De wereld om ons heen is ‘druk, druk, druk’. Vrijwel niemand ontkomt aan een drukke agenda. Verplichtingen, maar ook leuke sociale bezigheden nemen ons soms geheel in beslag. Het gevaar bestaat dat we hierdoor Gods aanwezigheid en Zijn leiding door Zijn Heilige Geest minder ervaren. Dat ligt natuurlijk niet aan God. Als wij Gods aanwezigheid en Zijn leiding door Zijn Heilige Geest niet meer zo ervaren, dan zijn wij het natuurlijk zelf die afgeweken zijn.

 

Binnenkort (24 mei 2015) vieren wij weer het Pinksterfeest, ook wel genoemd het feest der weken, het feest der eerstelingen of het feest der oogst. Het Pinksterfeest is één van de in Leviticus 23 opgenoemde feesten van God. Zoals we al wel in eerdere supplementen (bijvoorbeeld juli-augustus 2012) hebben uiteengezet, zijn deze feesten (inclusief de wekelijkse Sabbat) geen ‘Joodse’ feesten, maar Gods feesten. Ook is de viering van deze feesten niet vrijwillig, maar draagt God ook óns op deze feesten te vieren. Ook nu geldt deze verplichting nog voor ons, geestelijke afstammelingen van Abraham (Romeinen 9:7-8, 24-27; 11:17). De feesten zijn niet afgeschaft en blijven tot in Gods Koninkrijk gevierd worden (zie bijvoorbeeld Zacharia 14:16, 18-19). Gods feesten beelden Zijn plan met de mensheid uit en herinneren ons aan elke stap in Gods plan! Gods feesten zijn een verrijking voor ons! Het is géén ‘last’ (1 Johannes 5:3). Het gaat echter buiten het onderwerp van dit supplement om hierover uit te wijden, maar meer informatie kunt u vinden in ons gratis boekje Gods plan volgens Zijn heilige dagen: de belofte van hoop voor de gehele mensheid (aan te vragen via www.ucgholland.nl) en o.a. in de supplementen van september-oktober 2010 en van januari-februari 2015; op onze website kunt u alle eerder verschenen supplementen lezen en/of downloaden).
 

Tijdens Pinksteren denken we aan de uitstorting van Gods Geest en de start van Gods kerk. Als wij tot de eerstelingen behoren en gedoopt zijn, hebben we Gods Geest ontvangen. In de Bijbel wordt Gods Geest o.a. voorgesteld door olie. Maar hoeveel olie hebben we nog in onze lamp? Als we niet genoeg olie meer in onze lamp hebben, lopen we gevaar (zie bijvoorbeeld de parabel van de 10 maagden in Mattheüs 25:1-10). In 1 Timotheüs 5:19-22 waarschuwt Paulus Timotheüs om de Geest niet uit te blussen. “Blus de Geest niet uit. Veracht de profetieën niet. Beproef alle dingen, behoud het goede. Onthoud u van elke vorm van kwaad.” En even verder in 2 Timotheüs maant Paulus hem aan om de Geest juist aan te wakkeren. “Daarom herinner ik u eraan de genadegave van God die in u is door de oplegging van mijn handen, aan te wakkeren” (2 Timotheüs 1:6).
De vraag is dus: hoe kunnen we Gods Geest in ons aanwakkeren? Een aantal punten.
 

1. Bekering

Als wij Gods Geest in ons willen aanwakkeren, als wij gevoeliger willen worden voor de Heilige Geest, dan zullen wij eerst zelf gevoeliger moeten zijn voor wat God ons heeft te vertellen. Dan zullen we naar Hem moeten luisteren, Hem moeten gehoorzamen en ons moeten bekeren van onze zonden.
Bekering is niet alleen een voorwaarde om Gods Geest te krijgen, maar ook om Gods Geest in ons aan te wakkeren. “En Petrus zei tegen hen: Bekeer u en laat ieder van u gedoopt worden in de Naam van Jezus Christus, tot vergeving van de zonden; en u zult de gave van de Heilige Geest ontvangen” (Handelingen 2:38).
 

Met onze doop en handoplegging hebben wij een kleine hoeveelheid van Gods Geest ontvangen. Die Geest is als een zaad. De Geest zal groeien naarmate wij ons inspannen om te overwinnen.

Bekering is niet een eenmalige gebeurtenis op het moment van onze roeping en onze doop, maar het is een levenslang proces. We moeten dagelijks onze zonden belijden en ons ervan bekeren. “Als wij zeggen dat wij geen zonde hebben, misleiden wij onszelf en is de waarheid niet in ons. Als wij onze zonden belijden: Hij is getrouw en rechtvaardig om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid (…) En hierdoor weten wij dat wij Hem kennen, namelijk als wij Zijn geboden in acht nemen. Wie zegt: Ik ken Hem, en Zijn geboden niet in acht neemt, is een leugenaar en in hem is de waarheid niet” (1 Johannes 1:8-9; 2:3-4).

Willen we Gods Geest in ons aanwakkeren, dan zullen we ons dus dagelijks moeten bekeren van onze zonden.
Dat brengt ons op een puur praktisch punt: wanneer moet je dat doen als je alsmaar doorgaat en niet de tijd neemt om de dag te evalueren en te reflecteren?
 

2. Stilte opzoeken

We leven in een tijd waarin er op elk moment van de dag enorm veel prikkels op ons af komen. Alles vraagt om aandacht, we zijn altijd bereikbaar en kunnen bijna niet meer zonder nieuwe impulsen. En midden in al die hectiek blijft juist stilte de zendtijd van de Heilige Geest.

“Let er dan op dat u nauwgezet wandelt, niet als dwazen, maar als wijzen, en buit de geschikte tijd uit, omdat de dagen vol kwaad zijn. Wees daarom niet onverstandig, maar begrijp wat de wil van de Heere is. En word niet dronken van wijn, waarin losbandigheid is, maar word vervuld met de Geest” (Efeze 5:15-18). In het laatste vers van dit Schriftgedeelte wordt het dronken zijn van wijn gesteld tegenover het vervuld zijn met de Geest.

Als we dronken zijn, is ons zicht vertroebeld. Als we met de Geest vervuld zijn, zien we juist helder. De wijn die hier genoemd wordt, staat eigenlijk symbool voor alles wat ons zicht vertroebelt. Dat kan onze carrière zijn, of sport, geld, status, aanzien, materiële bezittingen etc. Vult u zelf maar verder in.

We moeten dus bewust pas op de plaats maken, dagelijks – niet alleen op de Sabbat.
Hoe? Door gebed en Bijbelstudie niet te veronachtzamen. Ook vasten is een geschikt middel om bewust pas op de plaats te maken.
De Bijbel laat heel mooi zien dat God Zich juist in de stilte laat vinden en we daar Zijn kracht kunnen en mogen ervaren. Lees het ontroerende verhaal van Elia die op de vlucht is voor Izebel en haar gevolg (1 Koningen 19:9-13). God bleek te vinden in “het suizen van een zachte stilte” (vers 12).

 

3. Lofprijzing

God troont op de lofzangen van Israël (Psalm 22:4). Vervuld zijn met de Geest, lofprijzing en dankzegging houden nauw verband met elkaar. Als u vol bent van de Heilige Geest, dan zult u voortdurend God willen danken en lof zingen. In feite is de volheid van Gods Geest in ons deels af te meten aan de hoeveelheid tijd die wij besteden om God te danken en lof te zingen.

Als onze dankbaarheid en onze wil om God te loven en te prijzen afnemen, is dat een teken dat we bezig zijn ‘leeg te lopen’.
Lofprijzing is een middel waarmee wij tot God kunnen naderen, waarmee wij dichter bij Hem kunnen komen. Psalm 100:4: “Gaat met een loflied zijn poorten binnen, zijn voorhoven met lofgezang, looft Hem, prijst zijn naam.” Met een loflied kunnen wij tot God naderen. Er zijn meerdere voorbeelden in de Bijbel te vinden, waaruit blijkt dat zang, muziek, lofprijzing middelen zijn om tot God te naderen, zie bijvoorbeeld 2 Koningen 3:15, waar Elisa zegt: “Nu dan, breng een harp speler bij mij. En toen de harp speler ging spelen, gebeurde het dat de hand van de HEERE over hem kwam.”
 

4. Dorst (en honger) hebben

We moeten een gezonde dorst ontwikkelen naar God en Zijn Woord. Johannes 7:37-38 zegt: “Als iemand dorst heeft, laat hij tot Mij komen en drinken. Wie in Mij gelooft, zoals de Schrift zegt: Stromen van levend water zullen uit zijn buik vloeien.” In het volgende vers legt Johannes verder uit dat de belofte van Jezus betrekking heeft op de gave van de Heilige Geest. Dit stemt overeen met wat Jezus ook zegt in Mattheüs 5:6: “Zalig zijn zij die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden” (KJV: gevuld worden).

Een essentiële voorwaarde om de volheid van de Heilige Geest te ontvangen, is om hongerig en dorstig te zijn. God verkwist Zijn zegeningen niet aan wie er geen behoefte aan voelen. Heel veel belijdende christenen die een goed en respectabel leven leiden, ontvangen nooit de volheid van de Heilige Geest, omdat ze er gewoonweg geen behoefte aan voelen. Ze zijn tevreden zonder deze zegen en God laat hen zo.
In hoeverre geldt dat voor ons? Laten we dorst ontwikkelen naar goede drank en honger naar ware spijs.
 

5. Vragen

Het volgende punt lijkt wellicht een ‘open deur’ te zijn: we kunnen God gewoonweg vragen om (meer van) Zijn Heilige Geest. “Als u die slecht bent, uw kinderen dus goede gaven weet te geven, hoeveel te meer zal de hemelse Vader de Heilige Geest geven aan hen die tot Hem bidden?” (Lukas 11:13). Hier maant Jezus Gods kinderen om hun hemelse Vader te vragen om de gave van de Heilige Geest (zie ook Mattheüs 7:7; Mattheüs 21:22; 1 Johannes 3:22; 1 Johannes 5:14).
 

6. Drinken

Na het vragen is de volgende stap: ontvangen. Als we vragen, moeten we ook verwachten te ontvangen! In Johannes 7:37 noemt Jezus dit ontvangen ‘drinken’, want Hij zegt: “Als iemand dorst heeft, laat hij tot Mij komen en drinken.” ‘Drinken’ is een actief proces van ontvangen. De vervulling met de Heilige Geest kan niet worden ontvangen met een negatieve of zelfs alleen maar passieve houding. Niemand kan drinken zonder zijn eigen actieve medewerking; en niemand kan drinken met gesloten mond. Zoals het in het natuurlijke is, zo is het ook in het geestelijke. Ontvang actief door je mond te openen en te ‘drinken’.

In Psalm 81:11 zegt de Heere: “Doe uw mond wijd open en Ik zal hem vullen.” Hoe simpel het ook lijkt, maar er zijn mensen die de volheid van de Geest niet ontvangen, omdat ze hun mond niet opendoen. Open je mond, adem in en ontvang de Geest van God door in geloof te ‘drinken’.
 

7. Streven naar de gaven van de Geest

Toen Abraham zijn knecht er op uit stuurde van Kanaän naar Padan Aram om een bruid te zoeken voor zijn zoon Izak, nam deze tien beladen kamelen met zich mee. Die tien zwaar beladen kamelen waren zichtbaar bewijs dat Abraham een gerespecteerd en welgesteld man was. In de lading bevonden zich onder meer prachtige, kostbare juwelen. Toen de knecht de jonge vrouw had gevonden die Izaks bruid moest worden, gaf hij haar direct een opvallend neussieraad. Door het aannemen van dit geschenk, stemde Rebekka er in toe Izaks bruid te worden. Als ze het juweel echter zou hebben geweigerd, dan zou ze Izak daarmee afgewezen en beledigd hebben. Ze had dan ook zijn bruid niet kunnen worden.

Op dezelfde manier heeft God Zijn Heilige Geest gestuurd met een overvloed aan geschenken voor de bruid van Zijn Zoon Jezus – de Kerk. Daaronder bevinden zich negen prachtige geestelijke gaven. Door deze gaven te accepteren wijst de Kerk zichzelf aan als de toekomstige Bruid van Christus.
We kunnen over de gaven van de Geest lezen in o.a. 1 Korinthe 12:1-11. “Wat nu de geestelijke gaven betreft, broeders, wil ik niet dat u onwetend bent. U weet dat u heidenen was, weggetrokken naar de stomme afgoden. Zo liet u zich meevoeren. Daarom maak ik u bekend dat niemand die door de Geest van God spreekt, zegt: Jezus is een vervloekte.

Ook kan niemand zeggen: Jezus is Heere, dan door de Heilige Geest. Er is verscheidenheid van genadegaven, maar het is dezelfde Geest. Er is verscheidenheid van bedieningen, en het is dezelfde Heere. Er is verscheidenheid van werkingen, maar het is dezelfde God, Die alles in allen werkt. Aan ieder echter wordt de openbaring van de Geest gegeven tot wat nuttig is voor de ander. Want aan de één wordt door de Geest een woord van wijsheid gegeven en aan de ander een woord van kennis, door dezelfde Geest; en aan een ander geloof, door dezelfde Geest, en aan een ander genadegaven van genezingen, door dezelfde Geest; en aan een ander werkingen van krachten, en aan een ander profetie, en aan een ander het onderscheiden van geesten, en aan een ander allerlei talen, en aan een ander uitleg van talen. Al deze dingen echter werkt één en dezelfde Geest, Die aan ieder afzonderlijk uitdeelt zoals Hij wil.”

Paulus schrijft hier aan de gemeente te Korinthe dat aan ieder de openbaring van de Geest wordt gegeven en dat de Geest ieder in het bijzonder toedeelt. Het is een en dezelfde Geest die aan ieder een verscheidenheid aan genadegaven, bedieningen (ambten) en/of werkingen beschikbaar stelt.
 

Waarom zijn deze gaven ons ter beschikking gesteld? Waartoe dienen de gaven van de Geest?

“Maar aan een ieder wordt de openbaring van de Geest gegeven tot welzijn van allen” (1 Korinthe 12:7, NBG). In 1 Petrus 4:10-11 staat het als volgt verwoord: “Laat ieder de anderen dienen met de genadegave zoals hij die ontvangen heeft, als goede beheerders van de veelsoortige genade van God. Als iemand spreekt, dan als iemand die de woorden van God spreekt; als iemand dient, dan als iemand die dient uit kracht die God schenkt; zodat God in alles verheerlijkt wordt door Jezus Christus. Hem komt de heerlijkheid en de kracht toe, tot in alle eeuwigheid. Amen.”
Wij kunnen Gods geest in ons aanwakkeren door te streven naar de gaven van de geest tot welzijn van ons allen.
 

God wil ons overvloedig zegenen, zowel op fysiek als (vooral) op geestelijk gebied. We zien dat al bij het oude Israël. God geeft het volk Zijn geboden en zegt erbij dat wanneer ze deze in acht nemen, het hun wel zal gaan (Deuteronomium 6:1-3; 28:1-2). Gods bedoeling was echter ook dat het volk Israël een zegen zou zijn onder alle volkeren. Dat is het volk Israël destijds nooit gelukt. “Het zal gebeuren, zoals u, huis van Juda en huis van Israël, een vloek onder de heidenvolken geweest bent, zo zal Ik u verlossen en zult u een zegen worden. Wees niet bevreesd, grijp moed” (Zacharia 8:13). Israël zal pas in het Millennium daadwerkelijk een zegen zijn onder de heidenen.

Het probleem lag niet bij Gods wet, want Gods wet is heilig, rechtvaardig en goed (Romeinen 7:12). Het probleem was de mens zelf. Onze geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak (Mattheüs 26:41). Ondanks onze beste bedoelingen zondigen wij. God maakt in Deuteronomium 5:29 duidelijk dat het probleem van de menselijke natuur een probleem van het hart is. Wij zijn niet in staat om God te gehoorzamen zonder Zijn Geest. Bij de doop en na de handoplegging ontvangen wij de gave van de Heilige Geest. God heeft ons Zijn Geest echter niet alleen gegeven als een onderpand voor het eeuwige leven (Efeze 1:13-14), maar God heeft ons ook Zijn geest gegeven opdat wij met kracht zouden getuigen en Zijn deugden zouden verkondigen (1 Petrus 2:9). Tevens zijn wij geroepen opdat wij de mensen om ons heen zouden zegenen en tot zegen zouden zijn (1 Petrus 3:9).
 

Pinksteren is een feest met een gevende houding. God heeft op deze dag Zijn Wet en Zijn geest beschikbaar gesteld. Als eerstelingen dienen wij ook te delen en te geven van de zegeningen die wij van God gekregen hebben.
 

Als we de vrucht van de geest analyseren zoals opgesomd in Galaten 5 vers 22, dan zullen we zien dat deze vrucht hoofdzakelijk naar buiten gericht is. Vriendelijkheid bijvoorbeeld wordt afgemeten in relatie tot een ander. Hetzelfde geldt voor liefde, vrede, goedheid, zachtmoedigheid.
 

Als wij vrucht van de Geest voortbrengen, zijn wij een zegen voor de mensen in onze omgeving, voor onze familie, voor onze broeders en zusters, voor onze collega’s, en ga zo maar door. Zijn wij een zegen voor de mensen in onze omgeving? Om vrucht voort te kunnen brengen, dienen we aan de Wijnstok verbonden te blijven (Johannes 15:5-8). Jezus Christus is de Wijnstok en wij moeten met Hem verbonden blijven. Wij moeten in Hem blijven om een zegen te kunnen zijn voor de mensen in onze omgeving. Het volk Israël is het destijds niet gelukt. Maar wij hebben Gods Geest ontvangen en hebben wat dat betreft geen excuus. Laten wij aan die Wijnstok verbonden blijven. Niet enkel alleen voor ons eigen welzijn, maar ook om een zegen te kunnen zijn voor de mensen in onze omgeving.

Zo is de cirkel rond: door God te gehoorzamen en Zijn Geest in ons aan te wakkeren, blijven we met Hem verbonden, kunnen we vrucht voortbrengen en tot zegen zijn.
 

Tot slot

We kunnen de Geest van God aanwakkeren of uitdoven in ons leven. We kunnen Gods Geest bedroeven of juist gevoeliger worden voor Zijn fluistering. Gevoelig worden voor de Heilige Geest vraagt om stilte, tijd, aandacht en vooral een relatie met God. Dan zullen we de impulsen van Gods Geest steeds beter gaan herkennen. Zelfs in deze hectische wereld en een leven vol prikkels!

 

 
 
 

%d bloggers liken dit: