbaarlijk nieuws!


Maar daarmee eindigde Paulus’ beschrijving van het
evangelie dat hij predikte niet. Nadat hij eerst had gesproken over de verheven
rol van Christus in ons persoonlijk behoud, ging hij vervolgens uitleggen waarom
de opstanding van Jezus Christus zo belangrijk is voor het behoud van de gehele
mensheid: “Indien wij alleen voor dit leven onze hoop op Christus gebouwd
hebben, zijn wij de beklagenswaardigste van alle mensen. Maar nu, Christus is
opgewekt uit de doden, als eersteling van hen, die ontslapen zijn. Want,
dewijl de dood er is door een mens, is ook de opstanding der doden door een
mens. Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend
gemaakt worden” (I Korinthiërs 15:19-22).


Allen zullen weer tot leven worden
gewekt


Merk op dat Paulus zegt dat allen uiteindelijk
levend gemaakt zullen worden. Hij legt vervolgens uit dat dit in fasen zal
gebeuren: “Maar ieder in zijn eigen rangorde: Christus als eersteling,
vervolgens die van Christus zijn bij Zijn komst; daarna het einde,
wanneer Hij het koningschap aan God de Vader overdraagt, wanneer Hij alle
heerschappij, alle macht en kracht onttroond zal hebben” (I Korinthiërs
15:23-24).


Eerder lazen wij over Christus’ heerschappij als Koning
van dat komende Koninkrijk. Maar de uitoefening van Zijn koningschap wordt
voorafgegaan door de wederopstanding van hen “die van Christus zijn bij Zijn
komst”!


In dit gehele hoofdstuk geeft Paulus uitleg van dit
unieke aspect van de door hem verkondigde boodschap van het evangelie. In de
verzen 50-53 legt hij uit wanneer en hoe wij het Koninkrijk van God kunnen
binnengaan: “Dit spreek ik evenwel uit, broeders: vlees en bloed kunnen het
Koninkrijk Gods niet berven
en het vergankelijke beërft de
onvergankelijkheid niet. Zie, ik deel u een geheimenis mede. Allen zullen wij
niet ontslapen [in de dood], maar allen zullen wij veranderd worden, in een
ondeelbaar ogenblik, bij de laatste bazuin, want de bazuin zal klinken en de
doden zullen onvergankelijk opgewekt worden en wij zullen veranderd worden. Want
dit vergankelijke moet onvergankelijkheid aandoen en dit sterfelijke moet
onsterfelijkheid aandoen
.”


Dit is het ontzagwekkende doel van geboorte, leven,
sterven en opstanding van Jezus Christus – de opstanding van nog veel meer
mensen tot eeuwig leven, om “het Koninkrijk Gods te berven“! (vers 50).
De volgelingen van Christus zullen het Koninkrijk “beërven” of binnengaan “bij
de laatste bazuin” (vers 52), het luide signaal ter aankondiging van Christus’
wederkomst om voor eeuwig over de aarde te heersen (Mattheüs 24:30-31;
Openbaring 11:15).


Zo zien wij dat onsterfelijk leven in Zijn Koninkrijk
wordt mogelijk gemaakt door Jezus Christus, “die de dood van zijn kracht heeft
beroofd en onvergankelijk leven aan het licht gebracht heeft door het evangelie”
(II Timotheüs 1:10).


Hoe u het Koninkrijk kunt binnengaan


“Maar zoekt eerst Zijn Koninkrijk en Zijn
gerechtigheid en dit alles zal u bovendien geschonken worden” (Mattheüs
6:33).


Behoud door Jezus’ leven, sterven en opstanding staat
centraal in de boodschap van het evangelie. Jezus Christus stierf, werd begraven
en werd uit de doden opgewekt voor een bepaalde reden: opdat wij eeuwig leven
zouden kunnen beërven in het Koninkrijk van God (Johannes 3:16). Dit
verbazingwekkende onderdeel van het evangelie – het binnengaan in het Koninkrijk
van God – is het aspect dat door zo weinigen begrepen wordt. Het is synoniem met
behoud. Zonder begrip van dit onderdeel van het evangelie kan men niet begrijpen
wat behoud is. Weet u hoe u het Koninkrijk kunt binnengaan en het behoud kunt
ontvangen waarvan de Bijbel spreekt?


Binnengaan in het gezin van God!


Wat zal behoud – eeuwig leven in het Koninkrijk van God –
werkelijk betekenen voor wie het ontvangen? We hebben gezien dat behoud de
verandering is van een vleselijk, sterfelijk mens in een onsterfelijke zoon van
God. Merk op hoe het boek Hebreeën het beschrijft: “Want het voegde Hem, om wie
en door wie alle dingen bestaan, dat Hij, om vele zonen tot heerlijkheid te
brengen, de Leidsman hunner behoudenis door lijden heen zou volmaken. Want Hij,
die heiligt [Christus], en zij, die geheiligd worden [berouwvolle en bekeerde
mensen], zijn allen uit één . . .” (Hebreeën 2:10-11).


Heeft u dit ooit eerder kunnen bevatten? Zij die het
Koninkrijk van God binnengaan zijn allen uit hetzelfde gezin – Gods
gezin
! Allen zijn Gods kinderen, door Hem “tot heerlijkheid” – een
verheerlijkte staat als onsterfelijk geestelijk wezen – gebracht (I Korinthiërs
15:42-44). Dat is de betekenis van behoud. “Daarom schaamt Hij [Jezus Christus]
Zich niet hen broeders te noemen, en Hij zegt: Uw naam zal ik aan mijn broeders
verkondigen, in het midden der gemeente zal ik U lofzingen . . . en wederom:
Ziehier ik en de kinderen, die God mij gegeven heeft” (Hebreeën
2:11-13).


Dat Jezus Zich niet schaamt hen als Zijn eigen broeders
(en zusters) te beschouwen, toont aan hoe persoonlijk deze familierelatie is.
Zij die het Koninkrijk van God binnengaan, zullen voor alle eeuwigheid zelfs
deel hebben aan Gods goddelijke natuur (II Petrus 1:4).


God zal degenen die Zijn Koninkrijk binnengaan geheel
zoals Jezus Christus maken! De apostel Johannes zegt heel duidelijk: “Ziet, welk
een liefde ons de Vader heeft gegeven, dat wij kinderen Gods genoemd worden . .
. Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods en het is nog niet geopenbaard, wat wij
zijn zullen; (maar) wij weten, dat, als Hij zal geopenbaard zijn, wij Hem
gelijk zullen wezen
; want wij zullen Hem zien, gelijk Hij is” (I Johannes
3:1-3).


Mensen die het Koninkrijk van God binnengaan zal
inderdaad de grote eer ten deel vallen om te zijn zoals de opgewekte,
verheerlijkte Jezus Christus. “Die Geest getuigt met onze geest, dat wij
kinderen Gods zijn
. Zijn wij nu kinderen, dan zijn wij ook erfgenamen:
erfgenamen van God, en medeërfgenamen van Christus; immers, indien wij
delen in Zijn lijden, is dat om ook te delen in Zijn verheerlijking
(Romeinen 8:16-17).


Dit is het geweldige potentieel van allen die eeuwig
leven ontvangen als leden van het gezin dat door God geschapen wordt!


De beloning van de heiligen


De beloofde beloning van de heiligen volgt na de
opstanding uit de doden (I Korinthiërs 15:50-52). Deze vindt plaats wanneer
Jezus Christus terugkeert bij de laatste bazuin en wanneer gezegd wordt: “De
koninkrijken der wereld zijn geworden van onze Here en van Zijn Christus”
(Openbaring 11:15, Statenvertaling). Zij die worden opgewekt van sterfelijk
leven tot onsterfelijkheid zullen Zijn Koninkrijk binnengaan en Christus
behulpzaam zijn in een duizendjarige regering op aarde (Openbaring
20:4-6).


Het evangelie van het Koninkrijk van God openbaart dat
Jezus Christus samen met Zijn opgestane heiligen Zijn Koninkrijk op aarde zal
oprichten, om iedereen de gelegenheid te bieden eeuwig leven te ontvangen. Het
is Gods verlangen dat iedereen het Koninkrijk van God beërft, een ieder in de
voor hem of haar eigen “rangorde” (II Petrus 3:9; I Korinthiërs
15:20-26).


Het ware evangelie openbaart dat de heiligen – de
getrouwe volgelingen van Jezus Christus die bij Zijn wederkomst worden opgewekt
tot eeuwig leven – actief betrokken zullen zijn bij de heerschappij van Jezus
Christus in het Koninkrijk van God, wanneer dat gevestigd wordt (Openbaring
5:10). Profetieën in het boek Jesaja openbaren dat Christus na Zijn wederkomst
zal beginnen te werken met de mensen die dan nog leven, om hun Zijn wegen te
leren. De opgestane heiligen zullen Christus helpen bij het tot stand brengen
van een volledige geestelijke en lichamelijke genezing van de volkeren (Jesaja
30:20-21; 35:1, 5-6).


De getrouwe volgelingen van Jezus Christus, die nu eeuwig
leven hebben ontvangen, zullen Hem bijstaan als koningen en priesters in het
Koninkrijk van God (Openbaring 1:6). Zij zullen geestelijke wezens worden en
voor eeuwig leven (I Thessalonicenzen 4:14-17; I Korinthiërs 15:42-44,
50-54).


God doet hun de volgende ongelooflijke belofte: “Wie
overwint, zal deze dingen beërven, en Ik zal hem een God zijn en hij
zal Mij een zoon zijn
” (Openbaring 21:7). Wat houdt deze erfenis in?
Hebreeën 2:6-8 geeft aan dat onze uiteindelijke bestemming is om te delen in de
heerschappij over het gehele heelal, als verheerlijkte, onsterfelijke zonen van
God!


Een oproep tot actie


Wanneer wij het evangelie van het Koninkrijk van God
horen en begrijpen, verwacht Jezus van ons dat wij ons bekeren en het goede
nieuws over Zijn Koninkrijk geloven (Markus 1:14-15). Zijn Koninkrijk is iets
dat wij moeten binnengaan (Markus 10:23, 25).


De eerste stap is het aanvaarden van de opdracht van
Jezus om ons te bekeren en deze boodschap, dit goede nieuws, te geloven. Wij
kunnen ons tot God wenden voor vergeving en verzoening door Jezus Christus en
beginnen te leven volgens de wetten van het Koninkrijk van God, zoals door Jezus
Christus onderwezen. Zij die weigeren volgens Gods heilige levenswijze te leven,
zal de toegang geweigerd worden tot het Koninkrijk van God en het eeuwige leven
(I Korinthiërs 6:9-10; Galaten 5:19-21; Efeziërs 5:5).


Jezus waarschuwde voor obstakels die kunnen verhinderen
dat wij het Koninkrijk binnengaan (Mattheüs 5:20; 19:23-25; Markus 9:47; Lukas
18:17; Johannes 3:5). Om het Koninkrijk binnen te kunnen gaan, moet er een
juiste zienswijze in ons zijn – een nederige, ontvankelijke, kinderlijke houding
– vergezeld van ware bekering, doop en het ontvangen van Gods Heilige Geest
(Mattheüs 18:3; Johannes 3:3, 5; Handelingen 2:38).


Als u meer wilt weten over de doop en over hoe uw leven
kan veranderen, kunt u het boekje De weg naar eeuwig leven aanvragen.
Deze kennis is van essentieel belang als u het Koninkrijk van God wilt
binnengaan.


Het zoeken van het Koninkrijk van God moet onze hoogste
prioriteit worden, ongeacht de problemen. Paulus zei “dat wij door vele
verdrukkingen het Koninkrijk Gods moeten binnengaan” (Handelingen 14:22). Jezus
spoort ons aan deze problemen te overwinnen door het Koninkrijk van God als ons
hoofddoel te blijven zien (Mattheüs 6:33). Hij dringt er bij ons op aan te
bidden voor de komst van Gods Koninkrijk (Mattheüs 6:10).


Als ons leven gewijd is aan het zoeken van Gods
Koninkrijk, zal onze visie zijn als die van de aartsvaders, zoals met
opmerkelijk inspirerende woorden beschreven staat in Hebreeën 11: “In (dat)
geloof zijn deze allen gestorven, zonder de beloften verkregen te hebben;
slechts uit de verte hebben zij die gezien en begroet, en zij hebben beleden,
dat zij vreemdelingen en bijwoners waren op aarde . . . Daarom schaamt God Zich
voor hen niet hun God te heten, want Hij had hun een stad bereid” (verzen 13,
16). De aartsvaders beschouwden zichzelf als “vreemdelingen en bijwoners” omdat
zij met verlangen uitzagen naar het Koninkrijk van God. Hun leven was gericht op
dat Koninkrijk, niet op hun fysieke, materiële bestaan.


Wegwijzers voor het Koninkrijk


Een middel waardoor christenen een duidelijker beeld van
het Koninkrijk van God kunnen ontwikkelen is het inzicht in de betekenis van
Gods zeven jaarlijkse heilige dagen. Hoewel de meeste mensen denken dat dit
alleen Joodse vieringen zijn, heeft God duidelijk gemaakt dat ze in
werkelijkheid Zijn feesttijden en heilige dagen zijn (Leviticus 23:2, 4).
God heeft deze speciale vieringen gegeven om ons te helpen begrijpen wat het
aandeel van Christus is in ons behoud en hoe het Koninkrijk van God op aarde zal
worden gevestigd.


In Kolossenzen 2:16-17 (Statenvertaling) verwees Paulus
naar deze feesten als “een schaduw der toekomende dingen”. Voor Paulus en de
vroege Kerk waren ze duidelijke verwijzingen naar het komende Koninkrijk van
God. Ook al hadden anderen kritiek op de Kolossenzen voor de wijze waarop zij
deze dagen vierden, Paulus en de heiligen van Kolosse begrepen het verband
tussen het doel van deze dagen en het evangelie.


Het inzicht in de betekenis van deze jaarlijkse heilige
samenkomsten kan ons helpen de unieke boodschap te begrijpen die Jezus Christus
bracht – Gods plan voor Zijn komende Koninkrijk en voor het eeuwige leven. Als u
graag meer wilt weten over de jaarlijkse feesten, kunt u de boekjes Wat is uw
bestemming?
en Gods plan volgens Zijn heilige dagen – de belofte van hoop
voor de gehele mensheid
aanvragen.


God openbaart Zijn goddelijke waarheid aan hen die Hij nu
roept (Johannes 6:44). Jezus Christus zei dat Zijn boodschap gepredikt zou
worden in de eindtijd, voorafgaand aan Zijn tweede komst. “En dit evangelie van
het Koninkrijk zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor
alle volken, en dan zal het einde gekomen zijn” (Mattheüs 24:14).


De boodschap die Jezus bracht wordt terecht het goede
nieuws – het evangelie – van het Koninkrijk van God genoemd. En het is werkelijk
goed nieuws, het meest inspirerende nieuws dat de mensheid zich kan voorstellen.
Jezus Christus vraagt u dat goede nieuws te geloven en eerst het Koninkrijk van
God te zoeken (Mattheüs 6:33). Als u dat doet, zal God er behagen in scheppen “u
het Koninkrijk te geven” (Lukas 12:32).


Andere namen voor het Koninkrijk


Hoewel het Koninkrijk meestal het “Koninkrijk Gods” wordt
genoemd, worden soms andere termen als omschrijving gebruikt. Drie van de
schrijvers van de evangeliën – Markus, Lukas en Johannes – gebruiken de term
“Koninkrijk Gods” ter aanduiding van het Koninkrijk.


“Koninkrijk der hemelen” is een term die uitsluitend
wordt gebruikt door Mattheüs en die 32 keer voorkomt in zijn verslag over Jezus
Christus. Hij gebruikt echter afwisselend de termen “Koninkrijk der hemelen” en
“Koninkrijk Gods”. In Mattheüs 19:23-24 gebruikt hij beide termen, wat duidelijk
aangeeft dat zij synoniem zijn. Dikwijls noemt hij het eenvoudig “het
Koninkrijk”.


Waarom noemde Mattheüs het “het Koninkrijk der hemelen”?
Omdat God “in de hemelen is”, zoals Jezus Christus zei (Mattheüs 5:34, 45, 48).
Mattheüs maakte duidelijk dat het Koninkrijk in die tijd niet een aardse
monarchie was, zoals de koninkrijken rondom. Hij begreep dat het een toekomstig
koninkrijk was, waarvoor de volgelingen van Christus moeten bidden (Mattheüs
6:10).


De apostel Paulus noemt het gewoonlijk “het Koninkrijk
Gods”. Echter, als blijk van erkenning dat Jezus Christus de Heerser is van dat
Koninkrijk en de Weg waardoor men dat Koninkrijk binnengaat, noemt hij het ook
“het Koninkrijk van Christus en God” (Efeziërs 5:5). Daarnaast geeft hij
uitdrukking aan de diepe, liefdevolle relatie tussen God de Vader en Jezus
Christus door het “het Koninkrijk van de Zoon Zijner liefde” te noemen
(Kolossenzen 1:13).


De apostel Petrus, die de centrale rol van Christus in
het Koninkrijk eveneens erkende, noemt het “het eeuwige Koninkrijk van onze Here
en Heiland, Jezus Christus” (II Petrus 1:11). Jezus Christus is onze Heer en
Meester en Hij zal de hoogste heerschappij voeren in het komende Koninkrijk
(Openbaring 17:14; 19:16). Als Verlosser van de mensheid is Hij “de deur” en “de
weg” waardoor wij toegang hebben tot God de Vader en tot behoud in Gods
Koninkrijk (Johannes 10:9; 14:6).


Zijn er verschillende evangeliën?


Soms noemt de Bijbel het evangelie met andere namen dan
“het evangelie van het Koninkrijk Gods”. Zo spreekt de Bijbel ook van “het
evangelie van Christus” en “het evangelie van God” (Romeinen 1:1;
15:19).


De term “evangelie van God” geeft eenvoudigweg aan dat
het van God uitgegaan is. God gaf de aarde deze boodschap door middel van Zijn
dienstknechten. Petrus vertelt ons dat het evangelie van God gebracht werd door
Jezus Christus. Merk op wat wordt gezegd in Handelingen 10:36-37: “. . . het
woord, dat Hij heeft doen brengen aan de kinderen Israëls om vrede te
verkondigen door Jezus Christus. Deze is aller Heer. Gij weet van de dingen, die
geschied zijn door het gehele Joodse land, te beginnen in Galilea, na de doop,
die Johannes verkondigde . . .”


Het evangelie van God is Gods goede nieuws over het
Koninkrijk van God. Het evangelie van Jezus Christus is het goede nieuws dat
Jezus bracht als Gods boodschapper. Al deze termen verwijzen naar hetzelfde
evangelie, het geweldige nieuws over wat God voor de mensheid bereid
heeft.


Zo gebruikte Paulus soms de term “mijn evangelie”
(Romeinen 2:16; 16:25; II Timotheüs 2:8). Dit betekent niet dat Paulus de bron
van de boodschap was of dat het een boodschap over Paulus was. Het was een
boodschap die hij rechtstreeks had ontvangen van Jezus Christus. Hij zei dat
“het evangelie, hetwelk door mij verkondigd is” hem gegeven was “door openbaring
van Jezus Christus” (Galaten 1:11-12). Paulus’ gebruik van de term “mijn
evangelie” was gepast omdat hij degene was die het verkondigde.


Het goede nieuws wordt ook “het evangelie der genade
Gods” genoemd (Handelingen 20:24). Vanaf het begin worden wij geroepen door
genade, gerechtvaardigd door genade en behouden door genade (Galaten 1:6;
Romeinen 3:24; Efeziërs 2:8). Ook “het evangelie der genade” is een gepaste
term, gericht op een ander aspect van het evangelie dat Jezus predikte: Gods
onmetelijk grote liefde voor de mensheid, tot uitdrukking gebracht door Zijn
genade.


Deze boodschap wordt ook “het evangelie uwer behoudenis”
genoemd (Efeziërs 1:13). Omdat onze toegang tot het Koninkrijk van God synoniem
is met ons behoud, zijn deze benamingen niet tegenstrijdig, maar elkaar
aanvullend en versterkend.


Ook de term “het evangelie des vredes” wordt gebruikt om
het goede nieuws aan te duiden (Efeziërs 6:15). Het Koninkrijk van God zal vrede
brengen op aarde – een belangrijk gevolg van ons geloof in en handelen volgens
het evangelie van het Koninkrijk. In een profetie over Gods Koninkrijk zei
Jesaja: “Groot zal de heerschappij zijn en eindeloos de vrede . . .”
(Jesaja 9:6).


Al deze termen verwijzen naar hetzelfde evangelie. Zij
benadrukken slechts verschillende aspecten van dezelfde unieke boodschap. Jezus
Christus kwam het evangelie van het Koninkrijk Gods prediken (Markus 1:14-15),
leerde Zijn discipelen dezelfde boodschap te prediken (Mattheüs 10:7) en bleef
dit evangelie prediken toen Hij na Zijn kruisiging aan de discipelen verscheen
(Handelingen 1:3). Nadat Jezus was opgewekt uit de doden, predikten de apostelen
hetzelfde evangelie, maar nu in het besef van de betekenis van het offer en de
opstanding van Christus. Hoewel er verschillende termen gebruikt worden, is de
boodschap steeds dezelfde.


De eenvoudige waarheid is dat deze indrukwekkende
boodschap als geheel één groot evangelie is; het is “een kracht Gods tot
behoud voor een ieder die gelooft . . .” (Romeinen 1:16).


Is het Koninkrijk hier en nu?


Kort voor Zijn gevangenneming, berechting en kruisiging
profeteerde Jezus Christus een periode van wereldwijde beroering en onrust zoals
nooit tevoren in de menselijke geschiedenis. Deze tijd zou worden gekenmerkt
door religieuze misleiding, oorlogen, aardbevingen, hongersnoden, epidemieën en
andere grote rampen (Lukas 21:7-28). In deze rede maakte Christus duidelijk dat
het Koninkrijk van God nog niet gekomen was.


Hij vertelde Zijn discipelen dat de mensen na deze
gebeurtenissen “de Zoon des mensen zien komen op een wolk, met grote macht en
heerlijkheid . . . Zo moet ook gij, wanneer gij dit ziet geschieden, weten, dat
het Koninkrijk Gods nabij is” (vers 27, 31). Christus zei duidelijk dat het
Koninkrijk van God pas op aarde zal worden gevestigd na Zijn zegevierende
terugkeer met grote macht en heerlijkheid.


Ook bij andere gelegenheden maakte Christus dit
duidelijk. Hoevelen van ons hebben het Onze Vader gebeden zonder werkelijk de
betekenis van de door ons uitgesproken woorden te beseffen? In antwoord op het
verzoek van de discipelen hen te leren bidden, zei Jezus Christus: “Bidt gij dan
aldus: Onze Vader die in de hemelen zijt, Uw naam worde geheiligd; Uw
Koninkrijk kome
. . .” (Mattheüs 6:9-10). Uit het meest algemene gebed van
het christendom blijkt dat Gods Koninkrijk er nog niet is en dat christenen
vurig moeten bidden voor de komst ervan!


Tegen het einde van Zijn leven gaf Jezus, toen Hij voor
Zijn kruisiging door Pilatus werd ondervraagd, een duidelijke verklaring: “Mijn
Koninkrijk is niet van deze wereld; indien Mijn Koninkrijk van deze wereld
geweest was, zouden Mijn dienaars gestreden hebben, opdat Ik niet aan de Joden
zou worden overgeleverd; nu echter is Mijn Koninkrijk niet van hier” (Johannes
18:36).


Vervolgens wilde Pilatus weten of Christus een koning
was. Christus antwoordde: “Gij zegt, dat Ik koning ben. Hiertoe ben Ik geboren
en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen . . .” (vers 37).


In Hebreeën 11 wordt het geloof van Gods dienstknechten
door de eeuwen heen beschreven. Hun geschiedenis en ervaringen samenvattend,
vertellen de verzen 13-16 ons: “In (dat) geloof zijn deze allen gestorven,
zonder de beloften verkregen te hebben; slechts uit de verte hebben zij die
gezien en begroet, en zij hebben beleden, dat zij vreemdelingen en bijwoners
waren op aarde. Want wie zulke dingen zeggen, geven te kennen, dat zij een
vaderland zoeken. En als zij gedachtig geweest waren aan het vaderland, dat zij
verlaten hadden, zouden zij gelegenheid gehad hebben terug te keren; maar nu
verlangen zij naar een beter, dat is een hemels, vaderland. Daarom schaamt God
Zich voor hen niet hun God te heten, want Hij had hun een stad
bereid
.”


Ook Abraham, de vader der gelovigen, “verwachtte de stad
met fundamenten, waarvan God de ontwerper en bouwmeester is” (Hebreeën
11:10).


Hoewel Gods volk reeds in dit leven een voorproef ervaart
van Gods komende Koninkrijk, (zie “Hoe worden wij ‘overgebracht in het
Koninkrijk’?”), maken veel bijbelpassages ons duidelijk dat het Koninkrijk van
God nog niet is gekomen, maar in de toekomst op aarde zal worden
gevestigd.


Is het Koninkrijk in u?


Veel mensen geloven dat Jezus Christus leerde dat het
Koninkrijk van God alleen bestaat in het hart en verstand van de gelovigen. Zij
baseren dit op Lukas 17:20-21, waar wordt gezegd: “En op de vraag der Farizeeën,
wanneer het Koninkrijk Gods komen zou, antwoordde Hij hun en zeide: Het
Koninkrijk Gods komt niet zó, dat het te berekenen is; ook zal men niet zeggen:
zie, hier is het of daar! Want zie, het Koninkrijk Gods is bij
u
.”


Sommige vertalingen spreken over “binnen u” of “in u”,
maar de hierop gebaseerde veronderstelling is om verschillende redenen onjuist.
Het betreffende Griekse woord entos kan beter worden vertaald met “bij”
of “onder” of “te midden van”, zoals ook uit verschillende andere vertalingen
blijkt. Jezus Christus had de Farizeeën onmogelijk kunnen vertellen dat Gods
Koninkrijk iets was dat leefde in hun hart en verstand – tenslotte wilden zij
Hem ombrengen (Mattheüs 12:14; Markus 3:6).


In plaats daarvan wees Christus op een schijnbare
tegenstrijdigheid, dat de Farizeeën niet het geestelijk onderscheidingsvermogen
hadden om te zien dat de boodschap van het Koninkrijk Gods dichtbij was of aan
hen getoond werd (Mattheüs 23:15-17). Om dit nog sterker te benadrukken zei
Jezus, verwijzend naar Zichzelf: “het Koninkrijk Gods is bij u” of “te midden
van u”. De geestelijk blinde Farizeeën herkenden Jezus niet als de goddelijke
Vertegenwoordiger van dat Koninkrijk.


In plaats van de Farizeeën te vertellen dat het
Koninkrijk van God iets in hun hart was, waarschuwde Jezus Christus hen dat zij
geestelijk zo blind waren dat zij in Hem niet de personificatie van dat
Koninkrijk konden zien.


Deze passage biedt geen enkele grond om te geloven dat
het Koninkrijk van God zich in ons hart bevindt.


Is de Kerk het Koninkrijk?


Sommigen menen dat de Kerk het Koninkrijk van God is.
Hoewel er een verband tussen beide is, zijn ze niet identiek. Jezus Christus is
het Hoofd van de Kerk (Efeziërs 1:22), die de groep gelovigen is welke door God
is geroepen om het komende Koninkrijk te verkondigen.


Christus regeert Zijn Kerk en daarom staat zij onder Zijn
heerschappij en koninklijke macht. Wij zouden kunnen zeggen dat de Kerk de
voorloper van het komende Koninkrijk van God is. Of, om het te zeggen in termen
die Jezus Christus gebruikte, dat het Koninkrijk van God vergelijkbaar is met
het spreekwoordelijke mosterdzaadje, dat wacht op zijn ontkieming en snelle
groei bij Jezus’ wederkomst (Mattheüs 13:31-32).


De Bijbel gebruikt echter nooit de term “Koninkrijk” als
directe verwijzing naar de Kerk. In plaats daarvan heeft deze term betrekking op
Gods geprofeteerde wereldheerschappij.


Hoe worden wij “overgebracht in het
Koninkrijk”?


In Kolossenzen 1:13 wordt van de heiligen gezegd dat zij
reeds zijn “overgebracht” in het Koninkrijk. Als zodanig lijkt deze passage in
te houden dat christenen nu al in het Koninkrijk van God zijn. Dit is echter
duidelijk niet het geval, omdat ons in I Korinthiërs 15:50 wordt verteld: “vlees
en bloed [fysieke lichamen] kunnen het Koninkrijk Gods niet beërven . .
.”


De verwarring hierover komt gedeeltelijk voort uit de
betekenis van het woord koninkrijk. Naast de betekenis van een letterlijk
koninkrijk, heeft het met “koninkrijk” vertaalde Griekse woord basileia
ook de betekenis van “koninklijke waardigheid” en “koningschap”.


Uit deze passage in Kolossenzen blijkt dat Gods
heerschappij en macht in het leven van de christen bij diens bekering beginnen.
In de New International Version Study Bible wordt uitgelegd dat in dit
vers het woord koninkrijk niet duidt op een gebied maar op het gezag, de
heerschappij of de soevereine macht van een koning. Het betekent hier dat de
christen niet langer onder de macht is van het kwaad (de duisternis), maar onder
de goedgunstige heerschappij van Gods Zoon.


Op vrijwel alle andere plaatsen waar het woord
basileia voorkomt als verwijzing naar het Koninkrijk van God, wijst het
op de letterlijke heerschappij die Christus zal vestigen bij Zijn wederkomst
(Mattheüs 6:33; Openbaring 11:15). Als “erfgenamen van God”, die erop worden
voorbereid dat toekomstige Koninkrijk te beërven (Romeinen 8:15-17; Mattheüs
25:34; Openbaring 20:4, 6), zijn christenen dus reeds onderworpen aan de
heerschappij en het gezag van dat Koninkrijk, hoewel zij er nog geen inwoners
van zijn.


Jezus Christus, de heerser van het komende Koninkrijk, is
nu reeds de Heer en Meester van christenen (Filippenzen 2:9-11). God regeert het
leven van bekeerde christenen die Hem en Zijn wetten uit vrije wil gehoorzamen.
Zij onderwerpen zichzelf aan Gods basileia – Zijn koninklijke
heerschappij en macht. Zij zijn ieder afzonderlijk lid van de Kerk, het Lichaam
van Christus, waarover God eveneens regeert. Maar de Kerk als geheel ziet uit
naar Gods komende wereldheerschappij, wanneer het basileia ten volle
gevestigd zal worden.


Ook de tekst die voorafgaat aan Kolossenzen 1:13 helpt de
betekenis te verduidelijken. In vers 9 begint een beschrijving van de punten die
Paulus en Timotheüs regelmatig opnamen in hun gebeden. Een van de zegeningen
waarvoor zij dankbaar waren was dat God hen en de andere leden had “toebereid”
om het erfdeel van de heiligen te ontvangen (vers 12).


Dat erfdeel, eeuwig leven, komt pas wanneer Christus
terugkeert (I Korinthiërs 15:50-52; Romeinen 8:17). Daarom worden de heiligen in
de Bijbel erfgenamen van het Koninkrijk genoemd (Jakobus 2:5).


In vers 13 van Kolossenzen 1 wordt dit thema voortgezet,
door toe te voegen dat zij die zijn toebereid voor het erfdeel der heiligen en
die van status zijn veranderd, van niet-erfgenamen in erfgenamen, ook zijn
“overgebracht” uit de macht der duisternis in het Koninkrijk van God.


Ook wij, in deze moderne tijd, komen onder een ander
regeringssysteem als wij tot bekering komen. Wij geven dan onze trouw en
gehoorzaamheid aan het Koninkrijk van God, ook al is dat Koninkrijk nog niet ten
volle gekomen.


In II Korinthiërs 5:20 gebruikt Paulus een andere
vergelijking om ons te helpen dit te begrijpen, door ons “gezanten” te noemen.
Een gezant is iemand die een koninkrijk of andere regering vertegenwoordigt,
maar in een ander land woont. Zo zijn wij als christenen dus gezanten van Gods
Koninkrijk, die Zijn levenswijze vertegenwoordigen in onze huidige aardse
situatie en de tijd waarin wij leven. Wij zijn nog niet in het Koninkrijk
van God.


Hoe is het Koninkrijk “nabijgekomen”?


Toen Jezus het Koninkrijk van God kwam prediken, zei Hij
dat het “nabijgekomen” was en gebood Hij ons ons te bekeren en het goede nieuws
over het Koninkrijk te geloven (Markus 1:14-15; Mattheüs 4:17). Het Griekse
woord dat hier is vertaald met “nabijgekomen” is engizo. Het betekent
nader komen tot iets, iets nabij komen. Dat betekent niet dat dit iets in
werkelijkheid al is gekomen, maar dat het dichtbij is.


In verschillende vertalingen wordt dit verschil
onderkend. Zo wordt bijvoorbeeld de zinsnede in Markus 1:15 ook wel vertaald met
“de heerschappij van God is nabij” en wordt Mattheüs 4:17 weergegeven als: “want
het Koninkrijk der hemelen is dichterbij gekomen.” In beide verzen wordt
duidelijk gemaakt dat het Koninkrijk van God nog niet is gekomen, maar nabij
is.


Wat Jezus zei had zowel te maken met de boodschap van het
Koninkrijk als met het feit dat Hij beschikbaar was als de Koning van dat
Koninkrijk. Het Koninkrijk in die zin was de toehoorders van Christus zeer
nabij, ook al zou het nog lange tijd duren voordat het zou komen op de
letterlijke wijze waarop God het had geopenbaard aan Daniël.


Jezus Christus was de personificatie van de boodschap van
het Koninkrijk. Hij was de Heerser, de Koning van het Koninkrijk. Hij was de
vertegenwoordiger ervan en Degene door wie de mensheid het Koninkrijk zou kunnen
binnengaan.


Zijn boodschap was dat de mensen zich moesten bekeren,
het goede nieuws dat Hij bracht moesten geloven en die boodschap moesten
omzetten in actie, door hun leven zo te veranderen dat hun geloof en toewijding
zichtbaar werden.


De heerser van een rijk van geestelijke
duisternis


Het treurige feit blijft dat dit niet Gods wereld is.
Gods Koninkrijk is nog steeds niet van deze wereld, zoals Jezus Christus
duidelijk maakte in Johannes 18:36. Nog tragischer is dat een ander wezen hier
en nu heerser van deze wereld is – Satan de duivel.


De apostel Paulus beschreef de geestelijke blindheid die
de wereld omvat en wees op de bron van die blindheid. “Indien dan nog ons
evangelie bedekt is, is het bedekt bij hen, die verloren gaan, ongelovigen, wier
overleggingen de god dezer eeuw met blindheid heeft geslagen, zodat zij
het schijnsel niet ontwaren van het evangelie der heerlijkheid van Christus, die
het beeld Gods is” (II Korinthiërs 4:3-4).


Wie is de god dezer eeuw? Niemand anders dan Satan, de
grote gevallen aartsengel (Ezechiël 28:14-17). Hij is werkelijk de heerser van
deze wereld. Jezus Christus erkende dat toen Hij zei dat bij het oordeel “de
overste dezer wereld buitengeworpen [zal] worden” (Johannes 12:31).


Hoewel wij Satan niet kunnen zien, is zijn invloed op de
wereld overal merkbaar. Paulus vertelde de christenen in Efeze: “Ook u, hoewel
gij dood waart door uw overtredingen en zonden, waarin gij vroeger gewandeld
hebt overeenkomstig de loop dezer wereld, overeenkomstig de overste van de
macht der lucht
, van de geest, die thans werkzaam is in de kinderen der
ongehoorzaamheid . . .” (Efeziërs 2:1-2).


Hij beschrijft ook het gevolg van de invloed van de
duivel, vóór onze bekering: “. . . wij allen hebben vroeger daarin verkeerd, in
de begeerten van ons vlees, handelende naar de wil van het vlees en van de
gedachten, en wij waren van nature, evenzeer als de overigen, kinderen des
toorns” (vers 3).


Satan oefent een geestelijke invloed op de mensheid uit
om God en Gods wet te verwerpen, waardoor “de gezindheid van het vlees
vijandschap is tegen God; want het onderwerpt zich niet aan de wet Gods;
trouwens, het kan dat ook niet . . .” (Romeinen 8:7).


De invloed van Satan is zo groot dat hij “de gehele
wereld verleidt” (Openbaring 12:9). De hele wereld ligt “in het boze” (I
Johannes 5:19). Onder de invloed van Satan heeft de mensheid Gods openbaring en
leiding verworpen en op een verkeerd fundament samenlevingen en beschavingen
opgebouwd.


Wanneer Jezus Christus terugkeert, zal vervuld worden:
“Het koningschap over de wereld is gekomen aan onze Here en aan Zijn Gezalfde,
en Hij zal als koning heersen tot in alle eeuwigheden” (Openbaring 11:15).
Satans wereld, gebouwd op een fundament van leugens en misleiding, zal
ineenstorten en worden vervangen door het Koninkrijk van waarheid en
licht.


Als u meer wilt weten. . .


Wie wij zijn


Deze publicatie wordt uitgegeven door de Verenigde Kerk
van God. Deze kerk is verbonden met de United Church of God, an International
Association
, welke dienaren en gemeenten heeft in de Verenigde Staten,
Canada, Midden- en Zuid-Amerika, Europa, Australië, Afrika, Azië en de
Caraïbische eilanden.


Onze oorsprong is te vinden in de Kerk die door Jezus
Christus werd gesticht in de eerste eeuw. Wij volgen dezelfde leer, doctrines en
gebruiken die toen werden ingesteld. Onze opdracht is aan de gehele wereld het
evangelie van het komende Koninkrijk van God te verkondigen als een getuigenis
en alle volkeren te leren onderhouden wat Christus gebood (Mattheüs 24:14;
28:19-20).


Gratis


De Verenigde Kerk van God biedt deze en andere
publicaties gratis aan. Wij zijn dankbaar voor de royale tienden en offeranden
van de leden van de kerk en anderen die vrijwillig bijdragen geven om dit werk
te steunen.


Wij vragen het grote publiek niet om geld. Bijdragen om
ons te helpen deze boodschap van hoop met anderen te delen worden echter
dankbaar aanvaard. Onze boeken worden jaarlijks door onafhankelijke accountants
gecontroleerd.


Persoonlijk advies beschikbaar


Jezus gebood Zijn volgelingen om Zijn schapen te weiden
(Johannes 21:15-17). Om deze opdracht te volbrengen heeft de United Church of
God over de gehele wereld bijeenkomsten, waar gelovigen samenkomen om onderricht
te ontvangen vanuit de Bijbel en om persoonlijk contact te hebben met
elkaar.


De Verenigde Kerk van God is toegewijd aan het leren
verstaan en beoefenen van het nieuwtestamentische christendom. Wij willen graag
Gods levenswijze bekend maken aan hen die ernstig streven naar het aanbidden en
volgen van onze Verlosser, Jezus Christus.


Onze dienaren zijn beschikbaar om te adviseren, vragen te
beantwoorden en uitleg te geven van de Bijbel. Als u graag in contact wilt komen
met een dienaar of een van onze bijeenkomsten wilt bezoeken, schrijft u dan
gerust naar ons dichtstbijzijnde adres.


Auteur: David Treybig Met medewerking van:
Scott Ashley, Bill Bradford, Roger Foster, David Lloyd, John Bald, Robert
Boraker, Jonathan Bowles, Jim Franks, Bruce Gore, David Hulme, Paul Kieffer,
Burk McNair, Rod McQueen, John Meakin, Peter Nathan, Brian Orchard, John Ross
Schroeder, Richard Thompson, Leon Walker, Donald Ward, Lyle Welty, Dean
Wilson


Omslag: Shaun Venish


ADRESSEN


Nederland
United Church of God Holland
P.O. Box 93
2800 AB
Gouda


Deutschland
Vereinte Kirche Gottes
Postfach 30 15 09
D-53195
Bonn


Suisse
Eglise de Dieu Unie-France
B.P. 51254
45002
Orléans Cedex 1


Italia
Chiesa di Dio Unita
Casella Postale 187
24100
Bergamo


U.S.A. (Spaans)
United Church of God
P.O. Box
458
Big Sandy, TX 75755


U.S.A.
United Church of God (IA)
P.O. Box 541027
Cincinnati,
OH 45254-1027


Australia
United Church of God – Austalia
GPO Box
535
Brisbane, Qld. 4001


Canada
United Church of God – Canada
Box 144 Station
D
Etobicoke, ON M9A 4X1


South Africa
United Church of God
P.O. Box 2209
Beacon Bay,
East London 5205


United Kingdom
United Church of God
P.O. Box 4052
Milton
Keynes, Bucks MK13 7ZF

%d bloggers liken dit: